Boodschappen doen, toen en nu.

Een kleine vergelijking met het boodschappen doen vroeger en nu.

Toen:
U loopt een paar meter tot de kruidenier op de hoek, een klein gezellig winkeltje, U kent de winkelier goed want hij woont natuurlijk boven de winkel en U komt er al jaren.
“Goedenmorgen juffrouw”
“Goedenmorgen mevrouw, waarmee kan ik U van dienst zijn?”
U geeft uw lijstje en de winkeljuffrouw haalt de boodschappen van de planken achter de balie.
Mooie verpakkingen en soms gaat het in een papieren puntzak.
Ondertussen kletst U wat met de buren want tja, iedereen doet de boodschappen in dezelfde kleine winkels dus U komt altijd iemand tegen die U kent.
De winkeljuffrouw is klaar, ze rekent in een paar tellen het totaal op.
“Kan ik anders nog iets voor U betekenen?”
“Heeft U ook die nieuwe theebuiltjes?”
“Nee mevrouw, helaas niet, zal ik ze voor U bestellen?”
“Heel graag.”
“Dat wordt dan 1 gulden en 37 cent totaal, of zal ik het opschrijven?”
Ach wat aardig, de winkeljuffrouw kent U natuurlijk heel goed en weet dat uw salaris pas aan het eind van de maand komt, dus de rekening gaat in het grote boek, U betaald dan wel.
U controleert even uw boodschappen, Sunlight zeep, koffie, thee, Kwatta reep, suiker, ja hoor, in orde.
De winkeljuffrouw pakt de boodschappen netjes in en plaatst ze in uw boodschappen tas.
“Tot de volgende keer juffrouw!”
“Dag mevrouw, tot ziens!”
U zegt uw buren gedag en wandelt naar de Gruyter voor het snoepje van de week en dan ook nog even naar de bakker, groentenboer en de Koloniale Waren voor wat lekkers.

