7

Ik begin een nieuw, maar ouderwetsch, leven! Vaarwel Amsterdam.

Al jaren droom ik ervan om een nieuw leven te beginnen, weg uit de grote stad met zijn herrie, vervuiling, asociaal gedrag en allerlei moderne plagen.
Dat deze droom werkelijkheid zou worden was onwaarschijnlijk, in ieder geval niet de komende jaren.
Maar maar mijn lieve ouders begonnen ook enthousiast te worden over mijn droom, het was voor hen toch ook wel erg leuk om de beschikking te hebben over een mogelijke vacantie-wooning, werk-schuur, grote tuin, ergens in oost of noord Nederland.
Na lang zoeken vonden we opeens het perfecte huisje en met wat hulp en gereken is er een manier gevonden voor mij om dat huisje te huren!

1a.jpg

Het huis ligt even buiten vestingstad Bourtange, aan de Duitsche grens.
Een fantastische omgeving waar ik veel van gaa genieten op mijn oude Simplex fiets.
Want ook al gaat mijn leven nu compleet veranderen… ik blijf natuurlijk gewoon ouderwetsch!

Maar in plaat van stadsjuffer word ik nu een plattelander!
En U mag langs koomen.

De boerderij is vooroorlogsch en heeft een flink stuk land erbij en zelfs een klein gastenverblijf boven de garage.
Het zal veel werk worden maar uiteindelijk is het de bedoeling dat de boerderij weer zoo goed als mogelijk in originele staat terug gebracht gaat worden.
Een jaren ’30 boerderij, met moestuintje, boomgaard, een paar dieren erbij, leuke nostalgische vacantiewooning en plek voor een paar tenten.

Ik zal proberen verslag te doen van mijn avonturen daar en de verbouwingen, renovatie, aanleggen van de moestuin, plukken van de appels, zelf cider maken, etc.
Dat doe ik dan hier op deze website maar misschien ook lekker modern op “youtube”.
Wie weet!

1.jpg

En zoodra het vacantiehuisje en ik er klaar voor zijn, zal ik dat ook met U allen delen, want ik denk dat er onder U misschien wel enkelen zijn die het leuk vinden een keer langs te koomen in het verleden.

Hoe dan ook, de beslissing is genomen, contracten ondertekend, het is zeker en ik begin met inpakken.

Ik hoop dat U mij met evenveel plezier blijft volgen nu ik een nieuwe weg in sla.

DSC00300.JPG

Advertenties
0

Verloren namen van Joodsche Asterdammers

Via via kwam dit bericht mij ter ore en ik wilde het graag met U delen.

Kunt U helpen?

De nazi’s vernietigden vanaf medio 1942 bij papierfabriek Van Gelder in Wormer alle minder waardevol geachte papieren bezittingen van Amsterdamse joden. Tot de zeer weinig geredde eigendommen daar behoort een foto-album waaruit onder meer bijgaande foto’s komen. Maar wie zijn deze Amsterdammers?

Bekend is alleen dat er bevriend contact was tussen hen en de in 1938 naar Nederlands-Indië geëmigreerde Siegfried Eduard Rappaport (1914-1943), die voor de oorlog woonde in de Jan Willem Brouwersstraat 21.

Wie herkent bijgaande joodse Amsterdammers, wellicht vader en kind/kinderen? Informatie is welkom via 075-6313819 en info@schaapschrijft.nl.

Verder verspreiden van deze oproep zou fijn zijn.

20664984_499545140437914_8631342026096235313_n20769961_499545203771241_2793485889090551779_n20800221_499545257104569_1412956052271835798_n

0

Vandaag in 1939 overleed Louis Davids, een van onze grootste artiesten

Het is droevig maar waar, de naam Louis Davids zal veel menschen weinig zeggen.
En dat terwijl hij toch een van de populairste artiesten van ons land is geweest en een bijzonder grote invloed heeft gehad op onze cultuur
.
Samen met zijn zus Heintje waren ze razend bekend in vooroorlogsch Nederland, ze deden cabaret, liedjes, radio en verschenen zelfs op het witte doek.
Zelfs luister ik nog met zeer grote regelmatig naar zijn opnames.

