2

Vandaag herdenk ik de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en niets anders.

Op 4 herdenkt iedere goede vaderlander de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Ik neem dat heel serieus en vind echt dat als je als Nederlander geen aandacht schenkt aan ons verleden en dan vooral die duistere oorlogsjaren, dat je geen goede Nederlander bent.
En ja dan kijk ik naar die personen die straks om 8 uur niet stil zijn of erger die gewoon doorrijden, ongeduldig mopperen als ze niet langs een herdenking kunnen of die hun desinteresse niet voor zich kunnen houden.

Als je ons verleden niet kent zul je ons volk nooit begrijpen en ik heb simpelweg geen tijd voor menschen die denken dat dat niet belangrijk is.

Maar wat moeten we herdenken?

De oorlog is zoo’n groot verhaal, zoo’n enorme gebeurtenis en heeft zoo veel levens verwoest.
Het heeft een litteken achter gelaten in de ziel van onze volk en dat van volkeren en landen over de hele wereld.
Maar miljoenen dooden, oorlog, geweld, opoffering, heldendaden, verraad, verdriet in een gebeurtenis die een invloed had die we vandaag de dag nog internationaal voelen is voor sommigen blijkbaar niet genoeg voor een paar minuten stilte.

Al jaren zijn er lieden die vinden dat we maar eens verder moeten, dat die herdenking niet meer noodig is of dat het nu zoo lang geleden is dat we er allerlei andere onderwerpen met de haren bij moeten sleuren.
Politici en menschen die zoo bezeten zijn door hun eigen standpunten of problemen dat ze niet begrijpen dat de rest gewoon even stil wil staan bij die oorlog.

Het is absoluut onbegrijpelijk dat we in Nederland niet gewoon kunnen doen wat ze in vele andere langen wel doen, soms al eeuwen lang; namelijk stil staan bij een enkele gebeurtenis en het fatsoen hebben om niet over je eigen sores of politieke standpunten te beginnen.In andere landen worden oorlogen, conflicten en rampen herdacht zonder dat er iemand bij komt staan met een spandoek voor een heel ander iets of dat een politicus er in een toespraak over begint wat er nou weer aan de hand is in een of ander ver land.Begrijp me goed, het gaat me niet om de standpunten die deze menschen hebben, meestal, vaak zelfs, ben ik het met ze eens en zal minstens hun recht om hun standpunt uit te dragen verdedigen.Maar voor alles is een tijd en plaats en de herdenking van een van de grootste oorlogen ooit is hier niet geschikt voor.Als we de slachtoffers van de Titanic gaan herdenken moeten we dan ook die van latere scheepsrampen herdenken of moeten we dan ook aandacht schenken aan een of ander hedendaagsch conflict in een ver land?
Of mogen we gewoon even een paar minuten in ons drukke leven opzij zetten om te denken aan die gruwelijke ramp in 1912?Zoo onredelijk en waanzinnig komt het om mij over iedere keer als er weer iemand over iets anders herdenken begint dan de Tweede Wereldoorlog op 4 mei.Neen, 4 Mei herdenk ik de gevallenen van 1939-1945 want dat conflict op zich zelf is genoeg om even een paar minuten aandacht per jaar te verdienen.
Minstens.
Iedereen die met andere zaken op de proppen komt beledigt mij daarmee persoonlijk.
En het moet maar eens uit zijn.
Als andere landen zonder gehannes al decennia bepaalde historische conflicten en gebeurtenissen kunnen herdenken zonder gedonder dan moeten wij dat ook kunnen.
En als ook U alleen de oorlog wilt herdenken en niets anders, staa daar dan ook voor.
Laat het weten, deel dat standpunt met uw kennissen en vrinden en laat U geen schuldcomplex aanpraten dat we vandaag even minder aandacht hebben voor al die andere vreselijke dingen.Een wereldoorlog met miljoenen slachtoffers, een gebeurtenis die nog dagelijksch een invloed heeft op onze wereld, is genoeg reden om een paar minuten bij stil te staan!
Het is schandalig en obsceen dat er menschen zijn die denken dat het een goed moment is om er iets heel anders bij te betrekken.Hedendaagse oorlogen, terrorisme, vluchtelingen, politieke spanningen, etc, etc, daar hebben we het morgen weer over.
Maar nu even niet.Vandaag is voor vroeger.
Even een stop op de hedendaagsche spanningen, even rust, even stilte, even nadenken over waar we vandaan komen, wie onze voorouders waren en wat zij doorstonden.
Even een moment voor de mannen, vrouwen, jongens en meisjes van over de hele wereld die alles riskeerden en vaak gaven voor onze vrijheid.
En hun ouders die misschien een nog groter offer gaven; hun kinderen.Ik schreef al eerder over mijn familie.
Ik ben me er enorm van bewust dat ik mijn leven te danken heb aan de samenwerking van vele duizenden Geallieerde soldaten, piloten, matrozen, hun commandanten, de politici, de vrouwen in de munitie fabrieken, hun ouders maar vooral de jongens die letterlijk het kamp van mijn Oma binnen marcheerde om de Jap te vertellen dat het uit was met de martelingen en mishandelingen en dat mijn Oma nu vrij was.
En de Canadeeschen die Nederland bevrijde en de Mof vertelde dat het uit was met hun terreur en honger.Voor mij gaat het niet alleen om het dankbaar zijn voor vrijheid en democratie.
Ik heb aan al die menschen van verschillende geloven, nationaliteiten, huidskleuren en afkomsten mijn leven te danken, letterlijk.
En helaas weet een erg groot deel van het Nederlandsche volk niet eens dat als de oorlog een paar maanden, weken of zelfs dagen langer had geduurd, dat zij er dan ook niet waren.Zooals ieder jaar staa ik niet alleen stil bij dat hele grote onderwerp van de oorlog en die grote aantallen slachtoffers maar ook bij enkele individuen.
Want wie kan zich echt iets voorstellen bij miljoenen dooden?
Ik probeer ieder jaar specifiek een of meerdere nieuwe personen op te zoeken waar ik tijdens mijn minuten stilte even aan denk naast al die anderen.Vandaag om 8 uur schenk ik aandacht aan een gezin, volslagen vreemden maar die mij toch heel erg na staan;
De familie van de Kar.
Zij woonde in 1941 namelijk in mijn wooning maar werden allen door de Nazi’s vermoord.

