1

Voor alle goede vaderlanders die wel herdenken; het verhaal van Koentje.

Het is 4 Mei, in Nederland gedenkt dan iedere goede vaderlander de dooden die zijn gevallen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Vooral denken we dan aan onze eigen Nederlandsche slachtoffers maar voor mij gaat het die dag om alle slachtoffers van die waanzin.
Want dat wij nu vrij zijn hebben we te danken aan jonge menschen uit Canada, America, Frankrijk, Polen, Engeland en nog vele andere landen.
Zelf heb ik mijn leven te danken aan Sikh & Gurkha troepen die het kamp van mijn oma bevrijdde.

Ieder jaar is er altijd wel wat gemopper als de een of andere aandachttrekker die meestal veel te veel met zichzelf bezig is,  roept dat het maar genoeg moet zijn met die herdenking, dat ze er niet aan mee doet of dat het allemaal hypocriete onzin is.
Dat kun je die menschen niet al te kwalijk nemen, sommige lieden zijn nou eenmaal niet goed opgevoed, hebben geen goede geschiedenis lessen gekregen of zijn gewoon niet zoo goed in medeleven, logica of fatsoen toonen.
En natuurlijk maakt ons dat boos maar vergeet niet dat sommigen hier in de jaren ’50 al wilde stoppen met herdenken!
Fatsoenlijke lieden zullen gewoon door gaan met het geven van het goede voorbeeld en het verleden nooit vergeten.

Dat er steeds minder menschen zijn die zich realiseren hoe belangrijk de herdenking is en hoe groot de invloed van die oorlog op ons dagelijks leven nog steeds is, is zorgwekkend en deprimerend.
En daarom is het belangrijk, misschien wel meer dan ooit, dat we er voor zorgen dat iedereen daar goed over na blijft denken en praten.
En misschien is het ons aller taak om goed uit te leggen waarom dat allemaal zoo belangrijk is.
Maar al die miljoenen slachtoffers herdenken is moeilijk, hoe groter het cijfer des te vager de gezichten van deze menschen worden.

Daarom denk ik iedere 4 Mei aan individuen, natuurlijk mijn eigen familieleden die het in de jappenkampen en bezet Nederland zwaar te verduren hadden, maar ook aan menschen over wie ik toevallig ooit gelezen heb of wiens foto me in het geheugen gebrand staat.

Vandaag wil ik het daarom hebben een jong slachtoffertje van de oorlog.

In October 1942 wordt er een vondeling afgeleverd bij de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam waar op dat moment alle Joodsche kinderen zitten die samen met hun ouders opgepakt zijn en wachten op transport.
De volwassenen zitten dan in de schouwburg.
Het kleine ventje krijgt de naam Remi, naar de knaap uit het boek ‘Alleen op de Wereld’, want niemand wist wie hij echt was.

576280_10150900061184612_398825768_n

De knul is gelijk geliefd, iedereen is gek op hem, zelfs de Duitse soldaten die het gebouw bewaken.
Een van hen breng Remi zelfs speelgoed.

De situatie in de crèche was natuurlijk vreselijk, kinderen waren gescheiden van hun ouders en begrepen weinig van wat er nu aan de hand was.
Bang, eenzaam en verward zaten ze hun noodlot af te wachten.
Gelukkig zorgde de medewerkers van de crèche erg goed voor de kinderen en dankzij samenwerking met het verzet zijn honderden van de kinderen onder het oog van de Duitschers meegesmokkeld en gered.
Maar juist omdat iedereen Remi kende kon hij niet gered worden, zijn verdwijning zou opvallen.

Pas zestig jaar later herkend de broer van Remi zijn foto en wordt zijn echte naam bekend; Koenraad Huib Gezang.
Een jongetje uit een grote familie en hecht gezin waarvan vader in de meidagen als soldaat nog tegen de Duitschers strijd.
Tijdens de bezetting besluit de familie onder te duiken, plek voor een heel gezin is niet te vinden dus moeten de kinderen zich ergens anders verstoppen, alleen, zonder hun ouders.
Koentje gaat bij een tante woonen.