Het liedje waar hij het beroemdste om werd was het helaas nog immer actuele ‘De kleine man’ maar hij nam zoo veel prachtige nummers op.
Denk bijvoorbeeld aan ‘Kindervragen’, ‘Weekend in Scheveningen’, ‘Naar de bollen’, ‘De Scheveningse zee’, ‘De olieman heeft een Fordje opgedaan’, ‘Weet je nog wel oudje’, ‘In de Jordaan’ en natuurlijk ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent’.
Zelfs zij wie de naam Louis Davids niets zegt kennen sommige van deze liedjes nog.

Zijn dood op veel te jonge leeftijd maakte veel indruk en ons land was in rouw.
Dankzij  de fantastische ‘Delpher kranten‘ website kan ik hier met U delen hoe het nieuws van zijn overlijden in de krant vermeld stond;

Louis Davids overleden.
Unieke figuur in de caberet-wereld.

266px-louis_davids

 

2

Vandaag herdenk ik de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en niets anders.

Op 4 herdenkt iedere goede vaderlander de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Ik neem dat heel serieus en vind echt dat als je als Nederlander geen aandacht schenkt aan ons verleden en dan vooral die duistere oorlogsjaren, dat je geen goede Nederlander bent.
En ja dan kijk ik naar die personen die straks om 8 uur niet stil zijn of erger die gewoon doorrijden, ongeduldig mopperen als ze niet langs een herdenking kunnen of die hun desinteresse niet voor zich kunnen houden.

Als je ons verleden niet kent zul je ons volk nooit begrijpen en ik heb simpelweg geen tijd voor menschen die denken dat dat niet belangrijk is.

Maar wat moeten we herdenken?

De oorlog is zoo’n groot verhaal, zoo’n enorme gebeurtenis en heeft zoo veel levens verwoest.
Het heeft een litteken achter gelaten in de ziel van onze volk en dat van volkeren en landen over de hele wereld.
Maar miljoenen dooden, oorlog, geweld, opoffering, heldendaden, verraad, verdriet in een gebeurtenis die een invloed had die we vandaag de dag nog internationaal voelen is voor sommigen blijkbaar niet genoeg voor een paar minuten stilte.

Al jaren zijn er lieden die vinden dat we maar eens verder moeten, dat die herdenking niet meer noodig is of dat het nu zoo lang geleden is dat we er allerlei andere onderwerpen met de haren bij moeten sleuren.
Politici en menschen die zoo bezeten zijn door hun eigen standpunten of problemen dat ze niet begrijpen dat de rest gewoon even stil wil staan bij die oorlog.

