5

Het mysterie van de 300 gevonden oorlogsfoto’s opgelost?

Ruim 10 jaar geleden zag ik op het Waterloplein, op de grond, in de regen, een paar bruine mapjes liggen.

Er stond wat opgeschreven in oud schrift en mijn nieuwsgierigheid was gewekt, ik bekeek ze van dichtbij en ontdekte dat er negatieven in zaten, op een stond een tank uit de Tweede Wereldoorlog en ik wist dat ik ze wilde hebben.

Het was een hele stapel, zooals altijd was ik blut en dus kon ik ze niet allemaal betalen, ik gaf de koopman al mijn boodschappengeld maar het was niet genoeg en tot mijn eeuwige spijt heb ik er een paar moeten laten liggen.
Maar de meest belovende nam ik mee naar huis, ruim 300 losse negatieven.

Mijn goede vrind Kees was bereid ze te scannen op zijn computer en al snel bleek dat ik iets reuze bijzonders gevonden had.

De 300 foto’s lieten een Amsterdamsch gezin zien tijdens de laatste jaren van de oorlog.

Er stonden veel aantekeningen bij vol hints maar geen van allen waren duidelijk genoeg om gelijk een adres of persoon te kunnen identificeren.

Op de foto’s zag ik het jonge gezin dat bestond uit vader Cor, moeder Jo en kleine Corry op vacantie gaan (O.A. naar Putten vlak voor het door de Moffen van de aarde werd gevaagd), feestjes vieren, op bezoek bij opa en oma, stukje wandelen, E.H.B.O cursus, de hongerwinter proberen te overleven, de bevrijders verwelkomen, etc.

Ik vond dat de foto’s goed bewaard moesten worden dus schonk ik ze aan het NIOD, waar ze beter voor kwetsbaar materiaal konden zorgen dan ik.

Maar de foto’s lieten me niet los, ik wilde meer weten over wie deze menschen nou toch waren, wat er van ze geworden was.

Ik had die persoonlijke familie foto’s zoo vaak bekeken dat ze al bijna een beetje verre familieleden waren geworden.

Dus wederom gebruikte ik die verfoeide moderne media om verder te gaan met dit onderzoek, want als ouderwetsche juf kan ik toch niet ontkennen dat het internet daar wel heel erg handig voor is.

Dus zette ik alle foto’s op het internet en begon een Facebook pagina, want duizenden oogen zien meer dan twee en ik kon alle hulp goed gebruiken.

Dit was wel een hobby project, iets dat in mijn achterhoofd bleef spelen terwijl ik verder natuurlijk meer tijd moest schenken aan mijn werk en allerlei andere belangrijke zaken.

Maar eens in de zooveel tijd kwam ik toch terug bij Cor, Jo en Corry en spendeerde dan een paar late uurtjes achter mijn beeldscherm, kijkende of ik iets nieuws kon vinden.

En telkens werden er weer kleine puzzelstukjes ontdekt, ik vond de fabriek waar een foto serie gemaakt was door Cor, een paar locaties werden geïdentificeerd, en zoo ging het project telkens een klein stapje in de goede richting.

Vandaag was weer zoo’n dag dat ik terug dacht aan deze foto’s en ze nu eens besloot te delen met een van de vele facebook groepen waar ik lid van ben waar men oude foto’s deelt en dan vervolgens samen kletst over hoe het vroeger was.
Dus ik zette een paar van de foto’s op de ‘Amsterdam heden en verleden vol herinneringen’ groep, want misschien herkende opeens iemand Oom Cor of Oma Johanna.
Je weet het nooit en niet geschoten is altijd mis.

Er volgende een levendige discussie en een aantal menschen gingen ook proberen iets uit te vinden.
We bleven steken op de achternaam van Opa en Oma, want volgens de notities van fotograaf Cor heette die Boran, of zooiets.
En dat was wel een hele vreemde naam, dankzij de groepsdiscussie ging ik daar nog eens goed naar kijken, er klopte iets niet.
De fnaam van Oma Beumen leek wel duidelijk, maar de andere opa en oma….

negatieven mysterie boran
Ik deelde ook een foto van het huis waar Cor, Jo en Corrie tijdens de bevrijding in de tuin zaten en ik bedacht me opeens dat ik nog eens op die fantastische Delpher website moest kijken waar men ruim een miljoen kranten en tijdschriften van vroeger kunt doorbladeren.
Want daar had ik vaker gekeken, maar vast wel eens wat over het hoofd gezien en ik wist de vorige keer nog niet precies waar ik naar moest zoeken.