Isaäc van de Kar
Amsterdam, 22 oktober 1883 – Auschwitz, 15 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 58 jaar

Rachel van de Kar-Wijnschenk
Amsterdam, 3 juni 1886 – Auschwitz, 15 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 56 jaar

Simon van de Kar
Amsterdam, 5 maart 1919 – Auschwitz, 31 augustus 1943
Bereikte de leeftijd van 24 jaar  Beroep: Kleermaker

Rebecca van de Kar
Amsterdam, 7 september 1911 – Auschwitz, 15 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 31 jaar  Beroep: Naaister

Ook de kinderen die toen niet bij hen in mijn huis woonde zijn vermoord;

Klara van der Sluis-van de Kar
Amsterdam, 23 november 1912 – Auschwitz, 3 december 1942

Flora Kooker-van de Kar
Amsterdam, 18 oktober 1906 – Auschwitz, 15 oktober 1942

Isidoor van de Kar
Amsterdam, 5 augustus 1908 – Midden-Europa, 9 mei 1945
Bereikte de leeftijd van 36 jaar  Beroep: Typograaf

En zelfs hun kleinkinderen waren niet veilig;

Henriette van der Sluis
Amsterdam, 21 september 1929 – Auschwitz, 3 december 1942
Bereikte de leeftijd van 13 jaar

Marcus van der Sluis
Amsterdam, 4 april 1937 – Auschwitz, 3 december 1942
Bereikte de leeftijd van 5 jaar

Ik weet eigenlijk niets van ze, heb nog steeds geen kans gezien hun dossier in te kijken of eens goed onderzoek naar ze te doen.

1

Onderzoek naar de worteldoek

Sinds wanneer hangen we in Nederland worteldoeken boven de kachel?
Ik heb hier een beetje onderzoek naar gedaan en kom (tot nu toe) tot 1923 als eerste vermelding van dit gebruik maar het eerste bewijs van de wel bekende versieringen die men over deze doeken hingen komt pas uit de jaren ’50.

Hieronder een verslag van mijn onderzoek, misschien niet reuze spannend maar als ik me eenmaal ergens in vastbijt dan moet en zal ik doorgaan tot ik er het fijne van weet of niet verder kom.

De worteldoek noemde men ook wel palmdoek, , Friesche doek, Fransche shawl, Turksche shawl, Nuzzik, Neuzik of Neusdoek, etc.
In de 17e eeuw kwamen deze doeken vanuit Kasjmir naar Europa en werden een enorme rage als omslagdoek die wat comfortabeler was dan de zware lange mantels die ook minder goed bij de wijde rokken paste.
Dankzij hun enorme populariteit begon men ze ook in Europa te fabriceren, niet van fijne dunne stof zooals in Kasjmir maar dikker en stugger, maar vooral ook van goedkoper en practischer materiaal. Deze productie kwam voornamelijk voor in Engeland en Frankrijk, hierdoor ging de prijs enorm omlaag en werden de doeken door bijna alle lagen van de bevolking gedragen.
De naam is waarschijnlijk afgeleid is van een zeer bekend patroon dat men Boteh of Mir motief noemde, oftewel het dennenappel-, of amandelmotief.
In het Engelsch vooral bekend als paisley motief maar wij in Nederland noemde dat patroon een wortel.
Een andere mogelijke oorsprong is dat Duitsche seizoensarbeiders de doeken gebruikte als knapzakken waar ze hun eten in vervoerde, o.a. dus wortels.

Het schilderij ‘Zwaantje Schefer met spoormandje’ (ca. 1855 – 1885) laat goed zien hoe dit er toen uitzag.

Waarom de doek ook wel palmdoek genoemd werd weet ik niet maar dat kwam ook weer van het motief afgeleid zijn, ook de oorsprong van neusdoek is mij onbekend maar ik ben wel tegengekomen dat de doek gebruikt werd in een verhaal (De Preanger-bode 20-01-1914) dat een oude dame haar tranen met de doek dept, dus misschien is de oorsprong van deze bijnaam het ook gebruiken van de palmdoek als een soort van zakdoek.