Het is absoluut onbegrijpelijk dat we in Nederland niet gewoon kunnen doen wat ze in vele andere langen wel doen, soms al eeuwen lang; namelijk stil staan bij een enkele gebeurtenis en het fatsoen hebben om niet over je eigen sores of politieke standpunten te beginnen.In andere landen worden oorlogen, conflicten en rampen herdacht zonder dat er iemand bij komt staan met een spandoek voor een heel ander iets of dat een politicus er in een toespraak over begint wat er nou weer aan de hand is in een of ander ver land.Begrijp me goed, het gaat me niet om de standpunten die deze menschen hebben, meestal, vaak zelfs, ben ik het met ze eens en zal minstens hun recht om hun standpunt uit te dragen verdedigen.Maar voor alles is een tijd en plaats en de herdenking van een van de grootste oorlogen ooit is hier niet geschikt voor.Als we de slachtoffers van de Titanic gaan herdenken moeten we dan ook die van latere scheepsrampen herdenken of moeten we dan ook aandacht schenken aan een of ander hedendaagsch conflict in een ver land?
Of mogen we gewoon even een paar minuten in ons drukke leven opzij zetten om te denken aan die gruwelijke ramp in 1912?Zoo onredelijk en waanzinnig komt het om mij over iedere keer als er weer iemand over iets anders herdenken begint dan de Tweede Wereldoorlog op 4 mei.Neen, 4 Mei herdenk ik de gevallenen van 1939-1945 want dat conflict op zich zelf is genoeg om even een paar minuten aandacht per jaar te verdienen.
Minstens.
Iedereen die met andere zaken op de proppen komt beledigt mij daarmee persoonlijk.
En het moet maar eens uit zijn.
Als andere landen zonder gehannes al decennia bepaalde historische conflicten en gebeurtenissen kunnen herdenken zonder gedonder dan moeten wij dat ook kunnen.
En als ook U alleen de oorlog wilt herdenken en niets anders, staa daar dan ook voor.
Laat het weten, deel dat standpunt met uw kennissen en vrinden en laat U geen schuldcomplex aanpraten dat we vandaag even minder aandacht hebben voor al die andere vreselijke dingen.Een wereldoorlog met miljoenen slachtoffers, een gebeurtenis die nog dagelijksch een invloed heeft op onze wereld, is genoeg reden om een paar minuten bij stil te staan!
Het is schandalig en obsceen dat er menschen zijn die denken dat het een goed moment is om er iets heel anders bij te betrekken.Hedendaagse oorlogen, terrorisme, vluchtelingen, politieke spanningen, etc, etc, daar hebben we het morgen weer over.
Maar nu even niet.Vandaag is voor vroeger.
Even een stop op de hedendaagsche spanningen, even rust, even stilte, even nadenken over waar we vandaan komen, wie onze voorouders waren en wat zij doorstonden.
Even een moment voor de mannen, vrouwen, jongens en meisjes van over de hele wereld die alles riskeerden en vaak gaven voor onze vrijheid.
En hun ouders die misschien een nog groter offer gaven; hun kinderen.Ik schreef al eerder over mijn familie.
Ik ben me er enorm van bewust dat ik mijn leven te danken heb aan de samenwerking van vele duizenden Geallieerde soldaten, piloten, matrozen, hun commandanten, de politici, de vrouwen in de munitie fabrieken, hun ouders maar vooral de jongens die letterlijk het kamp van mijn Oma binnen marcheerde om de Jap te vertellen dat het uit was met de martelingen en mishandelingen en dat mijn Oma nu vrij was.
En de Canadeeschen die Nederland bevrijde en de Mof vertelde dat het uit was met hun terreur en honger.Voor mij gaat het niet alleen om het dankbaar zijn voor vrijheid en democratie.
Ik heb aan al die menschen van verschillende geloven, nationaliteiten, huidskleuren en afkomsten mijn leven te danken, letterlijk.
En helaas weet een erg groot deel van het Nederlandsche volk niet eens dat als de oorlog een paar maanden, weken of zelfs dagen langer had geduurd, dat zij er dan ook niet waren.Zooals ieder jaar staa ik niet alleen stil bij dat hele grote onderwerp van de oorlog en die grote aantallen slachtoffers maar ook bij enkele individuen.
Want wie kan zich echt iets voorstellen bij miljoenen dooden?
Ik probeer ieder jaar specifiek een of meerdere nieuwe personen op te zoeken waar ik tijdens mijn minuten stilte even aan denk naast al die anderen.Vandaag om 8 uur schenk ik aandacht aan een gezin, volslagen vreemden maar die mij toch heel erg na staan;
De familie van de Kar.
Zij woonde in 1941 namelijk in mijn wooning maar werden allen door de Nazi’s vermoord.

Isaäc van de Kar
Amsterdam, 22 oktober 1883 – Auschwitz, 15 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 58 jaar

Rachel van de Kar-Wijnschenk
Amsterdam, 3 juni 1886 – Auschwitz, 15 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 56 jaar

Simon van de Kar
Amsterdam, 5 maart 1919 – Auschwitz, 31 augustus 1943
Bereikte de leeftijd van 24 jaar  Beroep: Kleermaker

Rebecca van de Kar
Amsterdam, 7 september 1911 – Auschwitz, 15 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 31 jaar  Beroep: Naaister

Ook de kinderen die toen niet bij hen in mijn huis woonde zijn vermoord;

Klara van der Sluis-van de Kar
Amsterdam, 23 november 1912 – Auschwitz, 3 december 1942

Flora Kooker-van de Kar
Amsterdam, 18 oktober 1906 – Auschwitz, 15 oktober 1942

Isidoor van de Kar
Amsterdam, 5 augustus 1908 – Midden-Europa, 9 mei 1945
Bereikte de leeftijd van 36 jaar  Beroep: Typograaf

En zelfs hun kleinkinderen waren niet veilig;

Henriette van der Sluis
Amsterdam, 21 september 1929 – Auschwitz, 3 december 1942
Bereikte de leeftijd van 13 jaar

Marcus van der Sluis
Amsterdam, 4 april 1937 – Auschwitz, 3 december 1942
Bereikte de leeftijd van 5 jaar

Ik weet eigenlijk niets van ze, heb nog steeds geen kans gezien hun dossier in te kijken of eens goed onderzoek naar ze te doen.