Het lukt de vader van Koentje naar Frankrijk te vluchten en hij probeert zijn gezin daar ook heen te krijgen, dat lukt alleen met Edward, de 12 jarige broer van Koentje.

Moeder wordt in 1943 vergast in Sobibor.

Maar wat er met zijn broertje gebeurd is krijgt Edward niet te hooren, net als in veel gezinnen wordt er gewoon niet meer over de oorlog gepraat, het is te pijnlijk.
Pas jaren later wordt het verhaal van Koentje en zijn echte naam bekend.

Koentje gaat van onderduikadres naar onderduikadres en uiteindelijk bedenkt men een plan om hem te redden.
Hij wordt als vondeling op de stoep bij een goede familie achtergelaten, zij zouden het kind dan officieel aangeven en adopteren.

Maar het plan werkte helaas niet.
De Politie en de Duitschers waren argwanend en dachten dat hij Joodsch was, ook al was hij niet besneden.
Het gebeurde namelijk wel vaker en dus kwam er een nieuwe beschikking; ieder vondelingetje werd automatisch als Joodsch bestempeld.
De menschen die hem “vonden” probeerde van alles om ‘Remi’ terug te krijgen maar het mocht niet baten, Remi moet naar de crèche.

Na een half jaar in de crèche word kleine Remi ook op transport gezet, eerst naar Westerbork en dan naar Sobibor.
Een bang, verward en eenzaam jochie van anderhalf jaar oud, van kamp naar kamp.
Heeft iemand hem geadopteerd, zijn handje vast gehouden, hem opgetild tijdens deze lange reis?

In Sobibor is hij vergast, we zullen nooit weten of iemand hem in die laatste momenten getroost of omarmd heeft.
Ik heb besloten dat te geloven omdat het beeld van hem moederziel alleen tot het bittere einde mij te veel pijn doet.

Ik geloof niet in een leven na de dood maar tegen beter weten in hoop ik toch dat zijn mamma, die enkele weken eerder op dezelfde plek vermoord was, op hem stond te wachten.

Koentje was slechts een van de 18.000 Nederlandsche kinderen toen vermoord.
Meer foto’s en verhalen van deze kinderen in dit indrukwekkende boek dat ik zelf helaas nog niet betalen kan maar waar ik voor spaar;

https://www.bol.com/nl/p/in-memoriam/1001004011850504/

Kijk hier een documentaire over Koenraad;
http://www.npo.nl/kruispunt/12-02-2012/RKK_1509584

Vanavond om 8 uur denk ik aan Koentje en zijn familie.
U mag natuurlijk zelf bepalen aan wie of wat U denkt, zoolang U maar herdenkt.
Want ze verdienen herdacht te worden en niet alleen omdat er vandaag de dag nog steeds duizenden kinderen als Koentje zijn die ook zoo’n vreselijk lot ondergaan.

Bent U iemand die vind dat het niet noodig is of heeft U er zelfs een probleem mee, dan heb ik liever dat U mijn blog maar niet meer volgt, zal ik uw hand niet schudden en bent U niet welkom in mijn huis.

Sterkte vanavond.

Advertenties
3

Het mysterie van de stamkaarten verborgen onder de vloer

Toen ik net op de Tweede Boerhaavestraat kwam woonen hier in Amsterdam sprak mijn onderbuurman me aan en vertelde me dat hij iets had gevonden dat mij vast wel zou interesseren.

