1

Mijn nieuwe leven, (ruim) een half jaar verder.

Eindelijk even de tijd genomen om te schrijven over de grote veranderingen in mijn leven.
Afgelopen januari ben ik dus eindelijk uit Amsterdam ontsnapt!
Zooals ik al eerder schreef wilde ik al heel lang weg uit de stad, ik hoorde er niet thuis, ik kon niet tegen de drukte en het lawaai.
Ik wilde naar het platteland!
Veel eerder dan verwacht is dit ook daadwerkelijk gelukt!
Verhuizen was echt vreselijk, ik heb zooveel spulletjes en het meeste daarvan is kwetsbaar, oud en kostbaar.
Ik was tot het moment dat de verhuizers kwamen nog aan het inpakken, sterker nog, ik was nog niet klaar!
En zelfs nadat de verhuizers de wagen hadden volgeladen en al op weg waren naar de nieuwe wooning, was ik nog bezig spullen in dozen te stoppen en zelf naar beneden te sjouwen voor in de auto van mijn moeder.
Zij hielp me ook nog enorm maar het is een wonder dat het allemaal gelukt is want ik was helemaal kapot.
Dagen achter elkaar inpakken, al die trappen op en af, nauwelijks slapen en dan ook nog uren rijden naar Groningen.
Wat is verhuizen toch een gruwel!

Maar vanaf het moment dat ik voor het eerst wakker werd in mijn nieuwe huis voelde ik me thuis.
Wat een rust, wat een schoonheid, wat een boel natuur!
Natuurlijk duurde het ook weer even voordat ik alles had uitgepakt en ingericht en mijn familie bleef ook gezellig nog even om te helpen dus pas na een week of twee begon mijn nieuwe leven echt.

29314917_1199816686815207_2040957738820829184_o.jpg

De wooning is een boerderij uit de jaren ’30 die helaas wel erg gemoderniseerd is in recentere tijden maar er zit een enorm stuk land bij met meer dan 100 bomen en het ligt in een prachtige omgeving.
Vanuit mijn tuin kan ik de Duitsche grens zien en op 10 minuten fietsen afstand bevind zich het prachtige Fort Bourtange!
Dit is vrij recent gereconstrueerd en dus is het een modern bouwsel dat van buiten ouderwetsch lijkt maar eigenlijk nieuw is, net als ik!
Het is klein, gezellig en mooi maar ook vinden er veel historische evenementen plaats, dat is natuurlijk ook erg fijn voor iemand als ik die zooveel met vroeger bezig is.

29386756_1199822320147977_4972713624935071744_n.jpg

Ik heb al een naam bedacht voor de boerderij; De Hedwig Hoeve.
Neen, natuurlijk is dat geen verwijzing naar mijn eigen naam!
De naam van de boerderij is afgeleid van de namen van mijn oma en moeder die beiden ook Hedwig heten.

Het plan is natuurlijk om de boerderij weer helemaal ouderwetsch te maken maar dat gaat veel geld en tijd kosten dus dat zal nog een poos duren.
Een flinke klus en aangezien ik ook maar een simpele arbeidster ben heb ik geen cent te makken, dus hier ben ik voorlopig wel even zoet mee!

De tuin is ook enorm en ik moet zoo veel leren over al dat wat er groeit, want daar weet ik als stadsjuffer natuurlijk niets vanaf.
Ik ben wel al begonnen met een stukje klaar maken voor waar volgend jaar mijn moestuintje zal komen en ik heb het tuinhuisje wel al een beetje opgeknapt.
Dit kostte geen geld en was ook niet al te veel werk maar het gaf me wel al een klein hoekje waar ik de sfeer kon proeven van hoe het allemaal ooit moet worden.

35887011_1260850680711807_7974729296201646080_n.jpg

Maar het leukste aan de grote tuin is natuurlijk het enorme plezier dat de dieren er van hebben.
De katten zijn enorm gelukkig hier, in plaats van een etage in Amsterdam hebben ze nu wel erg veel ruimte opeens.
Ze rennen, spelen en jagen de hele dag.
Van muizen zal ik hier geen last hebben!

39987716131_f91b2b741a_z.jpg
Mij lieve oude hond Vlo vond het ook heerlijk, tenminste dat denk ik.
Ondanks dat ze doof en blind was en moeite met lopen had, lijkt het erop dat ze het toch wel fijn vond lekker buiten rond te kunnen loopen.
Er was veel te snuffelen en ontdekken en ik denk dat het toch ook wel plezanter is om op het gras in de schaduw van een boom en met veel frisse lucht een dutje te doen dan op een klein balkon.
Ze heeft nog maanden kunnen genieten van deze nieuwe omgeving en ik was blij dat ik op het nippertje nog mijn belofte aan haar had kunnen waarmaken; we hadden het gered, we woonde eindelijk buiten.
Op een morgen ging het echter niet zoo goed met haar en net terwijl ik het telefoonnummer van de dierenarts aan het opzoeken was kreeg ze ademhalingsproblemen en was het opeens voorbij.
Mijn compaan van de afgelopen 17 jaar verliezen deed me natuurlijk veel pijn en verdriet maar het idee dat ze nog even hier heeft kunnen genieten en in deze tuin haar laatste rustplaats heeft gevonden heeft me ook wel getroost.

