3

Toen Nederland nog schoon en proper was…

Ons mooie landje is tegenwoordig soms een beetje een rommeltje.

Vooral in de steden hebben we nogal last van zwerfvuil, de drempel om zoomaar iets op straat te gooien lijkt vandaag de dag behoorlijk laag.
Natuurlijk zeg ik er iets van als ik iemand iets op straat zie gooien, de moderne mensch is niet echt meer gewend aan kritiek en dus krijg ik vaak een grote mond, wordt ik uitgescholden of zelfs bedreigd.
Maar ja, daar zijn ze bij Juffrouw Jo voor aan het verkeerde adres.
Ik zie er misschien wel uit als een dame en gedraag me als een dame, maar ik ben geboren en getogen in de beruchte Stationsbuurt van ’s Gravenhage en dus als het moet dan kan ik mijn mannetje staan.

Maar natuurlijk heeft het er ook mee te maken dat we nu veel meer rommel hebben als vroeger.
Bergen plastic blijven over na slechts een enkele maaltijd, in plaats van die handige papieren zakken die men vroeger bij de Gruyter kreeg die je kon bewaren, opnieuw gebruiken en desnoods gebruiken om de kachel mee aan te steken, gooit men bij de Albert Heijn onze tas vol met over-verpakte boodschappen.
Slecht voor het milieu maar dus ook voor de straat.
Want we stoppen onze vuilnis in lelijke plastic zakken in plaats van de mooie metalen emmers van vroeger (die men gratis kreeg van de gemeente).

Natuurlijk waren die emmers best zwaar en is het geen pretje ze de trappen af te moeten tillen, vooral in Amsterdam.

Maar een voordeel was natuurlijk wel weer dat ratten en ander ongedierte deze emmers echt niet open kunnen krijgen en dat deze ook niet zoo snel kapot gaan als de zakken.

En zeg nou zelf, zoo’n rij emmers ziet er toch ook netter uit?

Bron: Stadsarchief Amsterdam beeldbank

Bron: Stadsarchief Amsterdam beeldbank

Maar helaas heeft de houding van de moderne mensch er toch ook echt iets mee te maken.

In mijn kast staat dit leuke boekwerkje van de gemeente Amsterdam over hoe de gemeentereiniging precies werkt.

De inleiding begint met “De Hollanders zijn in de wereld om hun properheid bekend”, ik vind het jammer dat dat nu niet meer het geval is, toeristen vinden onze steden meestal niet echt netjes en ons kikkerlandje staat eigenlijk (helaas) alleen nog maar bekend om de wat minder zuivere zaken die geschieden in Amsterdamsche steegjes.

Het viel mij gelijk op dat de straten voor de oorlog in deze grote stad twee of zelfs 3 keer per dag werden schoon gemaakt, dat is tegenwoordig nog maar een maal!
De veegdienst ging er elke dag op uit en daarnaast werd de hele stad per dag 2 keer geveegd.
Geen wonder dat men zich toen ook minder boos maakte over bijvoorbeeld hondenuitwerpselen en zwerfvuil, het bleef veel minder lang liggen!
Wegen werden drie keer per week machinaal gewasschen en stegen schoongespoten
En nu we dat schoon maken harder dan ooit noodig hebben…. doet de gemeente het minder vaak en volgens mij ook minder nauwkeurig.

Het is wel grappig dat men in dit boekje ook al moppert over de verkeerde gewoonte van Amsterdammers om de openbare weg als vuilnisemmer te gebruiken.
Maar als naar foto’s van toen kijkt zie je zelden iets op straat liggen, en kijk nu eens naar buiten?
Misschien was men vroeger iets critischer.

Huisvuil werd vroeger drie keer per week opgehaald, nu nog maar twee keer!
Dus we hebben tegenwoordig veel meer vuilnis, moeten het soms ook nog scheiden, maar moeten het ook langer in huis bewaren voor we het op de stoep mogen zetten.
Gevolg hier van is dat men het misschien stiekem al ergens weg smijt of dat men op vuil ophaal dag een enorme berg neer zet waardoor het er allemaal weer zoo smerig uit ziet.

Ik weet het, natuurlijk, U heeft gelijk, Amsterdam heeft nu ook veel meer bewoners, in 1938 waren het 250.000 gezinnen en instellingen, nu zijn het 430.000 huishoudens.
Maar dan zou je toch denken dat onze koene vuilnismannen vaker op pad gestuurd zouden worden!