Eind 19e eeuw waren ze al uit de mode maar kwam je ze nog wel vaak tegen, vooral bij arbeidersvrouwen en oudere dames.
Doordat ze steeds minder gedragen werden lagen er dus meer en meer op zolderkamers en in linnenkasten opgeslagen.
Hierdoor werden ze uiteindelijk ook weer vaak opnieuw gebruikt en kregen ze een tweede leven.

In het tijdschrift “Op de hoogte” van Juli 1919, is te lezen dat een palmdoek als kleedje over enkele kistjes ligt gedrapeerd in een ‘artistiek’ interieur.
Rond die periode werd de worteldoek ook voor het eerst op de schoorsteenmantel gedrapeerd, tenminste de oudste bron die ik (tot nu toe) gevonden heb (Algemeen Handelsblad 20-01-1923) spreekt hier van.
Het leek zelfs toen al vrij gebruikelijk maar er is nog geen melding van wat men er zooal bij hing.

jakje

Allerlei zaken uitstallen op en tegen de schoorsteenmantel was al wel een gewoonte maar ik kan maar een bron vinden waarin dit waarschijnlijk gebeurt bij een worteldoek.
In een ingenieuze en leuke tip ( Het Centrum 17-09-1927 ) betreffende het bouwen van een geheime bergplaats op de schoorsteen verbergt men deze met behulp van een “sarong…//…zoo’n antieke shawl”.
Het is waarschijnlijk dat men hier de worteldoek mee bedoelde.

Maar de eerste bron waarvan ik 100% zeker kan zeggen dat iemand in Nederland toen een worteldoek over de schoorsteen drapeerde met een decoratie erover heen (in dit geval een schilderijtje) is en bomschade foto (De Telegraaf
22-08-1940).

screenshot_48

Ik kan helaas  (nog niet) bewijzen dat men voor de jaren ’50 ook al de zoo bekende spulletjes over de worteldoek hangen die veel menschen nog kennen uit hun jeugd.
En dan heb ik het over souvenirs uit Nederlandsch Indie,
zooals de koperen salamanders, ook wel Tokèh (eigenlijk een Gekko-hagedis soort) of Tjitjak genoemd, een Kris (gegolfde dolk), een koperen spin etc.
Maar ook aandenken en verzamelobjecten met andere achtergronden, bijvoorbeeld een koperen mijnwerkerslampje, een ingelijst kunstwerkje, wandbordjes, spiegels, familiefoto’s enz.
Soms werden deze spulletjes gebruikt om de doek mooi te draperen en vast te zetten.
In de jaren ’50 was dit zoo populair dat het wel leek alsof ieder Nederlandsch huishouden deze doek boven de kachel had hangen, maar rond de jaren ’60 begon men deze decoratie als wat ouderwetsch te zien.
In de jaren ’70 noemde men het al burgerlijk en kwam je ze in moderne en jonge huishoudens al niet meer tegen.

screenshot_62

Aangezien mijn huis volledig jaren ’30/’40 is ingericht en mijn levensstijl op die periode gebaseerd is, wilde ik weten of het authentiek en historisch correct was om zoo’n doek boven de schoorsteen te hangen en vanaf wanneer dit voor kwam.
Vandaar mijn onderzoek.

Op dit moment kan ik dus bewijzen dat deze doek in Nederland al in de jaren ’20 tegen de schoorsteen gedrapeerd werd maar voor het ophangen van souvenirs als een salamander of spin heb ik alleen bewijs van naa de oorlog.
Wat overigens wel logisch is aangezien toen natuurlijk veel Indiegangers terug naar Nederland kwamen.

Maar ik blijf zoeken en hoop eigenlijk toch nog uit te vinden dat men dit ook voor de oorlog al deed.
Mocht U meer informatie of verhalen hebben dan hoor ik graag van U

U kunt mijn bronnen en gevonden afbeeldingen hier raadpleegen (klik).

0

Overlast van festival in het park; dat is tegenwoordig normaal…

Vandaag zit ik de hele dag in de achterkamer met alle deuren en ramen dicht.
Dat is best jammer want ook al ben ik niet zoo gek op de zon, ik hou wel van frissche lucht.
Maar ja, ik woon in de groote stad, het is 2016 en dus leef ik in een tijd waarin stadsbestuur denkt dat een stadspark, oorspronkelijk bedoeld als groene oase voor het volk, een prima locatie is voor een popconcert of festival.
En omdat het 2016 is denken menschen dat je geen feestje meer kunt vieren zonder enorme geluidsinstallatie, een dikke ‘bas’ en veel gebonkebonkboemknalboink.
En dan hebben we het nog niet eens over de puinhoop die men achterlaat, overlast door extra verkeer en de schade aan de natuur.
Een muziekkapel, fanfare of gewoon dansorkest zonder versterking is blijkbaar niet meer voldoende.
Ik weet niet waarom, misschien omdat men het tegenwoordig zoo leuk vind tijdens het dansen te schreeuwen of omdat men zoo veel naar harde muziek luistert en koptelefoons draagt dat het gehoor ook niet meer is wat het was.

Hoe dan ook, de hele buurt mag ‘meegenieten’.
Tja, tegenwoordig mag je als Nederlander ook al niet meer klagen ook al is dat juist een van onze sterkste eigenschappen.
Neen, dat moet je maar accepteren, dat hoort er nou eenmaal bij, dat is het leven in de groote stad, dat is normaal.
Ja net als in het openbaar uw behoefte doen, op de stoep fietsen, vandalisme, bedreigt worden, schelden, en zoo verder?
Ja we moeten alles goed vinden tegenwoordig maar we zijn wel verbaast als we opeens in een verharde asociale maatschappij leven.