Bij de renovatie had hij onder de vloer twee distributie stamkaarten gevonden, gewikkeld in een stuk bruin papier.
Iemand had ze daar duidelijk tijdens de oorlog verstopt maar nooit opgehaald.
De distributie stamkaarten, die je noodig had om aan eten te komen tijdens de bezetting, waren van een zekere Saartje en Philip Cohen de Lara geweest, aangezien dit twee Joodsche namen waren dacht ik er gelijk aan dat zij hier misschien ondergedooken hadden gezeten of misschien wat spullen hadden achtergelaten toen ze gingen onderduiken of op het punt stonden om op transport gezet te worden.
Het was wel vreemd want dit type stamkaart werd tot eind 1944 gebruikt en toen waren de meeste Jooden al uit Nederland getransporteerd.
Als Philip en Saartje bij deze groep hoorde dan zouden ze denk ik hun stamkaarten wel meegenomen hebben.
Dus zou het goed kunnen zijn dat ze zijn ondergedooken of valsche papieren kregen en deze originelen om de een of andere reden verstopt moesten worden.
Dankzij de fantastische en enorm indrukwekkende website ‘Joods Monument‘ kon ik Philip en Saartje al snel vinden.
Helaas hadden geen van beiden de oorlog overleefd, maar hun twee kinderen wel,  Margaretha (Riet) Sientje Cohen de Lara and Sonja Margaretha Nijman – Cohen de Lara.
Zoowel Philip als Saartje zijn op 31 Januari 1944 in Auschwitz vermoord.
Beide echte Amsterdammers, hier geboren en getogen, maar voor de Nazi’s telde dat niet, die vonden ‘ras’ belangrijker.

Ook vreemd aan deze vondst was dat de Cohen de Lara’s niet op mijn adres woonde tijdens de oorlog.
Zij woonde op de Grensstraat 19, niet op de Tweede Boerhaavestraat 71-1, waar de kaarten gevonden zijn.
Daar woonde tijdens de oorlog Mathilde Noach, een joodsche verpleegster die in Duitschland was geboren en dus waarschijnlijk in de jaren ’30 naar Nederland gevlucht was.
Haar vader Annij Noach zat in het Centraal Israëlitisch Krankzinnigengesticht Het Apeldoornse Bos, voor de oorlog waren haar ouders al gescheiden wegens de ‘medische conditie’ van Annij, en woonde moeder en kinderen elders.
Mathilde was ergens in de 40 toen de oorlog begon, mijn leeftijd dus.
En net als ik ongetrouwd en zonder kinderen.

Ik denk dat ze erg sociaal was en om haar medemensch gaf, dat moet haast wel als je verpleegster bent.
Om de een of andere reden, ergens tussen September 1939, toen de kaarten uitgereikt werden, en Mei 1943, toen Mathilde op transport gezet werd naar Sobibor en daar ook werd vermoord, heeft zij de distributie stamkaarten van Philip en Saartje gekregen en onder de vloer verstopt.
Moest ze ze voor hen bewaren omdat ze gingen onderduiken, waren ze daar achtergelaten en was de volgende bewoner bang dat de Duitschers ze zouden vinden en bepaalde conclusies zouden trekken?
We zullen het misschien nooit weten.

Natuurlijk kon ik mijn nieuwsgierigheid weer niet bedwingen en ben ik op zoek gegaan naar nog levende familieleden.
Ik vond een neef maar helaas liet die vervolgens niets meer van zich horen.
Sonja en Riet Cohen de Lara zouden nog wel te vinden moeten zijn, binnenkort maar eens de telefoongids uitpluizen.

Mathilde had nog een broer en een zus die de oorlog overleefde maar die inmiddels overleden zijn.
Wat was toch die connectie tussen Mathilde en de Cohen de Lara’s?
Hoe kwamen hun stamkaarten onder haar vloer terecht?
Waren ze vrienden, hebben ze tijdens de bezetting avonden hier gezeten, fluisteren over wat ze toch konden doen?

En de familie die in mijn huis woonde?
In de kamers die ik nu betrek woonde het Gezin Isaäc van de Kar.
Isaäc zelf, zijn vrouw Rachel en hun twee volwassen kinderen Rebecca en Simon.
Ze zullen het niet ruim gehad hebben, een van de kinderen zal wel in de woonkamer geslapen hebben of anders op zolder.
Geen van hen hebben de oorlog overleefd.

En ook de familie op de begaande grond en op 3 hoog zijn voor het overgrote gedeelte niet terug gekomen uit de kampen.
Een sombere gedachte.
De trappen die ik dagelijks op- en afstijg liepen zij ook vaak op en af, ook die laatste keer, angstig, met koffers en rugzak, nog een keer omkijken en dan de duisternis in.
stamkaarten cohen de lara