Daar komt nog bij dat men tegenwoordig veel minder schoonmakers en vuilnismannen in dienst heeft bij de gemeente.
Want tegenwoordig word een hele buurt door slechts twee mannen schoon gemaakt, de een die met koptelefoon op en enorme lawaaierige machine  de stoep schoon blaast terwijl een tweede man in een wagentje mee rijdt op de weg en alles, ook weer lawaaierig, opzuigt.
Wat een rot baan zeg, je kunt niet lekker kletsen, de hele dag die herrie en natuurlijk is het ook enorm irritant voor de omstanders.
Dan zie ik toch liever vier, vijf man met de ouderwetsche bezem.
Lekker vegen terwijl ze kunnen praten met elkaar en het is volgens mij ook gezonder werk dan met zoo’n apparaat op je rug de stoep schoon blazen of zonder eenige beweging in zoo’n wagen zitten.
Maar belangrijker dan dat, buurtbewoners worden niet meer gestoord door het lawaai en er is meer werkgelegenheid.
Natuurlijk kost dat weer geld maar volgens mij verdient dat zichzelf terug.

Iets wat we vroeger ook hadden en nu niet, meer zijn de schillen- en lompenboer.
Terwijl die vandaag de dag toch wel weer handig zouden zijn aangezien zij eigenlijk zouden kunnen helpen bij het scheiden van afval.
Ook weer goed voor het milieu.

Een van de redenen dat men vroeger toch echt wat netter was in ons land was denk ik omdat men elkaar toen nog durfde aan te spreken op slecht gedrag.
Men vond het nog belangrijk wat de buren dachten en de drempel om asociaal te zijn was een stuk hoger.
Tegenwoordig lijkt asociaal gedrag soms wel geaccepteerd of zelfs de norm.
Maakte U rommel op straat dan had de hele buurt het erover en in tegenstelling tot vandaag, kwam je je buren toen overal nog tegen.
En wie schrobt er tegenwoordig nog regelmatig de eigen stoep?

Een oudere dame zei ooit tegen mij; “Vroeger vonden we het te belangrijk wat de buren van ons dachten, vandaag de dag vinden we het niet belangrijk genoeg.”

Kijkt U ook eens naar dit leuke plaatje uit het boekje;

vieze vuilnisemmersIn plaats van gezellig, joviaal, informeel en familiair de burger proberen over te halen zich toch een klein beetje aan de regels te houden durfde men in 1938 de burger nog gewoon de les te lezen; als uw vuilnisemmer vies is dan weet iedereen dat U zelf ook gewoon een smerige sloddervos bent!

Overigens is ook leuk te lezen dat men bijna alles hergebruikt, dat is goed Nederlandsch voor ‘recyclen’.
En toen niet voor het milieu maar om te besparen en omdat dingen verspillen gewoon zonde is.
Het vuil werd verbrand en daarmee creëerde men electriciteit en wat er dan nog overbleef werd verwerkt in het wegdek.

Hondenuitwerpselen waren in de jaren ’30 ook al een groot probleem in Amsterdam, maar het kwam toen (natuurlijk) nog niet in menschen op om het zelf op te ruimen.
Dat is toch ook smerig en dat kun je toch ook niet verwachten van een nette dame of een heer?
Als men dat toen een wet gemaakt had zou men de regelmakers keihard hebben uitgelachen, beschaafde menschen uitwerpselen laten opruimen?
Dat verzin je toch niet?
Nou ja, vandaag de dag dus wel.

De regel was toen gewoon; hond in den goot.
Een prima oplossing, helemaal omdat die goot toen nog twee keer per dag schoon gemaakt werd door de gemeente…

Kortom, het is een erg leuk en leerzaam boekje dat ons laat zien hoe het dagelijksch leven in Amsterdam er op dit gebied vroeger uit zag.

En wederom zie ik toch een paar dingen waarvan ik denk, was het nog maar zoo!

U kunt het boekje helemaal lezen door hier te klikken.

Hollandsche zindelijkheid... vergane glorie!

Hollandsche zindelijkheid… vergane glorie!

Tot slot hier nog een leuk filmpje van hoe het er aan toe ging in 1939;

Advertenties
1

Waarom ik een roode klaproos draag in November

Ieder jaar bezoek ik de Engelsche ambassade in Den Haag of de boekwinkel Waterstones in Amsterdam om een roode klaproos van papier op te halen, een ‘poppy’, die ik vervolgens op de revers van mijn jas speld.

Dit is een voornamelijk Britsche traditie die niet veel Nederlanders kennen maar iedereen heeft de poppy wel eens opgemerkt tijdens een nieuws uitzending en misschien vroeg U zich toen af waarom de Britsche minister en presentatoren allemaal zoo’n bloemetje droegen.