Gelukkig komt dit niet al te vaak voor, maar ja, iedere dag dat je als het ware jezelf moet verstoppen in een achterkamer omdat iemand anders zoo noodig een feestje wil vieren is er een te veel toch?

De vooroorlogsche steden waren natuurlijk ook niet altijd kalm en rustig.
Maar wel rustigER.
Er waren minder auto’s, muziek hoorde je alleen van een draaiorgel, de kerklok of de buren.
Zelfs als iemand bij een feestje de radio in een open raam zette dan hoorde je dat na een paar meter al niet meer.
Men had simpelweg nog niet echt de techniek om lekker asociaal te zijn.
Maar men had ook nog niet de behoefte om de ‘bas’ knop lekker omhoog te draaien.

En het is niet alleen de festivals, kermissen en groote feesten die overlast veroorzaken.
Gewone menschen zijn ook lekker bezig.
Keiharde muziek hoor je tegenwoordig vrij regelmatig en ook dan kijkt men vreemd op als je durft te klagen.
Een verjaardagsfeestje, barbecue, studenten, tot 2 uur ’s nachts muziek, schreeuwen op straat, dat moet toch kunnen?
Nou neen, niet zoo maar.
Stukje etiquette;
Als U zoo noodig een feestje moet vieren en U heeft buren dan brengt U hen eerst, dagen vantevoren, op de hoogte.
Dit mag mondeling maar ook per post.
U maakt duidelijk wanneer het feestje afgeloopen zal zijn en laat een telefoonnummer achter voor als er vragen of klachten zijn.
Oordopjes cadeau doen kan een leuk gebaar zijn.
Directe buren dient U ook uit te noodigen.
De muziek gaat uit of VEEL zachter op het moment dat U van tevoren had aangekondigd.
Een fatsoenlijke tijd hiervoor is 11 uur ’s avonds, 12 in het weekeinde.
Want U weet tenslotte niet of uw buren de volgende dag vroeg op moeten en hun slaap noodig hebben, ziek zijn of misschien kleine kinderen hebben.
De volgende dag een bedank briefje of kaartje voor de buren, een bloemetje en excuses als het allemaal toch wat later door ging of als U vermoed dat er toch wat overlast was.
Zoo gaat dat in een samenleving.
En een stukje etiquette voor de dames en heeren van het stadsbestuur;
Feesten en popconcerten in stadsparken; Neen.
Een stadspark is bedoeld als een oase van natuur en rust voor hen die daar in de groote stad zoo’n gebrek aan hebben.
Een feest kan men overal vieren, genieten van rust en natuur kan bijna nergens.

Als het U niet bevalt dan gaat U toch ergens anders wonen denkt U misschien.
Maar op die manier worden alle Amsterdammers die niet hip, jong, rijk of doof zijn langzaam de stad uitgewerkt net als ooit de ‘yuppen’ de Jordaan overnamen en er niets van het karakter van die prachtige volkschbuurt over bleef.
Maar goed, ik wil niets liever.
Ik hoor niet in den groote stad.
En ik vertrek dan ook zoo snel mogelijk.
Mochten er Amsterdammers zijn die genoeg hebben van mijn gemopper en van Amsterdam het liefst een groot pretpark voor het jonge grut zien veranderen dan mogen ze gerust een leuk klein oud huisje ergens in een rustig bosch voor me koopen.
Hebben ze nooit meer last van me.

2962969363_663dbd0498_b.jpg
0

De jacht naar een jaren ’30 geyser

Een van de concessies die ik doe als ‘jaren 30 juffrouw’ is dat ik wel graag warm water in huis heb.
Nou was het sanitair in Nederland eind jaren ’30 prima geregeld hoor, in 1920 waren nagenoeg alle Amsterdamsche wooningen al aangesloten op het gasnet en de meeste huishoudens gebruikte een gaskomfoor of -fornuis.
Maar warm water uit de kraan was toch nog niet voor iedereen weggelegd ook al werd het vanaf de jaren ’20 iets dat voor middenstands- en zelfs arbeidershuishoudens binnen bereik kwam.
Electrische boilers en Gasgeysers werden namelijk aangeboden door electriciteits-en gasbedrijven die op dat moment nogal in concurrentie met elkaar waren.
Er was dus heel veel propaganda en dat betekende dat de prijzen omlaag gingen en er af en toe een voordeel te behalen viel.
Zelfs voor een alleenstaande vrouw van de lagere middenstandsklasse/arbeidersklasse.

De woningwet en nieuwe ideeën over hygiëne en volkschhuisvesting zorgde er ook voor dat steeds meer bewoners in de grote steden gebruik konden maken van al deze nieuwe mogelijkheden.
Zoo kwamen doucheruimtes, of ‘natte cellen’ niet alleen veel vaker voor, ze waren zelfs bij wet verplicht voor iedere nieuwe wooning gebouwd na 1933.
Het paste allemaal prachtig bij de nieuwe sociale en progressieve ideeën die zoo typerend waren voor het Interbellum.