En al vrij snel was het raak, ik vond een kleine advertentie uit 1943;

negatieven mysterie advertentie

En toen viel eindelijk het muntje.
Er stond helemaal geen Boran or Boum or wat dan ook, Cor had de achternaam van zijn ouders afgekort van Bouwhuisen naar Bouw!
Natuurlijk!

Toen ging het snel, een zekere mijnheer Koopal was zoo vriendelijk gelijk bij het Stadsarchief navraag te doen en het lijkt er op dat de familie van de mysterieuze negatieven eindelijk gevonden is;

Onze fotograaf heette Cornelis Bouwhuisen, geboren op 24 december 1913, overleden op 8 april 1991. Hij was getrouwd met Johanna Agatha Th. Beumer, geboren op 22 april 1915, overleden op 13 februari 2002. Ik vond de negatieven waarschijnlijk niet lang na haar overlijden op het Waterlooplein.
Helaas heeft het verhaal geen gelukkig einde. Kleine Corry, de knul die wiens eerste levensjaren we door de lens van Pappa zagen in die donkere jaren, heette Cornelis Johan Willem Bouwhuisen, geboren in 1942, overleden op 25 juli 1958, 16 jaar oud. De familie ligt op de Nieuwe Oosterbegraafplaats.

cor corry jo

Zooiets oplossen, iets te weten komen wat je al zoo lang wilt weten is een heel bijzonder en emotioneel gevoel, ook al is het ook droevig.
Want stiekem had ik gehoopt dat deze menschen een mooi lang leven hadden gehad na de oorlog en dat kleine Corrie nog leefde.
Ik had hem zoo graag deze foto’s laten zien.

Ik schaam me er niet voor U te vertellen dat ik wel even een traantje moest laten toen ik zijn veel te korte verhaal hoorde.

Het mysterie is natuurlijk nog niet helemaal opgelost.
Eerst moeten we met complete zekerheid vast stellen dat we inderdaad de goede familie hebben gevonden.
En dan zijn er nog heel veel andere onopgeloste vragen waar ik achteraan wil gaan.

Maar wat mij betreft verdienen naast de foto’s, nu ook de familie een boek.

Als U mee wilt doen met het onderzoek dan kunt U het hier in de gaten houden op “The WW2 negatives mystery” facebook pagina.

Wit U alle foto’s eens goed van dichtbij bekijken dan kan dat door hier te klikken.

Advertenties
5

Tijdschriften van toen vergeleken met nu

Tijdschriften van vroeger zijn een waardevolle bron voor een ieder die meer te weten wil komen over hoe onzen samenleving toen in elkaar stak, hoe het leven echt was.

Ik verzamel ze dan ook al jaren en heb een aardige collectie waarin ik regelmatig blader terwijl ik op de divan zit en naar de Ramblers luister op de radio.

Het is echt een genot om ze te lezen niet alleen voor de inhoud maar ook omdat je weet dat de journalisten en reporters van toen geen beschikking hadden over computers en internet en alles echt zelf in elkaar moesten steken.
Een tijdschrift maken was toen meer werk of in ieder geval ambachtelijker.

Voor een dame zooals ik, geboren in deze modernen tijd maar toch enorm ouderwetsch, is het zoo fijn tijdschriften te lezen waarin men fatsoenlijk schrijft, nog echt ‘Algemeen Beschaafd Nederlandsch’.
Geen schuttingtaal, geen straattaal, geen wanhopige pogingen van de journalist om over te komen als je beste vrind met populaire en familiair taalgebruik.
En ook nog geen halfnaakte lieden of onderwerpen die eigenlijk alleen in de slaapkamer dienen te worden besproken.