Nu;
U moet een flink eind loopen of zelfs met openbaar vervoer, auto of tram naar de supermarkt, want bijna alle kleine buurtwinkeltjes zijn ten onder gegaan.
Vroeger zaten ze in bijna iedere straat, nu nog een paar per buurt en die verkoopen vaak niet wat U noodig heeft.
De supermarkt is een lelijk, kil groot betonnen gebouw.
Voor de deur een daklooze die krantjes verkoopt, vastgebonden honden, hangjongeren.
Het lukt U deze keer niet omver gereden te worden door fietsers die denken dat de stoep van hen is.
U zegt er maar niets van want anders wordt U uitgescholden of bedreigt, dat kunt U tegenwoordig verwachten van straatjongens maar ook van huismoeders met kinderen achterop.
De winkel doet zijn naam ‘zelfbediening’ eer aan want U mag alles zelf doen.
Eerst zelf een karretje pakken, heel gedoe met muntjes en kettingen want ze worden blijkbaar om de haverklap gestolen en daar moeten we allemaal voor boeten.
Omdat de supermarkt verder weg is doet U meer boodschappen, eigenlijk te veel om te tillen maar ja, het is niet anders.
Muziek klinkt, toen U jong was hoorde U “muzak” in de winkel, vreselijk saaie muziek, maar tegenwoordig lijkt het wel alsof ze de vakkenvullers de muziek uit laten kiezen, want moderne pop muziek klinkt en af en toe vangt U gezellige straattaal op en roept een hiphopper wat woorden waarvan U nog een draai om U ooren gekregen zou hebben als U ze gebruikt had.
U baant zich een weg door de andere winkeliers, velen dragen een koptelefoon of zijn bezig met hun mobiele telefoon en negeren U, soms moet U het drie keer vragen of U er langs mag.
U komt bijna nooit buren of bekende tegen en als dat wel het geval is dan blijft het meestal bij een groet want niemand heeft tijd om te kletsen.
Rij na rij na rij vol spullen die U eigenlijk niet noodig heeft, waar staat nu toch de zeep?
Gevonden, 34 verschillende soorten zeep, allemaal een ander merk, maar uiteindelijk maken ze toch eigenlijk alleen maar schoon.
Sunlight hebben ze nog maar dat stinkt tegenwoordig zoo naar citroen.
U kijkt verder, ze stinken eigenlijk allemaal, wie wil er nu een huis dat naar de “wilde frischheid van limoenen” ruikt?
Er is nu wel veel meer aanbod dan vroeger maar eigenlijk vooral dezelfde producten alleen met een andere naam en natuurlijk zijn die zaken die U zoekt net uitverkocht of ze zijn niet meer te krijgen of zijn vervangen door macro biotische halal koosjer veganistische dropveters.
Koffie, U wilt koffie maar er staan zooveel pakken, allemaal beweren ze uniek te zijn maar welke is nou gewoon lekker?
U slaat in, wat een berg plastic heeft U straks weer in huis.
Helaas staat de jam niet op zijn vertrouwde plaats, weer verhuisd.
U vraagt het even aan zoo’n jongen die de vakken aan het vullen is, hij negeert U en loopt weg.
U vraagt het aan een andere jongen.
“Pardon jongeman, mag ik wat vragen?”
“Huh? Ja?”
“Waar staat de Jam?”
De jongeman loopt weg en laat U verbijstert achter.
U zoekt naar een andere vakkenvuller, ze lijken allemaal zoo druk bezig, overal staan verpakkingen, dozen en rekken in het gangpad.
Wat een rommeltje.
Oh de jongeman is terug gekomen, wat blijkt, U had hem moeten volgen, U schaamt zich een beetje want blijkbaar bent U de eenige in Nederland die geen gedachten kan lezen.
De jam gevonden, gelukkig, tussen alle rare moderne smaakjes en merken vind U de oude vertrouwde Hero Aardbeienjam.
Brood wordt er blijkbaar dagelijksch gebakken maar U weet ook wel dat het allemaal bijna kant en klaar van een grote fabriek komt en vooral eigenlijk alleen opgewarmd wordt.
Lang niet zoo lekker als het brood van de bakker van vroeger.
Dan maar naar de kassa, lang in de rij staan, gelukkig mag U meegenieten van de harde muziek uit de koptelefoon van de mijnheer voor U.
Als hij aan de beurt is gaat net zijn telefoon, we mogen allemaal meegenieten van zijn nogal intieme gesprek en de kassajuffrouw moet maar even wachten.
En de rest van de rij dus ook.
Eindelijk bent U aan de beurt, alle boodschappen uit uw wagen tillen en op de rollende band zetten.
De kassajuffrouw kijkt niet op of om en gunt U geen blik waardig.
Duidelijk verveeld haalt ze de spullen over een scanner, ze stopt alleen even om te vragen of haar collega vanavond nog uit gaat.
We mogen weer allemaal even wachten.
Als ze klaar is mompelt ze het totaal, U moet twee keer vragen of ze het wil herhalen, boos wijst ze naar een schermpje waar het ook op staat.
“Heb je een bonus?” vraagt ze.
“Pardon?”
“Bonus kaart!”
“Nee juffrouw.”
Ze haalt haar schouders op en wacht ongeduldig tot U uw pasje in het apparaat steekt, nee niet zoo, niet zoo, nee andersom, eerst O.K. drukken, ja nog eens, de kaart weigert, opnieuw.
Techniek dient de mensch zullen we maar denken.
U haalt uw portemonnaie tevoorschijn en betaalt met echt geld, tot teleurstelling van de kassajuffrouw.
Het is weer erg duur allemaal, maar helaas, U heeft geen keus, Albert Heijn heeft alle goedkoope supermarkten in de omgeving opgekocht.
U krijgt geld terug.
“Dank U juffrouw, tot ziens.”
De kassajuffrouw negeert U en kletst al weer met haar collega over een jongen die ze gezoend heeft.
De rij wacht.
Uw boodschappen liggen in een hoop op de lopende band, de helft net waar U er niet bij kunt.
Het is een zelfbediening dus nadat U zelf uw boodschappen zocht, zelf het karretje rond duwde en zelf alles bij de kassa neerzette mag U het nu ook zelf in uw tas stoppen.
In sommige winkels mag U ze ook nog zelf afrekenen.
Karretje ook nog even zelf terug brengen naar de ingang en dan staat U eindelijk weer buiten.

Een kleine vergelijking met het leven van enkele decennia terug en vandaag.
Misschien een beetje overdreven hier en daar en wat kort door de bocht, maar dit is voor mij toch wel een vrij herkenbare regelmatige gang van zaken hier in de grote stad.
Vroeger was het natuurlijk ook niet altijd even leuk in de buurtwinkel, maar ik denk dat ik toch liever zoo’n winkeltje bezocht dan de supermarkt.
Daarnaast speelde deze buurtwinkeltjes ook een grote rol in de sociale structuur van iedere buurt.

grutterswaren2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s