0

Verloren namen van Joodsche Asterdammers

Via via kwam dit bericht mij ter ore en ik wilde het graag met U delen.

Kunt U helpen?

De nazi’s vernietigden vanaf medio 1942 bij papierfabriek Van Gelder in Wormer alle minder waardevol geachte papieren bezittingen van Amsterdamse joden. Tot de zeer weinig geredde eigendommen daar behoort een foto-album waaruit onder meer bijgaande foto’s komen. Maar wie zijn deze Amsterdammers?

Bekend is alleen dat er bevriend contact was tussen hen en de in 1938 naar Nederlands-Indië geëmigreerde Siegfried Eduard Rappaport (1914-1943), die voor de oorlog woonde in de Jan Willem Brouwersstraat 21.

Wie herkent bijgaande joodse Amsterdammers, wellicht vader en kind/kinderen? Informatie is welkom via 075-6313819 en info@schaapschrijft.nl.

Verder verspreiden van deze oproep zou fijn zijn.

20664984_499545140437914_8631342026096235313_n20769961_499545203771241_2793485889090551779_n20800221_499545257104569_1412956052271835798_n

Advertenties
0

Kachels, geisers en fornuizen

Wist U dat wij hier in Amsterdam vanaf 1933 in ieder nieuw huis een badkamer kregen?

Uit; “kachels, geisers en fornuizen” proefschrift van Peter van Overbeeke, 2001.

“Maar zoals het bouwen van badhuizen niet automatisch leidde tot regelmatig
badhuis-bezoek van de Amsterdammers, zo bleek het aanbrengen van een douchecel
in de woning niet voldoende om de bewoners onder de douche te krijgen
en de waterbeschaving te verhogen. Dat bleek onder andere uit een enquête onder
de bewoners in Betondorp die in het bezit van een badruimte met douche
waren. Slechts 44 procent van hen gebruikte de cel om te douchen, terwijl 56
procent de douchecel niet gebruikte dan wel als bergruimte of slaapkamer gebruikte.
Een voor de hand liggende verklaring was dat de bewoners niet gewend
waren te douchen en er dus ook geen behoefte aan hadden. Maar een bezwaar
was ook dat de bewoners zelf een geiser of boiler moesten aanschaffen en velen
vermeldden dat ze dat te duur vonden.25 Van de 44 procent die de douche wel gebruikte
had slechts 18 procent zo’n apparaat aangeschaft. De overige 26 procent
douchte dus met koud water, waarschijnlijk enkel in de zomer.”

“In 1933 kon De Miranda als wethouder voor volkshuisvesting zijn ideaal een
stap dichterbij brengen: de gemeenteraad ging akkoord met een nieuwe bouwverordening,
die onder meer een doucheruimte inclusief watervoorziening en
gelegenheid tot aansluiting van een warmwatertoestel vereiste in elke nieuwe
woning.”

Leve de vooruitgang!

De jaren ’30 waren zoo achterlijk nog niet.