Oorspronkelijk herdachten men met deze klaproosjes de gevallenen van de Eerste en later de Tweede Wereldoorlog, net als in Nederland zijn daar later ook nog andere conflicten bij gekomen en is het ook een goed doel aangezien de donaties die menschen die zoo’n bloem koopen worden gebruikt om onder andere voor veteranen te zorgen.

Men koos voor de klaproos omdat na de veldslagen in Belgie en Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, de slachtvelden er vol mee stonden.

Ik vind dat erg mooi maar ben natuurlijk niet Britsch.

Toch wilde ik hem dragen.

Mijn familie heeft veel meegemaakt tijdens de oorlog, niet alleen hier in Nederland waar we de hongerwinter in Den Haag moesten overleven, maar ook in Nederlandsch Indië.

Daar hadden mijn grootouders en hun familie leden het erg zwaar, mijn oom was krijgsgevangen gemaakt na ternauwernood de slag om de Javazee te hebben overleeft en moest vervolgens aan de gruwelijke Birma Spoorweg werken, ook wel de Doodenspoorlijn genoemd.

Mijn oma kwam met haar pas geboren dochtertje in het Jappenkamp Lampersari terecht, maakte daar vreselijke dingen mee en lag toen de bevrijding kwam al in de ziekenbarak, daar kwamen velen nooit meer uit.

De oorlog had dus niet veel langer moeten duren of ik was er niet geweest.

Net als veel Nederlanders dank ik dus mijn leven aan de Geallieerden die alles riskeerden en vaak ook het ultieme offer maakte om ons te bevrijden.

Maar heel direct dank ik mijn leven aan die eene helaas onbekende Deensche diplomaat die met gevaar voor eigen leven het kamp binnen reed en de commandant duidelijk maakte dat de oorlog afgeloopen was (weet U meer over deze man dan hoor ik heel graag van U) maar ook aan de Sikh, Gurkha en andere troepen die onder Britsch bevel het kamp bevrijden en later mijn familie beschermde tegen de inlanders.
Ik zal binnenkort eens meer over mijn familiegeschiedenis schrijven.

Naast deze hele persoonlijke reden voel ik natuurlijk ook een enorme verbintenis met de Tweede Wereldoorlog door mijn fascinatie voor de jaren ’30 en ouderwetsche levensstijl, die brengt die periode voor mij soms toch wel erg dichtbij.

Ik heb ook zooveel Engelsche vrinden voor wie dit erg belangrijk is en ik heb de eer gehad een aantal veteranen te mogen ontmoeten en persoonlijk te bedanken voor hun offers, de Britsche kant van de oorlog is voor mij dus erg belangrijk.
Het is een kleine moeite en ik wil graag laten zien dat ik met onze buren in het Westen meeleef als het gaat om de herdenkingen die zij houden op 11 November.

Een mooie bijkomstigheid hiervan is dat Britsche toeristen hier in Nederland het heel fijn vinden een Nederlander tegen te komen die er een draagt maar ook zijn er veel Nederlanders die mij vragen waarom ik er een draag en waar het voor staat en dan kan ik ze over mijn familie vertellen en ze er even aan herinneren dat er voor onze vrijheid gestreden is en we deze niet vanzelfsprekend moeten vinden.

Wilt U ook een poppy gaan dragen?
Dan kunt U hier op de facebook pagina van ‘The Royal British Legion Holland Branch Poppy Appeal‘ vinden waar U er een kunt halen, vergeet ook niet de pagina te ‘liken’.

ghosts of history fields of flanders poppies

1

Moderne menschen zijn klef!

Met verbijstering zie ik aan hoe de moderne mensch elkaar begroet hier in Nederland.

Drie uitbundige zoenen en vaak ook nog een omhelzing zijn heel normaal geworden, overal kun je dit schouwspel gade slaan en niet alleen tussen goede vrinden en familie die elkaar jaren niet gezien hebben, neen deze ceremonie komt nu ook steeds vaker voor tussen wild vreemden en kinderen!

De moderne maatschappij is klef en familiair, we tutoyeren er op los, behandelen iedereen alsof we elkaar al een eeuwigheid goed kennen en vinden het blijkbaar heel normaal om aan elkaar te zitten.

U had het misschien al in de gaten, ik voel me hier niet bij op mijn gemak.

En neen, dat is niet alleen omdat ik zoo ouderwetsch ben, ik heb het altijd al raar en ongemakkelijk gevonden, deze veel te gezellige manier van omgaan met elkaar.