Dit was niet (alleen) het gevolg van de (zelf)censuur maar vooral ook een gevolg van hoe de maatschappij toen in elkaar zat.
Want als je zocht kon je al die dingen wel vinden maar daar waar ze hoorde; onder de toonbank.
Overigens, om heel even de moderne actualiteit aan te kaarten, ook het geloof kon toen best op wat kritiek en spot rekenen, tijdschriften als ‘De Groene Amsterdammer’, Communistische lectuur maar ook pamfletten en brochures staken regelmatig de draag met allerlei religies, ook dat van de Mohammedanen, ja toen al.

Voor mij laten tijdschriften erg goed zien hoe onze maatschappij veranderd is, naar mijn mening niet altijd ten goeden.

Twee tijdschriften die er voor de oorlog al waren maar nu nog steeds bestaan illustreren dit punt erg goed.

Het meest schrijnende voorbeeld is ‘De Panorama’, dit was vroeger echt een pracht blad voor de hele familie.
Ik lees die oude uitgaves nog steeds met veel plezier.
Er staan allerlei enorm interessante verhalen in, foto reportages, politieke discussies, een pagina voor de kinderen, een voor de huisvrouwen, iets over muziek, diep analyserende artikelen over kunst, etc, etc.
Om nog maar te zwijgen van de met de hand geschilderde voorpagina en kunstplaten die vaak zoo mooi waren dat ze ingelijst aan de muur hingen in menig huis.
Heeft U recent nog wel eens een Panorama ingekeken?
Het schaamrood zal U op de kaken staan, het is nu een vodje met veel bloot, gruwelijke misdaad verslagen en populistische verhaaltjes voor knapen.
Ooit een prachtig familieblad, nu is het iets dat op het toilet ligt in een garage.
Ordinair, plat, vulgair, etc, etc.

En dan De Libelle.
Ooit onmisbaar voor de huisvrouw, vol tips en ideeën.
Nu is het meer een “lifestyle magazine” met minder tips die het leven makkelijker maken maar wel met veel suggesties over hoe je je moet kleden, eten, waar je op vacantie moet gaan, etc.

Maar wat mij het meeste opvalt is dat de oude Libelle’s er waren om de huisvrouw te helpen ook als ze het niet breed hadden.
Ze staan vol met patronen zoodat je zelf nieuwe kleren kon maken, huishoudtips waardoor je kon besparen, truucs die je lieten zien hoe je zuinig kon zijn, goedkoope recepten, etc.
Het was een tijd waarin verspilling een zonde was en zuinigheid een goede eigenschap.

De moderne Libelle probeert bijna het tegenovergestelde, het gaat er niet om hoe je zuinig kunt zijn, neen, het gaat er juist om wat je MOET hebben dit seizoen, dit moet je gegeten hebben, kijk leuk een weekendje Londen, fijn wintersport en gaa zoo maar door.
Even heel kort door de bocht is de Libelle van sparen, zelf maken, zuinig zijn veranderd in kopen, hebben, meer kopen.
Het zal wel een gevolg zijn van de consumptiemaatschappij.

En natuurlijk staat ook de Libelle tegenwoordig vol met allerlei onderwerpen die ouderwetsche dames zooals ik helemaal niet willen lezen, over slaapkamer problemen en zoo… als U begrijpt wat ik bedoel.

En zoo zijn de tijdschriften een beetje een spiegel van de maatschappij, ze laten zien hoe dingen veranderen.
Ik zal nooit beweren dat vroeger alles beter was, in veel kwesties vind ik juist dat het tegenovergestelde het geval is.
Maar als ik kijk naar de tijdschriften en de media, dan denk ik dat we er over het algemeen toch niet op vooruit gegaan zijn.
Het is allemaal zoo veel platter, ordinairder, schreeuweriger, vulgairder en obcener geworden.

En helaas geld dat niet alleen voor de media.

Fotograaf: van de Poll- AKO kiosk Amsterdam Centraal Station 1932. Bron; Geheugen van Nederland

Fotograaf: van de Poll-
AKO kiosk Amsterdam Centraal Station 1932.
Bron; Geheugen van Nederland