38642392615_e45b1ed570_z.jpg

Het leven is hier natuurlijk heel anders.
Even naar de supermarkt op de hoek zit er niet bij.
Er zijn hier nauwelijks winkels en iedere keer als je iets noodig heb moet je dus een aardig stuk reizen.
Gelukkig kwam ik er achter dat de supermarkt in het dorp verderop ook aan de deur levert!
Dus ik hoef nooit meer boodschappen te doen, dat bevalt me wel want U weet misschien wel wat voor enorme hekel ik heb aan supermarkten.
Natuurlijk zou het nog leuker zijn als net als vroeger de bakkersknecht, slager, etc, zelf aan de deur kwamen met de bestellingen maar dit is toch ook wel handig en in ieder geval ouderwetscher dan naar de supermarkt gaan.

Groningen is prachtig, ik gaa vaak zoomaar even een stukje fietsen en geniet van de natuur en het uitzicht.
Maar ook de menschen zijn hier heel anders.
Ik wil niemand beledigen maar over het algemeen is iedereen hier een stuk vriendelijker en beleefder dan in de groote steden waar ik mijn hele leven woonde.
Iedereen groet elkaar en voor je het weet zit je gezellig te kletsen met iemand die je nauwelijks kent.
Buren bieden aan te helpen met van alles en nog wat en voor ik het in de gaten had riep ik ook luidkeels ‘Moijeuh!’ tegen Jan en alleman, dit tot groot jolijt van alle toeristen en dagjesmenschen.
Maar ook valt het gewoon op dat als je iemand aankijkt ze vriendelijk glimlachen in plaats van nors terugstaren of zelfs dreigend “Wat kijk je nou?” snauwen.
Er is echt een verschil van dag en nacht in hoe men hier met elkaar omgaat.
En U begrijpt, dit is precies dat wat ik zocht, zooals men vroeger overal met elkaar omging, zelfs in de steden.
Dit is hoe ik denk dat het vroeger was in groten delen van ons land, toen we gewoon nog een beetje normaal met elkaar omgingen.

Kortom, ik voel me hier enorm thuis en ben reuze gelukkig.
Neen, ik mis het lawaai van de stad niet, neen ik moest niet wennen aan de stilte, neen het is geen probleem dat ik geen auto heb, neen ik mis Amsterdam helemaal niet!

En nu?
Nou zooals ik al schreef begint ik nu met het enorme project ter ‘ouderwetschiseering’ van deze boerderij.
Verder geniet ik gewoon lekker van het rustige leventje hier, binnenkort neem ik weer een hond en dan komen er langzaam maar zeker steeds meer dieren bij.
Meer honden maar ook kippen, misschien een geitje, etc.

Natuurlijk bestaat mijn leven nu ook uit het rapen en plukken van wat er allemaal in de tuin groeit en gaa ik experimenteren met het maken van appelsap, cider, jam, wecken, etc.

37597149_1291532317643643_1347045565300473856_n.jpg

Ik schrijf over mijn leven natuurlijk ook hier op mijn ‘facebook’ pagina;
https://www.facebook.com/juffrouwjohedwigteeuwisse/

Maar er is ook een ‘facebook pagina’ alleen over de Hedwig Hoeve;
https://www.facebook.com/hedwighoeve/

Ik hoop dat U met veel plezier mijn avonturen blijft volgen ook al schrijf ik nu natuurlijk wel minder spannende verhalen over al mijn confrontaties met asocialen of al die andere irritaties die ik ervaar in de grote stad.
Want vrinden, hier is het leven nog goed!

3

De jacht naar een jaren ’30 geyser

Een van de concessies die ik doe als ‘jaren 30 juffrouw’ is dat ik wel graag warm water in huis heb.
Nou was het sanitair in Nederland eind jaren ’30 prima geregeld hoor, in 1920 waren nagenoeg alle Amsterdamsche wooningen al aangesloten op het gasnet en de meeste huishoudens gebruikte een gaskomfoor of -fornuis.
Maar warm water uit de kraan was toch nog niet voor iedereen weggelegd ook al werd het vanaf de jaren ’20 iets dat voor middenstands- en zelfs arbeidershuishoudens binnen bereik kwam.
Electrische boilers en Gasgeysers werden namelijk aangeboden door electriciteits-en gasbedrijven die op dat moment nogal in concurrentie met elkaar waren.
Er was dus heel veel propaganda en dat betekende dat de prijzen omlaag gingen en er af en toe een voordeel te behalen viel.
Zelfs voor een alleenstaande vrouw van de lagere middenstandsklasse/arbeidersklasse.