4

Onderzoek naar de worteldoek

Sinds wanneer hangen we in Nederland worteldoeken boven de kachel?
Ik heb hier een beetje onderzoek naar gedaan en kom (tot nu toe) tot 1923 als eerste vermelding van dit gebruik maar het eerste bewijs van de wel bekende versieringen die men over deze doeken hingen komt pas uit de jaren ’50.

Hieronder een verslag van mijn onderzoek, misschien niet reuze spannend maar als ik me eenmaal ergens in vastbijt dan moet en zal ik doorgaan tot ik er het fijne van weet of niet verder kom.

De worteldoek noemde men ook wel palmdoek, , Friesche doek, Fransche shawl, Turksche shawl, Nuzzik, Neuzik of Neusdoek, etc.
In de 17e eeuw kwamen deze doeken vanuit Kasjmir naar Europa en werden een enorme rage als omslagdoek die wat comfortabeler was dan de zware lange mantels die ook minder goed bij de wijde rokken paste.
Dankzij hun enorme populariteit begon men ze ook in Europa te fabriceren, niet van fijne dunne stof zooals in Kasjmir maar dikker en stugger, maar vooral ook van goedkoper en practischer materiaal. Deze productie kwam voornamelijk voor in Engeland en Frankrijk, hierdoor ging de prijs enorm omlaag en werden de doeken door bijna alle lagen van de bevolking gedragen.
De naam is waarschijnlijk afgeleid is van een zeer bekend patroon dat men Boteh of Mir motief noemde, oftewel het dennenappel-, of amandelmotief.
In het Engelsch vooral bekend als paisley motief maar wij in Nederland noemde dat patroon een wortel.
Een andere mogelijke oorsprong is dat Duitsche seizoensarbeiders de doeken gebruikte als knapzakken waar ze hun eten in vervoerde, o.a. dus wortels.

Het schilderij ‘Zwaantje Schefer met spoormandje’ (ca. 1855 – 1885) laat goed zien hoe dit er toen uitzag.

Waarom de doek ook wel palmdoek genoemd werd weet ik niet maar dat kwam ook weer van het motief afgeleid zijn, ook de oorsprong van neusdoek is mij onbekend maar ik ben wel tegengekomen dat de doek gebruikt werd in een verhaal (De Preanger-bode 20-01-1914) dat een oude dame haar tranen met de doek dept, dus misschien is de oorsprong van deze bijnaam het ook gebruiken van de palmdoek als een soort van zakdoek.

Eind 19e eeuw waren ze al uit de mode maar kwam je ze nog wel vaak tegen, vooral bij arbeidersvrouwen en oudere dames.
Doordat ze steeds minder gedragen werden lagen er dus meer en meer op zolderkamers en in linnenkasten opgeslagen.
Hierdoor werden ze uiteindelijk ook weer vaak opnieuw gebruikt en kregen ze een tweede leven.

In het tijdschrift “Op de hoogte” van Juli 1919, is te lezen dat een palmdoek als kleedje over enkele kistjes ligt gedrapeerd in een ‘artistiek’ interieur.
Rond die periode werd de worteldoek ook voor het eerst op de schoorsteenmantel gedrapeerd, tenminste de oudste bron die ik (tot nu toe) gevonden heb (Algemeen Handelsblad 20-01-1923) spreekt hier van.
Het leek zelfs toen al vrij gebruikelijk maar er is nog geen melding van wat men er zooal bij hing.

jakje

Allerlei zaken uitstallen op en tegen de schoorsteenmantel was al wel een gewoonte maar ik kan maar een bron vinden waarin dit waarschijnlijk gebeurt bij een worteldoek.
In een ingenieuze en leuke tip ( Het Centrum 17-09-1927 ) betreffende het bouwen van een geheime bergplaats op de schoorsteen verbergt men deze met behulp van een “sarong…//…zoo’n antieke shawl”.
Het is waarschijnlijk dat men hier de worteldoek mee bedoelde.