Vanaf de jaren ’20 bo de Gemeente Gasfabrieken hier in Amsterdam hun klanten allerlei nieuwe producten aan om zoo te concurreren met het electriciteitsbedrijf.
Er kwamen continue nieuwe producten op de markt en het was al snel duidelijk dat huishoudens vaak moesten kiezen tussen spullen die gas of electriciteit gebruikte.
In 1932 introduceerde GG de keukengeiser en het was een groot succes, meer dan de fabrieken konden leveren.
Helaas brachten de meeste huurders hem een jaar later al weer terug omdat ze te duur waren geworden in verband met de crisis!
Het aantal huishoudens met een Electrische nachtstroomboiler bedroeg in 1940 47.000, verder waren er ruim 4000 huishoudens met badgeiser, 2000 met douchegeiser en minder dan 2000 met een keukengeiser van de GG.
Kortom in 1940 had bijna 30% van de Amsterdamsche huishoudens warm water uit de kraan.
Dat is best veel en meer dan de meeste menschen misschien denken maar aan de andere kant staat dus die 70% Amsterdammers die nog steeds hun water op het fornuis moesten verwarmen of zelfs moesten koopen bij een waterstooker.

Dus ik heb een bevoorrechte positie en iets bijzonders in huis, maar geheel ongewoon is het toch weer niet.
Laten we daarom maar afspreken dat ik hem op afbetaling heb aangeschaft of huur bij het gasbedrijf.
Rond 1932 koste dat een kwartje per week, best veel maar ja, het badhuis is ook niet gratis.

Maar goed, genoeg historische achtergrond… ik heb er nu dus een!
Nou ja, bijna.
En het was me toch een avontuur om er een te vinden!

DSC00098

Al jaren kijk ik dagelijks op Marktplaats.nl om te zien of een van de dingen op mijn lange wenschlijstje toevallig aangeboden worden.
Een jaren ’30 geyser stond daarbij en eindelijk vond ik er een die te koop was.

Maar toen de postbode deze afleverde wilde ik weten hoe oud hij nu echt was en ging verder onderzoek doen.
Een emailtje naar Vaillant Nederland stelde helaas nogal teleur, volgens hen was mijn geiser uit 1947-1951.
Ze konden me niet vertellen of het ontwerp/model wel ouder was.
De archieven liggen waarschijnlijk in Duitschland of zijn door de Tommies gebombardeerd.
Ik vond het enorm jammer dat mijn geiser niet echt jaren ’30 was en natuurlijk heb ik veel liever een echte jaren ’30 geyser maar een die later gemaakt is en er precies hetzelfde uitziet is iets waar ik voorlopig mee kan leven tot ik een echte oude vinden kan.
Maar als het waar was wat de menschen van Vaillant Nederland beweerde en mijn geiser echt een typisch naoorlogsch model was, dan moest ie toch echt weer het huis uit.

Maar zoo snel gaf ik het niet op.
Als onderzoeker leer je al snel dat je bronnen niet klakkeloos moet geloven, zelfs als het om hele betrouwbare bronnen gaat.
En dan is dat moderne internet toch wel erg handig!
Net als de hulp van collega-tijdsreizigers.
Na flink wat zoeken vond ik een Duitsche folder uit 1938 met daarin mijn geiser!
Zonder hoedje erop maar onmiskenbaar hetzelfde ontwerp.

w9lpSyh1dtWG142481346602P8823

Vaillant Preisliste 38

Mijn geiser is dus model SH5 A, nou ja het kleinkind ervan want die van mij is SH5 A/R.
Dus van wat later, waarschijnlijk naoorlogsch.
De exacte geboortedatum is nog niet gevonden.
Desalniettemin weet ik nu zeker dat mijn geyser er authentiek uitziet en dus past in mijn jaren ’30 wooning.
Alleen experts zullen zien dat het naamplaatje en model misschien wat moderner is.

Ik zal hem dus in mijn keuken hangen, waarschijnlijk gewoon voor de sier want ik denk niet dat ik deze nog kan of zelfs mag gebruiken.
En gas is toch een beetje te link om mee te experimenteren.

Ondertussen blijf ik wel zoeken naar echte vooroorlogsch geyser.
Mocht U er een vinden, dan hoor ik graag van U!

 

Nou alleen nog een koelkast of ijskast en dan is mijn wooning zoo goed als compleet.

227868

Bronvermelding; De meeste historische feiten en cijfers komen uit het boekje; “Kachels, geisers en fornuizen” door Peter van Overbeeke.

2

Vaarwel Truus Menger-Oversteegen

Als kind zag ik de film ‘Het meisje met het rode haar’ en was enorm onder de indruk.
Er waren toen nog niet zooveel dappere vrouwen op televisie.
Ik was al vrij jong gefascineerd geraakt door de Tweede Wereldoorlog, had al veel gelezen en gezien en was blij dat ik nu dan ook een verhaal had gevonden met een strijdend meisje in de hoofdrol.

In latere jaren leerde ik dat ze niet de eenige vrouw in het Verzet was geweest en verslond de verhalen over deze dappere dames die hun leven riskeerde en soms offerde voor hun idealen.