Een beetje afstand kan geen kwaad, wilt U echt dat de kassajuffrouw U ziet als een gezellige oude bekende in plaats van een klant?

Ik denk dat we het gevolg van deze houding vandaag de dag in de supermarkten veel zien.

Op de gevaren van het tutoyeren kom ik apart nog wel een keer terug.

Maar nu terug naar het zoenen en omhelzen.

Dit zegt mevrouw Amy Groskamp Ten Have er van in haar boek ‘Hoe hoort het eigenlijk’ van 1939;

Kussen.

De waarde van de kus als gevoelsuiting is in onze dagen van vrij verkeer tusschen de seksen aanzienlijk gedaald.
De kus tusschen een paar, dat noch verwant, noch gehuwd, noch verloofd is wordt niet meer ‘erg’ gevonden.
Preutschheid bestaat niet meer en het is vrijwel ondoenlijk om te spreken over étiquette of wellevendheid bij het kussen.
De man, die iedere vrouw en ieder meisje dat hij aardig vindt kust of tracht te kussen, zal niemand ernstig nemen en het meisje, dat er geen enkel bezwaar in ziet zich door Jan en alleman te laten afzoenen degradeert zichzelf.
Zij maakt zichzelf goedkoop en het gevolg zal niet uitblijven… Cavaliers zal zij altijd genoeg kunnen krijgen, maar de jonge man, die een levensgezellin zoekt zal haar voorbijgaan.
Verloofde paren, die zich niet ontzien om in het publiek uiting te geven aan hun gevoelens, maken ernstig inbreuk op de goede vormen.
Zelfbeheersching is het kenmerk van welopgevoede lieden, die ten allen tijde zullen vermijden anderen aanstoot te geven.

Ik kan me hier alleen maar bij aansluiten.

Een kus is iets bijzonders, iets intiems, iets dat veel meer waarde heeft dan het keurige handen schudden.

Als men dit te pas en te onpas aan iedereen maar uitdeelt gaat de waarde omlaag, zoo werkt de economie.

Een maal zoenen was vroeger de norm, maar alleen tussen goede bekende.

Hoe dat drie is geworden is mij een raadsel, volgens mij is het vanuit het verre zuiden langzaam naar het Noorden gekropen.

Want zelfs iemand van wie je heel veel houd zou je niet drie keer op de wang zoenen in het openbaar, het is dus bijna een soort emotie loze handeling geworden.

In veel landen is het twee keer zoenen maar ook dat was vroeger daar wel anders.

Een zoen, hoogstens!

Bij voorkeur in het openbaar natuurlijk helemaal niet zoenen, behalve bij afscheid nemen op het perron van een station terwijl de rook van de trein om je heen danst.
Dan staan we het oogluikend toe.

Volgens mij is het iets dat in de jaren ’70 als een soort infectie over ons land is verspreid, weet U nog wanneer U het voor het eerst opmerkte, al dat gesmak?

De kus is een teken van genegenheid, een intieme handeling, niet zoo maar een inhoudslooze groet!

Denk daar de volgende keer bij na als U iemand een kus geeft, houd U van deze persoon, bent U echt blij hem of haar weer te zien, met andere woorden, verdienen ze wel een kus?

Net als bijna alles in het leven krijgt iets meer waarde als je er zuiniger mee om gaat.

Waar het omhelzen (of huggen…. brrrr) vandaan komt is volgens mij minder onduidelijkheid, ik denk dat we daar de Amerikaansche televisie voor te danken hebben.

Dit roep ik niet allemaal omdat ik gewoon een beetje onwel wordt van al dat kleffe gedoe om me heen, maar omdat ik echt denk dat onze maatschappij er wat beter, of in ieder geval leuker op wordt als we her en der weer een beetje afstandelijker worden, de kus en de omhelzing weer wat meer waarde toewijzen.

En toch nog maar even voor de zekerheid… mocht U mij een keer ontmoeten dan reik ik U graag de hand toe.

zoen

2

Vleesch eten is een luxe!

Vandaag den dag is het heel normaal om practisch elke dag een stukje vleesch op tafel te zetten.

Bij het ontbijt maar ook als onderdeel van het avondmaal kijken we echt niet meer op van een plakje ham, gehaktballetje of stuk worst.

Zelfs de biefstuk is niet meer iets dat je alleen op feestdagen voorgeschoteld krijgt.

Dat was vroeger wel anders.