Maar de eerste bron waarvan ik 100% zeker kan zeggen dat iemand in Nederland toen een worteldoek over de schoorsteen drapeerde met een decoratie erover heen (in dit geval een schilderijtje) is en bomschade foto (De Telegraaf
22-08-1940).

screenshot_48

Ik kan helaas  (nog niet) bewijzen dat men voor de jaren ’50 ook al de zoo bekende spulletjes over de worteldoek hangen die veel menschen nog kennen uit hun jeugd.
En dan heb ik het over souvenirs uit Nederlandsch Indie,
zooals de koperen salamanders, ook wel Tokèh (eigenlijk een Gekko-hagedis soort) of Tjitjak genoemd, een Kris (gegolfde dolk), een koperen spin etc.
Maar ook aandenken en verzamelobjecten met andere achtergronden, bijvoorbeeld een koperen mijnwerkerslampje, een ingelijst kunstwerkje, wandbordjes, spiegels, familiefoto’s enz.
Soms werden deze spulletjes gebruikt om de doek mooi te draperen en vast te zetten.
In de jaren ’50 was dit zoo populair dat het wel leek alsof ieder Nederlandsch huishouden deze doek boven de kachel had hangen, maar rond de jaren ’60 begon men deze decoratie als wat ouderwetsch te zien.
In de jaren ’70 noemde men het al burgerlijk en kwam je ze in moderne en jonge huishoudens al niet meer tegen.

screenshot_62

Aangezien mijn huis volledig jaren ’30/’40 is ingericht en mijn levensstijl op die periode gebaseerd is, wilde ik weten of het authentiek en historisch correct was om zoo’n doek boven de schoorsteen te hangen en vanaf wanneer dit voor kwam.
Vandaar mijn onderzoek.

Op dit moment kan ik dus bewijzen dat deze doek in Nederland al in de jaren ’20 tegen de schoorsteen gedrapeerd werd maar voor het ophangen van souvenirs als een salamander of spin heb ik alleen bewijs van naa de oorlog.
Wat overigens wel logisch is aangezien toen natuurlijk veel Indiegangers terug naar Nederland kwamen.

Maar ik blijf zoeken en hoop eigenlijk toch nog uit te vinden dat men dit ook voor de oorlog al deed.
Mocht U meer informatie of verhalen hebben dan hoor ik graag van U

U kunt mijn bronnen en gevonden afbeeldingen hier raadpleegen (klik).

0

Overlast van festival in het park; dat is tegenwoordig normaal…

Vandaag zit ik de hele dag in de achterkamer met alle deuren en ramen dicht.
Dat is best jammer want ook al ben ik niet zoo gek op de zon, ik hou wel van frissche lucht.
Maar ja, ik woon in de groote stad, het is 2016 en dus leef ik in een tijd waarin stadsbestuur denkt dat een stadspark, oorspronkelijk bedoeld als groene oase voor het volk, een prima locatie is voor een popconcert of festival.
En omdat het 2016 is denken menschen dat je geen feestje meer kunt vieren zonder enorme geluidsinstallatie, een dikke ‘bas’ en veel gebonkebonkboemknalboink.
En dan hebben we het nog niet eens over de puinhoop die men achterlaat, overlast door extra verkeer en de schade aan de natuur.
Een muziekkapel, fanfare of gewoon dansorkest zonder versterking is blijkbaar niet meer voldoende.
Ik weet niet waarom, misschien omdat men het tegenwoordig zoo leuk vind tijdens het dansen te schreeuwen of omdat men zoo veel naar harde muziek luistert en koptelefoons draagt dat het gehoor ook niet meer is wat het was.

Hoe dan ook, de hele buurt mag ‘meegenieten’.
Tja, tegenwoordig mag je als Nederlander ook al niet meer klagen ook al is dat juist een van onze sterkste eigenschappen.
Neen, dat moet je maar accepteren, dat hoort er nou eenmaal bij, dat is het leven in de groote stad, dat is normaal.
Ja net als in het openbaar uw behoefte doen, op de stoep fietsen, vandalisme, bedreigt worden, schelden, en zoo verder?
Ja we moeten alles goed vinden tegenwoordig maar we zijn wel verbaast als we opeens in een verharde asociale maatschappij leven.

Gelukkig komt dit niet al te vaak voor, maar ja, iedere dag dat je als het ware jezelf moet verstoppen in een achterkamer omdat iemand anders zoo noodig een feestje wil vieren is er een te veel toch?

De vooroorlogsche steden waren natuurlijk ook niet altijd kalm en rustig.
Maar wel rustigER.
Er waren minder auto’s, muziek hoorde je alleen van een draaiorgel, de kerklok of de buren.
Zelfs als iemand bij een feestje de radio in een open raam zette dan hoorde je dat na een paar meter al niet meer.
Men had simpelweg nog niet echt de techniek om lekker asociaal te zijn.
Maar men had ook nog niet de behoefte om de ‘bas’ knop lekker omhoog te draaien.