Al meer dan 10 jaar treed ik als koerierster van het Verzet op in musea en laat de bezoekers dan zien hoe deze dappere vrouwen gekleed gingen, wat ze zooal bij zich hadden, wat er in de fietstas zit en vertel ze over hun werk tijdens de bezetting.
Hun aandeel in de strijd tegen den vijand wordt nog steeds ondergewaardeerd en het is een fijn gevoel daar een klein beetje iets aan te doen.
Het is leuk om kleine meisjes die er soms een beetje verveeld bij staan in zoo’n museum waar het vaak bijna alleen over de mannen gaat, te vertellen dat er ook meiden waren, soms niet veel ouder, die tijdens de oorlog ook echt iets deden.
Soms zie je bijna letterlijk hun interesse opeens aangewakkerd worden en wie weet hoeveel van hen na een gesprek met mij meer wilde weten over die periode en misschien echt iets geleerd hebben.
En dat is dan voornamelijk te danken aan vrouwen als Truus en Freddie want het zijn hun verhalen die ik aan de kinderen vertel.

Jaren terug werkte ik mee aan een documentaire voor Discovery Channel over het Nederlandsche Verzet, met een achtergrond in Televisie maken en al een beetje bekend als iemand die het een en ander wist over de Tweede Wereldoorlog, waren ze bij mij terecht gekomen.
Of ik kon helpen met het traceren van voormalige verzetsleden voor een interview.
Vol spanning nam ik contact op met verschillende organisaties en maakte afspraken met enkele voor mij toen al bekende namen en vond het zoo fantastisch dat ik met hen gesproken had, vooral Truus Menger wiens boek ik met ingehouden adem had gelezen.
Tot mijn grote vreugde vroeg Discovery Channel mij vervolgens of ik ook de interviews wilde doen!
En daar zat ik dan opeens, een paar weken later, oog in oog met mijn heldin.
De cameraploeg zag of hoorde ik niet meer en het was net alsof we alleen met ons tweeën daar in haar zitkamer zaten.
We praten over van alles en nog wat, ze merkte dat haar verhaal voor mij veel betekende en dat ik niet zoomaar een interviewer was.
Het was een heel bijzondere en emotionele middag waarbij we een paar maal moesten stoppen met filmen, niet alleen omdat Truus soms even emotioneel werd maar ook omdat de tranen bij mij over het gezicht liepen.
Wat heeft ze toch vreselijke dingen meegemaakt.
Ook na het interview kletste we nog door, ook met haar zus Freddie, ze signeerde haar boek voor me en Freddie vond toevallig een boek in de kast waar Hannie Schaft nog wat in had geschreven.
Ik was in de zevende hemel.

Tot mijn schande hoorde ik toen pas dat Hannie ieder jaar herdacht werd in Haarlem en ik besloot daar voortaan heen te gaan.
De eerste keer was ik onzeker en wist ik niet of ik wel welkom was.
Het voelde als een intieme bijeenkomst van haar vrienden en kameraden en het is natuurlijk raar als er opeens een vreemde in jaren ’40 kleeding op komt dagen.
Ik zat dus heel verlegen en stil achterin de kerk en wist na afloop niet zoo goed wat ik moest doen of zeggen maar Truus en Freddie herkende me en kwamen gelijk dag zeggen.
Ze vonden het heel leuk dat ik er was en wilde met me op de foto.
Gewaardeerd worden door je helden is heel wat, helemaal als ze je daarna aan hun kameraden uit het verzet voorstellen.
Het was een moment dat ik nooit vergeten zal.

Voortaan ging ik dus ieder jaar naar Haarlem en ik gaa nog steeds, als het mogelijk is.
Op een van de herdenkingen hadden Truus en Freddie enkele spulletjes meegenomen, een tasje van Hannie, een knijpkat, een stencilmachine, etc.
Na afloop van de herdenking moest het allemaal weer opgeruimd worden maar de deksel paste niet meer op de stencilmachine, wat ze ook probeerden.
Ik werd erbij gehaald en met een soepele klik was het zoo gepiept.
Truus pakte mijn arm en fluisterde; “Nou heb je ook een beetje met ons in het verzet gezeten.’ en gaf me lachend een dikke knipoog.
Ik bleef de hele weg naar huis grijnzen als een idioot.

Door de jaren heen heb ik Truus en haar zus Freddie meerdere malen mogen ontmoeten, altijd was het leuk, gezellig en indrukwekkend.
Een vriend en ik zijn ook nog een keer met ze uit eten geweest waarbij we deze dames voor onszelf hadden.
Een hele bijzondere avond.

Voor Truus was ik waarschijnlijk gewoon die vreemde dame die er ouderwetsch bijloopt en altijd een beetje verlegen achterin zit bij de herdenking.
Maar wat Truus voor mij betekende (en Freddie nog steeds voor me betekend) kan ik eigenlijk niet in woorden uitdrukken.

Vrienden, familie en voormalige kameraden uit het verzet, gecondoleerd.

Bon Voyage Truus, ik zal je missen.

2062555277_170b25645b_b

Truus rechts, Freddie links en ik in het midden tijdens de Hannie Schaft herdenking in Haarlem.

1

Voor alle goede vaderlanders die wel herdenken; het verhaal van Koentje.