In de door mij zoo geliefde jaren ’30 was vleesch voor bijna iedereen nog echt een luxe, iets dat je een enkele maal per week kreeg, als je geluk had.

Woensdag gehaktdag is natuurlijk bekend, dat viel nog wel te betalen maar omdat het van oorsprong restvleesch was.

Nadat de slager op maandag had geslacht en op dinsdag de mooie stukken had afgesneden, maakte hij van dat wat overbleef gehakt en dat was dan op woensdag te koop, goedkooper dan het andere vleesch.

Overigens bestaat de leus “Woensdag gehaktdag” pas sinds 1949 na aanleiding van een wedstrijd!

Op Vrijdag at men vaak visch, dat Vrijdag Vischdag roept men ook niet voor niets, dat hadden de katholieken zoo geregeld en soms betekende dat meer aanbod en ook goedkoopere visch op die dag, dus dat scheelde ook weer.

En natuurlijk hield niet iedereen zich hieraan en soms zat het mee, soms zat het tegen.

Maar het blijft een feit dat voor de meeste menschen vleesch tot vrij recent toch echt een bijzonder toevoeging aan de maaltijd was.

Nu kunnen we als we dat willen redelijk betaalbaar een halve dierentuin in de hutspot draaien want vleesch is eigenlijk, relatief gezien, enorm goedkoop geworden.

Daar betalen we uiteindelijk toch wel de prijs voor, want ook al denken we er niet graag aan, we weten toch wel dat al dat goedkoope vleesch van dieren komt die een vreselijk leven hebben gehad en die vaak ook nog even de halve wereld rond worden getransporteerd, wat ook weer erg slecht is voor het milieu.

En ook al was men in de jaren ’30 nog niet echt bezig met het milieu (behalve het milieu waarin men opgroeide!) toch hadden we wel al een dierenbescherming en waren we geobsedeerd met verspilling.

Hoe denkt U dat een jaren ’30 huisvrouw zou reageren als we haar vertelde dat haar lapje vleesch van een kip kwam die in Ierland in een legbatterij zat, vervolgens uren op elkaar gestapeld in een vrachtwagen vervoerd werd, dan per vliegtuig naar Polen waar het goedkoop maar bruut geslacht werd om vervolgens per schip naar Nederland gebracht te worden waar het in 3 lagen plastic in de winkel verkocht werd?
Een beetje overdreven misschien, maar toch ook niet heel ver van de waarheid verwijdert.

Dat is toch eigenlijk van den zotten?

Vleesch hoort gewoon hier op onze Vaderlandsche weiden rond te loopen, door de boer naar de lokale slager gebracht, daar geslacht en dan met de trein of wagen naar de stad.

Tja, dan wordt het vleesch wel een stuk duurder zult U misschien denken.

Maar is dat zoo slecht?

Zou het niet goed zijn als iets dat zooveel moeite kost, leed veroorzaakt en het milieu schade toe brengt gewoon weer een luxe wordt?

Helemaal als we daarmee onze eigen boeren weer steunen?

Want we weten allemaal dat de Nederlandsche boer het niet makkelijk heeft.

We hoeven niet allemaal gelijk vegetarier te worden ook al zou dat reuze fyn zijn voor milieu en dier.

En ik geef gelijk toe dat ook al had men in de jaren ’30 wel al vegetariers, ik zelf zou een stukje varken toch echt niet willen missen.

Hoe dan ook, door de jaren ’30 levensstijl na te volgen voor zoo goed en kwaad als het kan, ben ik nu vanzelf veel minder vleesch gaan eten.

Eigenlijk alleen nog maar in het weekeinde.

Mijn dieet is nog lang niet jaren ’30 genoeg maar die stap is al vast genomen en ik moet zeggen dat het me enorm bevalt.

Want weet U wat nu het leukste is van het uzelf af en toe wat luxe ontzeggen?

Het maakt het dan nog veel leuker als U het uwzelf wel een keer toestaat.

Als U ooit besloten heeft minder te rooken, drinken, vloeken of snoepen dan weet U vast wel wat ik bedoel.

Dan krijg U van die eene sigaret, die ene schnaps, die ene vloek of die heerlijke zak drop veel meer plezier.

Vooral als U stiekem geniet…

En daar zit ik dan, zaterdagavond, weekeind, dus een lekker lapje varkensvleesch op mijn bord.

Het is weer een week geleden dat ik vleesch at dus dit wordt weer genieten!

Dat ik daarbij ook nog een beetje milieuvriendelijker ben en toch ook wat zuiniger, is dan weer mooi meegenomen.

Eet smakelijk!

kok kookt