En het is niet alleen de festivals, kermissen en groote feesten die overlast veroorzaken.
Gewone menschen zijn ook lekker bezig.
Keiharde muziek hoor je tegenwoordig vrij regelmatig en ook dan kijkt men vreemd op als je durft te klagen.
Een verjaardagsfeestje, barbecue, studenten, tot 2 uur ’s nachts muziek, schreeuwen op straat, dat moet toch kunnen?
Nou neen, niet zoo maar.
Stukje etiquette;
Als U zoo noodig een feestje moet vieren en U heeft buren dan brengt U hen eerst, dagen vantevoren, op de hoogte.
Dit mag mondeling maar ook per post.
U maakt duidelijk wanneer het feestje afgeloopen zal zijn en laat een telefoonnummer achter voor als er vragen of klachten zijn.
Oordopjes cadeau doen kan een leuk gebaar zijn.
Directe buren dient U ook uit te noodigen.
De muziek gaat uit of VEEL zachter op het moment dat U van tevoren had aangekondigd.
Een fatsoenlijke tijd hiervoor is 11 uur ’s avonds, 12 in het weekeinde.
Want U weet tenslotte niet of uw buren de volgende dag vroeg op moeten en hun slaap noodig hebben, ziek zijn of misschien kleine kinderen hebben.
De volgende dag een bedank briefje of kaartje voor de buren, een bloemetje en excuses als het allemaal toch wat later door ging of als U vermoed dat er toch wat overlast was.
Zoo gaat dat in een samenleving.
En een stukje etiquette voor de dames en heeren van het stadsbestuur;
Feesten en popconcerten in stadsparken; Neen.
Een stadspark is bedoeld als een oase van natuur en rust voor hen die daar in de groote stad zoo’n gebrek aan hebben.
Een feest kan men overal vieren, genieten van rust en natuur kan bijna nergens.

Als het U niet bevalt dan gaat U toch ergens anders wonen denkt U misschien.
Maar op die manier worden alle Amsterdammers die niet hip, jong, rijk of doof zijn langzaam de stad uitgewerkt net als ooit de ‘yuppen’ de Jordaan overnamen en er niets van het karakter van die prachtige volkschbuurt over bleef.
Maar goed, ik wil niets liever.
Ik hoor niet in den groote stad.
En ik vertrek dan ook zoo snel mogelijk.
Mochten er Amsterdammers zijn die genoeg hebben van mijn gemopper en van Amsterdam het liefst een groot pretpark voor het jonge grut zien veranderen dan mogen ze gerust een leuk klein oud huisje ergens in een rustig bosch voor me koopen.
Hebben ze nooit meer last van me.

2962969363_663dbd0498_b.jpg
0

De jacht naar een jaren ’30 geyser

Een van de concessies die ik doe als ‘jaren 30 juffrouw’ is dat ik wel graag warm water in huis heb.
Nou was het sanitair in Nederland eind jaren ’30 prima geregeld hoor, in 1920 waren nagenoeg alle Amsterdamsche wooningen al aangesloten op het gasnet en de meeste huishoudens gebruikte een gaskomfoor of -fornuis.
Maar warm water uit de kraan was toch nog niet voor iedereen weggelegd ook al werd het vanaf de jaren ’20 iets dat voor middenstands- en zelfs arbeidershuishoudens binnen bereik kwam.
Electrische boilers en Gasgeysers werden namelijk aangeboden door electriciteits-en gasbedrijven die op dat moment nogal in concurrentie met elkaar waren.
Er was dus heel veel propaganda en dat betekende dat de prijzen omlaag gingen en er af en toe een voordeel te behalen viel.
Zelfs voor een alleenstaande vrouw van de lagere middenstandsklasse/arbeidersklasse.

De woningwet en nieuwe ideeën over hygiëne en volkschhuisvesting zorgde er ook voor dat steeds meer bewoners in de grote steden gebruik konden maken van al deze nieuwe mogelijkheden.
Zoo kwamen doucheruimtes, of ‘natte cellen’ niet alleen veel vaker voor, ze waren zelfs bij wet verplicht voor iedere nieuwe wooning gebouwd na 1933.
Het paste allemaal prachtig bij de nieuwe sociale en progressieve ideeën die zoo typerend waren voor het Interbellum.