Het is 4 Mei, in Nederland gedenkt dan iedere goede vaderlander de dooden die zijn gevallen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Vooral denken we dan aan onze eigen Nederlandsche slachtoffers maar voor mij gaat het die dag om alle slachtoffers van die waanzin.
Want dat wij nu vrij zijn hebben we te danken aan jonge menschen uit Canada, America, Frankrijk, Polen, Engeland en nog vele andere landen.
Zelf heb ik mijn leven te danken aan Sikh & Gurkha troepen die het kamp van mijn oma bevrijdde.

Ieder jaar is er altijd wel wat gemopper als de een of andere aandachttrekker die meestal veel te veel met zichzelf bezig is,  roept dat het maar genoeg moet zijn met die herdenking, dat ze er niet aan mee doet of dat het allemaal hypocriete onzin is.
Dat kun je die menschen niet al te kwalijk nemen, sommige lieden zijn nou eenmaal niet goed opgevoed, hebben geen goede geschiedenis lessen gekregen of zijn gewoon niet zoo goed in medeleven, logica of fatsoen toonen.
En natuurlijk maakt ons dat boos maar vergeet niet dat sommigen hier in de jaren ’50 al wilde stoppen met herdenken!
Fatsoenlijke lieden zullen gewoon door gaan met het geven van het goede voorbeeld en het verleden nooit vergeten.

Dat er steeds minder menschen zijn die zich realiseren hoe belangrijk de herdenking is en hoe groot de invloed van die oorlog op ons dagelijks leven nog steeds is, is zorgwekkend en deprimerend.
En daarom is het belangrijk, misschien wel meer dan ooit, dat we er voor zorgen dat iedereen daar goed over na blijft denken en praten.
En misschien is het ons aller taak om goed uit te leggen waarom dat allemaal zoo belangrijk is.
Maar al die miljoenen slachtoffers herdenken is moeilijk, hoe groter het cijfer des te vager de gezichten van deze menschen worden.

Daarom denk ik iedere 4 Mei aan individuen, natuurlijk mijn eigen familieleden die het in de jappenkampen en bezet Nederland zwaar te verduren hadden, maar ook aan menschen over wie ik toevallig ooit gelezen heb of wiens foto me in het geheugen gebrand staat.

Vandaag wil ik het daarom hebben een jong slachtoffertje van de oorlog.

In October 1942 wordt er een vondeling afgeleverd bij de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam waar op dat moment alle Joodsche kinderen zitten die samen met hun ouders opgepakt zijn en wachten op transport.
De volwassenen zitten dan in de schouwburg.
Het kleine ventje krijgt de naam Remi, naar de knaap uit het boek ‘Alleen op de Wereld’, want niemand wist wie hij echt was.

576280_10150900061184612_398825768_n

De knul is gelijk geliefd, iedereen is gek op hem, zelfs de Duitse soldaten die het gebouw bewaken.
Een van hen breng Remi zelfs speelgoed.

De situatie in de crèche was natuurlijk vreselijk, kinderen waren gescheiden van hun ouders en begrepen weinig van wat er nu aan de hand was.
Bang, eenzaam en verward zaten ze hun noodlot af te wachten.
Gelukkig zorgde de medewerkers van de crèche erg goed voor de kinderen en dankzij samenwerking met het verzet zijn honderden van de kinderen onder het oog van de Duitschers meegesmokkeld en gered.
Maar juist omdat iedereen Remi kende kon hij niet gered worden, zijn verdwijning zou opvallen.

Pas zestig jaar later herkend de broer van Remi zijn foto en wordt zijn echte naam bekend; Koenraad Huib Gezang.
Een jongetje uit een grote familie en hecht gezin waarvan vader in de meidagen als soldaat nog tegen de Duitschers strijd.
Tijdens de bezetting besluit de familie onder te duiken, plek voor een heel gezin is niet te vinden dus moeten de kinderen zich ergens anders verstoppen, alleen, zonder hun ouders.
Koentje gaat bij een tante woonen.

Het lukt de vader van Koentje naar Frankrijk te vluchten en hij probeert zijn gezin daar ook heen te krijgen, dat lukt alleen met Edward, de 12 jarige broer van Koentje.

Moeder wordt in 1943 vergast in Sobibor.

Maar wat er met zijn broertje gebeurd is krijgt Edward niet te hooren, net als in veel gezinnen wordt er gewoon niet meer over de oorlog gepraat, het is te pijnlijk.
Pas jaren later wordt het verhaal van Koentje en zijn echte naam bekend.

Koentje gaat van onderduikadres naar onderduikadres en uiteindelijk bedenkt men een plan om hem te redden.
Hij wordt als vondeling op de stoep bij een goede familie achtergelaten, zij zouden het kind dan officieel aangeven en adopteren.

Maar het plan werkte helaas niet.
De Politie en de Duitschers waren argwanend en dachten dat hij Joodsch was, ook al was hij niet besneden.
Het gebeurde namelijk wel vaker en dus kwam er een nieuwe beschikking; ieder vondelingetje werd automatisch als Joodsch bestempeld.
De menschen die hem “vonden” probeerde van alles om ‘Remi’ terug te krijgen maar het mocht niet baten, Remi moet naar de crèche.

Na een half jaar in de crèche word kleine Remi ook op transport gezet, eerst naar Westerbork en dan naar Sobibor.
Een bang, verward en eenzaam jochie van anderhalf jaar oud, van kamp naar kamp.
Heeft iemand hem geadopteerd, zijn handje vast gehouden, hem opgetild tijdens deze lange reis?

