0

Sinterklaasviering in het Jappenkamp

Het is bijna zoover, de goede Sint en ZWARTE Piet komen straks weer langs om cadeaux uit te delen aan de lieve kinderen en de stoute kinderen flink met de roe te geven of zelfs mee naar Spanje te nemen in de zak, zooals het hoort.
Maar ik dacht vandaag even terug aan een wel heel bijzonder Sinterklaasfeest, namelijk de viering in Jappenkamp Lampersari te Semarang, Nederlandsch Indië, 5 December 1945.
 
Ik had het al eerder over mijn familieleden die tijdens de oorlog in dit kamp zaten en deze ervaring in sommige gevallen niet en in de andere gevallen nauwelijks overleefde.
 
Mijn oma en haar oudste dochter, mijn tante, hadden de oorlog dus maar net overleefd en ik weet niet zeker of ze in December 1945 nog in het kamp zaten maar ik denk het wel.
De meeste gevangenen bleven daar nog een flinke poos omdat vervoer nog niet mogelijk was maar ook gevaarlijk in verband met de Bersiap periode waarbij enkele Indonesiers het voorzien hadden op iedereen die blank was, maakte niet uit of ze jong of out waren of net een paar jaar kamp hadden overleeft.
 
Deze tekening laat het bezoek van Sinterklaas zien aan dit kamp.
Kunt U zich voorstellen hoe bijzonder en ontroerend dit moet zijn geweest?
De oudere kinderen wisten misschien nog wie Sinterklaas was, de jongere waren hem vast al vergeten.
Even waren alle gruwelijkheden vergeten en om deze kinderen allemaal een momentje van plezier te beleven moeten de volwassenen daar zoo hard gewerkt hebben.
Een costuum maken, lekkernijen maken, geschenkjes knutselen, en dat allemaal vlak jaren kamp, honger en tekorten.
Ik probeer me voor te stellen hoe wonderschoon dit evenement geweest moet zijn voor menschen zooals mijn oma en tante.
Ik zal haar eens vragen of ze hier nog herinneringen aan heeft.
 
Hoe dan ook, vlak voor we fijn een feestje gaan vieren met allemaal geschenken, veel snoep en een overvloedige maaltijd, is het, vind ik, altijd goed dit even in perspectief te zien en te denken aan de pakjesavonden van vroeger.
resolve

Tekening gemaakt door Jan Kickhefer, bron; Geheugen van Nederland.

 

Advertenties
1

Waarom ik een roode klaproos draag in November

Ieder jaar bezoek ik de Engelsche ambassade in Den Haag of de boekwinkel Waterstones in Amsterdam om een roode klaproos van papier op te halen, een ‘poppy’, die ik vervolgens op de revers van mijn jas speld.

Dit is een voornamelijk Britsche traditie die niet veel Nederlanders kennen maar iedereen heeft de poppy wel eens opgemerkt tijdens een nieuws uitzending en misschien vroeg U zich toen af waarom de Britsche minister en presentatoren allemaal zoo’n bloemetje droegen.

Oorspronkelijk herdachten men met deze klaproosjes de gevallenen van de Eerste en later de Tweede Wereldoorlog, net als in Nederland zijn daar later ook nog andere conflicten bij gekomen en is het ook een goed doel aangezien de donaties die menschen die zoo’n bloem koopen worden gebruikt om onder andere voor veteranen te zorgen.

Men koos voor de klaproos omdat na de veldslagen in Belgie en Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, de slachtvelden er vol mee stonden.

Ik vind dat erg mooi maar ben natuurlijk niet Britsch.

Toch wilde ik hem dragen.

Mijn familie heeft veel meegemaakt tijdens de oorlog, niet alleen hier in Nederland waar we de hongerwinter in Den Haag moesten overleven, maar ook in Nederlandsch Indië.

Daar hadden mijn grootouders en hun familie leden het erg zwaar, mijn oom was krijgsgevangen gemaakt na ternauwernood de slag om de Javazee te hebben overleeft en moest vervolgens aan de gruwelijke Birma Spoorweg werken, ook wel de Doodenspoorlijn genoemd.

Mijn oma kwam met haar pas geboren dochtertje in het Jappenkamp Lampersari terecht, maakte daar vreselijke dingen mee en lag toen de bevrijding kwam al in de ziekenbarak, daar kwamen velen nooit meer uit.

De oorlog had dus niet veel langer moeten duren of ik was er niet geweest.

Net als veel Nederlanders dank ik dus mijn leven aan de Geallieerden die alles riskeerden en vaak ook het ultieme offer maakte om ons te bevrijden.

Maar heel direct dank ik mijn leven aan die eene helaas onbekende Deensche diplomaat die met gevaar voor eigen leven het kamp binnen reed en de commandant duidelijk maakte dat de oorlog afgeloopen was (weet U meer over deze man dan hoor ik heel graag van U) maar ook aan de Sikh, Gurkha en andere troepen die onder Britsch bevel het kamp bevrijden en later mijn familie beschermde tegen de inlanders.
Ik zal binnenkort eens meer over mijn familiegeschiedenis schrijven.

Naast deze hele persoonlijke reden voel ik natuurlijk ook een enorme verbintenis met de Tweede Wereldoorlog door mijn fascinatie voor de jaren ’30 en ouderwetsche levensstijl, die brengt die periode voor mij soms toch wel erg dichtbij.

Ik heb ook zooveel Engelsche vrinden voor wie dit erg belangrijk is en ik heb de eer gehad een aantal veteranen te mogen ontmoeten en persoonlijk te bedanken voor hun offers, de Britsche kant van de oorlog is voor mij dus erg belangrijk.
Het is een kleine moeite en ik wil graag laten zien dat ik met onze buren in het Westen meeleef als het gaat om de herdenkingen die zij houden op 11 November.

Een mooie bijkomstigheid hiervan is dat Britsche toeristen hier in Nederland het heel fijn vinden een Nederlander tegen te komen die er een draagt maar ook zijn er veel Nederlanders die mij vragen waarom ik er een draag en waar het voor staat en dan kan ik ze over mijn familie vertellen en ze er even aan herinneren dat er voor onze vrijheid gestreden is en we deze niet vanzelfsprekend moeten vinden.

Wilt U ook een poppy gaan dragen?
Dan kunt U hier op de facebook pagina van ‘The Royal British Legion Holland Branch Poppy Appeal‘ vinden waar U er een kunt halen, vergeet ook niet de pagina te ‘liken’.

ghosts of history fields of flanders poppies