Vanaf de jaren ’20 bo de Gemeente Gasfabrieken hier in Amsterdam hun klanten allerlei nieuwe producten aan om zoo te concurreren met het electriciteitsbedrijf.
Er kwamen continue nieuwe producten op de markt en het was al snel duidelijk dat huishoudens vaak moesten kiezen tussen spullen die gas of electriciteit gebruikte.
In 1932 introduceerde GG de keukengeiser en het was een groot succes, meer dan de fabrieken konden leveren.
Helaas brachten de meeste huurders hem een jaar later al weer terug omdat ze te duur waren geworden in verband met de crisis!
Het aantal huishoudens met een Electrische nachtstroomboiler bedroeg in 1940 47.000, verder waren er ruim 4000 huishoudens met badgeiser, 2000 met douchegeiser en minder dan 2000 met een keukengeiser van de GG.
Kortom in 1940 had bijna 30% van de Amsterdamsche huishoudens warm water uit de kraan.
Dat is best veel en meer dan de meeste menschen misschien denken maar aan de andere kant staat dus die 70% Amsterdammers die nog steeds hun water op het fornuis moesten verwarmen of zelfs moesten koopen bij een waterstooker.

Dus ik heb een bevoorrechte positie en iets bijzonders in huis, maar geheel ongewoon is het toch weer niet.
Laten we daarom maar afspreken dat ik hem op afbetaling heb aangeschaft of huur bij het gasbedrijf.
Rond 1932 koste dat een kwartje per week, best veel maar ja, het badhuis is ook niet gratis.

Maar goed, genoeg historische achtergrond… ik heb er nu dus een!
Nou ja, bijna.
En het was me toch een avontuur om er een te vinden!

DSC00098

Al jaren kijk ik dagelijks op Marktplaats.nl om te zien of een van de dingen op mijn lange wenschlijstje toevallig aangeboden worden.
Een jaren ’30 geyser stond daarbij en eindelijk vond ik er een die te koop was.

Maar toen de postbode deze afleverde wilde ik weten hoe oud hij nu echt was en ging verder onderzoek doen.
Een emailtje naar Vaillant Nederland stelde helaas nogal teleur, volgens hen was mijn geiser uit 1947-1951.
Ze konden me niet vertellen of het ontwerp/model wel ouder was.
De archieven liggen waarschijnlijk in Duitschland of zijn door de Tommies gebombardeerd.
Ik vond het enorm jammer dat mijn geiser niet echt jaren ’30 was en natuurlijk heb ik veel liever een echte jaren ’30 geyser maar een die later gemaakt is en er precies hetzelfde uitziet is iets waar ik voorlopig mee kan leven tot ik een echte oude vinden kan.
Maar als het waar was wat de menschen van Vaillant Nederland beweerde en mijn geiser echt een typisch naoorlogsch model was, dan moest ie toch echt weer het huis uit.

Maar zoo snel gaf ik het niet op.
Als onderzoeker leer je al snel dat je bronnen niet klakkeloos moet geloven, zelfs als het om hele betrouwbare bronnen gaat.
En dan is dat moderne internet toch wel erg handig!
Net als de hulp van collega-tijdsreizigers.
Na flink wat zoeken vond ik een Duitsche folder uit 1938 met daarin mijn geiser!
Zonder hoedje erop maar onmiskenbaar hetzelfde ontwerp.

w9lpSyh1dtWG142481346602P8823

Vaillant Preisliste 38

Mijn geiser is dus model SH5 A, nou ja het kleinkind ervan want die van mij is SH5 A/R.
Dus van wat later, waarschijnlijk naoorlogsch.
De exacte geboortedatum is nog niet gevonden.
Desalniettemin weet ik nu zeker dat mijn geyser er authentiek uitziet en dus past in mijn jaren ’30 wooning.
Alleen experts zullen zien dat het naamplaatje en model misschien wat moderner is.

Ik zal hem dus in mijn keuken hangen, waarschijnlijk gewoon voor de sier want ik denk niet dat ik deze nog kan of zelfs mag gebruiken.
En gas is toch een beetje te link om mee te experimenteren.

Ondertussen blijf ik wel zoeken naar echte vooroorlogsch geyser.
Mocht U er een vinden, dan hoor ik graag van U!

 

Nou alleen nog een koelkast of ijskast en dan is mijn wooning zoo goed als compleet.

227868

Bronvermelding; De meeste historische feiten en cijfers komen uit het boekje; “Kachels, geisers en fornuizen” door Peter van Overbeeke.