In Sobibor is hij vergast, we zullen nooit weten of iemand hem in die laatste momenten getroost of omarmd heeft.
Ik heb besloten dat te geloven omdat het beeld van hem moederziel alleen tot het bittere einde mij te veel pijn doet.

Ik geloof niet in een leven na de dood maar tegen beter weten in hoop ik toch dat zijn mamma, die enkele weken eerder op dezelfde plek vermoord was, op hem stond te wachten.

Koentje was slechts een van de 18.000 Nederlandsche kinderen toen vermoord.
Meer foto’s en verhalen van deze kinderen in dit indrukwekkende boek dat ik zelf helaas nog niet betalen kan maar waar ik voor spaar;

https://www.bol.com/nl/p/in-memoriam/1001004011850504/

Kijk hier een documentaire over Koenraad;
http://www.npo.nl/kruispunt/12-02-2012/RKK_1509584

Vanavond om 8 uur denk ik aan Koentje en zijn familie.
U mag natuurlijk zelf bepalen aan wie of wat U denkt, zoolang U maar herdenkt.
Want ze verdienen herdacht te worden en niet alleen omdat er vandaag de dag nog steeds duizenden kinderen als Koentje zijn die ook zoo’n vreselijk lot ondergaan.

Bent U iemand die vind dat het niet noodig is of heeft U er zelfs een probleem mee, dan heb ik liever dat U mijn blog maar niet meer volgt, zal ik uw hand niet schudden en bent U niet welkom in mijn huis.

Sterkte vanavond.

3

Overlast? Wen er maar aan, hoort er bij.

De FNV viert vandaag 1 Mei in het Oosterpark, vlak bij mijn huis.
Ouderwetsch als ik ben denk ik dan aan stoere arbeiders die met eelt op hun knuisten lange rijen vormen, den Roode vaandels doen wapperen en met een brok in de keel de oude arbeidersliederen zingen of luisteren naar een reede van een kameraad over hoe het allemaal anders moet.
Maar neen.
Tegenwoordig is het een feestje.
Lieden in spijkerbroek en fel gekleurde polyester shirtjes banjeren door het park met een hamburger in de eene hand en een cola in de ander.
Een of ander type springt op en neer op een enorm podium en rapt of hip hopt het een en ander met een fijne zware bas.
Voor dit feestje is het hele park ingenomen, buurtbewoners kunnen er niet meer terecht voor hun zondagsrust, wandeling met de hond of om de kinderen te laten voetballen.
En de hele buurt mag fijn meegenieten van de herrie.
Zelfs met balkondeuren en ramen dicht dreun ik hier bijna van de divan.
Geen middagdutje, geen rust, niet even een boekje lezen of me concentreren op kousen die gestopt moeten worden.
 
Tja dat hoort tegenwoordig bij het leven in de stad blijkbaar, we moeten maar accepteren dat evenementen die logischerwijs overal plaats kunnen vinden behalve in een drukke stad, nu toch plaats moeten vinden in een klein parkje om de hoek.
En heb vooral niet het lef om te”zeuren” over danslokalen die om 4 uur ’s ochtends nog door feesten, of dat er dronken lieden overlast veroorzaken, dat er menschen naakt in het park zonnen, dat iedereen een ton afval achter laat, neen dat hoort bij het stadsleven…
En dan denkt U dat Wethouders het voor de burgers opnemen?
Nee hoor, niet als ze van D66 zijn;
13094243_1204495786242243_1162321024525608560_n

Foto: Herstel Oosterpark

 
Dan is het inderdaad misschien beter om even te vergeten dat zelfs Amsterdam nog niet zoo lang geleden in ieder geval op Zondag vaak zoo lekker rustig was.
Dat Amsterdammers toen nog gezellig gingen flaneren, niet van de sokken gereden werden, dat alleen de bel van een fiets of tram je af en toe deed opkijken, dat kinderen nog op straat konden spelen en niet alles en iedereen moest wijken voor de eeuwige commercie.
Screen Shot 2016-05-01 at 17.24.48
Natuurlijk was de stad vroeger ook niet altijd rustig en demonstraties en feesten veroorzaakten ook toen wel herrie en overlast.
Maar toch was het anders.
Er waren nog geen tonnen zwerfafval omdat de commercie er niet boven op sprong met patatkramen en reclame petjes en stickers.
En ook bracht men meestal nog geen enorme geluidsinstallatie mee.
Als je wilde hooren wat je leider zei dan moest je maar stil zijn en die muziek hoorde je heusch wel.
Een microfoon, een enkele luidspreker, verder ging het zelden.
Maar tegenwoordig moet men voor alles een hele berg techniek uit de schuur halen en er goed voor zorgen dat het fyne gedreun tot heinde en verre leuk te hooren is.
En zelfs als er overlast is… dan is dat toch een stuk beter te pruimen als het veroorzaakt wordt door koene arbeiders met opgerolde mouwen en platte petten.
Zooals het hoort!
4699674340_e09e5c53ee_o
 
Rust, rust, rust.
Hoog tijd dat ik mijn koffers pak.
Mocht U nog een huisje ergens in het bosch voor me weten, dan hou ik me aanbevolen.