De woningwet en nieuwe ideeën over hygiëne en volkschhuisvesting zorgde er ook voor dat steeds meer bewoners in de grote steden gebruik konden maken van al deze nieuwe mogelijkheden.
Zoo kwamen doucheruimtes, of ‘natte cellen’ niet alleen veel vaker voor, ze waren zelfs bij wet verplicht voor iedere nieuwe wooning gebouwd na 1933.
Het paste allemaal prachtig bij de nieuwe sociale en progressieve ideeën die zoo typerend waren voor het Interbellum.

Vanaf de jaren ’20 bo de Gemeente Gasfabrieken hier in Amsterdam hun klanten allerlei nieuwe producten aan om zoo te concurreren met het electriciteitsbedrijf.
Er kwamen continue nieuwe producten op de markt en het was al snel duidelijk dat huishoudens vaak moesten kiezen tussen spullen die gas of electriciteit gebruikte.
In 1932 introduceerde GG de keukengeiser en het was een groot succes, meer dan de fabrieken konden leveren.
Helaas brachten de meeste huurders hem een jaar later al weer terug omdat ze te duur waren geworden in verband met de crisis!
Het aantal huishoudens met een Electrische nachtstroomboiler bedroeg in 1940 47.000, verder waren er ruim 4000 huishoudens met badgeiser, 2000 met douchegeiser en minder dan 2000 met een keukengeiser van de GG.
Kortom in 1940 had bijna 30% van de Amsterdamsche huishoudens warm water uit de kraan.
Dat is best veel en meer dan de meeste menschen misschien denken maar aan de andere kant staat dus die 70% Amsterdammers die nog steeds hun water op het fornuis moesten verwarmen of zelfs moesten koopen bij een waterstooker.

Dus ik heb een bevoorrechte positie en iets bijzonders in huis, maar geheel ongewoon is het toch weer niet.
Laten we daarom maar afspreken dat ik hem op afbetaling heb aangeschaft of huur bij het gasbedrijf.
Rond 1932 koste dat een kwartje per week, best veel maar ja, het badhuis is ook niet gratis.

Maar goed, genoeg historische achtergrond… ik heb er nu dus een!
Nou ja, bijna.
En het was me toch een avontuur om er een te vinden!

DSC00098

Al jaren kijk ik dagelijks op Marktplaats.nl om te zien of een van de dingen op mijn lange wenschlijstje toevallig aangeboden worden.
Een jaren ’30 geyser stond daarbij en eindelijk vond ik er een die te koop was.

Maar toen de postbode deze afleverde wilde ik weten hoe oud hij nu echt was en ging verder onderzoek doen.
Een emailtje naar Vaillant Nederland stelde helaas nogal teleur, volgens hen was mijn geiser uit 1947-1951.
Ze konden me niet vertellen of het ontwerp/model wel ouder was.
De archieven liggen waarschijnlijk in Duitschland of zijn door de Tommies gebombardeerd.
Ik vond het enorm jammer dat mijn geiser niet echt jaren ’30 was en natuurlijk heb ik veel liever een echte jaren ’30 geyser maar een die later gemaakt is en er precies hetzelfde uitziet is iets waar ik voorlopig mee kan leven tot ik een echte oude vinden kan.
Maar als het waar was wat de menschen van Vaillant Nederland beweerde en mijn geiser echt een typisch naoorlogsch model was, dan moest ie toch echt weer het huis uit.

Maar zoo snel gaf ik het niet op.
Als onderzoeker leer je al snel dat je bronnen niet klakkeloos moet geloven, zelfs als het om hele betrouwbare bronnen gaat.
En dan is dat moderne internet toch wel erg handig!
Net als de hulp van collega-tijdsreizigers.
Na flink wat zoeken vond ik een Duitsche folder uit 1938 met daarin mijn geiser!
Zonder hoedje erop maar onmiskenbaar hetzelfde ontwerp.

w9lpSyh1dtWG142481346602P8823

Vaillant Preisliste 38

Mijn geiser is dus model SH5 A, nou ja het kleinkind ervan want die van mij is SH5 A/R.
Dus van wat later, waarschijnlijk naoorlogsch.
De exacte geboortedatum is nog niet gevonden.
Desalniettemin weet ik nu zeker dat mijn geyser er authentiek uitziet en dus past in mijn jaren ’30 wooning.
Alleen experts zullen zien dat het naamplaatje en model misschien wat moderner is.

Ik zal hem dus in mijn keuken hangen, waarschijnlijk gewoon voor de sier want ik denk niet dat ik deze nog kan of zelfs mag gebruiken.
En gas is toch een beetje te link om mee te experimenteren.

Ondertussen blijf ik wel zoeken naar echte vooroorlogsch geyser.
Mocht U er een vinden, dan hoor ik graag van U!

 

Nou alleen nog een koelkast of ijskast en dan is mijn wooning zoo goed als compleet.

227868

Bronvermelding; De meeste historische feiten en cijfers komen uit het boekje; “Kachels, geisers en fornuizen” door Peter van Overbeeke.

0

Zeven jaar zonder mobiele telefoon, geen seconde spijt

Onlangs kwam ik er min of meer toevallig achter dat het ruim zeven jaar geleden is dat ik mijn mobiele telefoon weg deed.

Toen dacht ik eigenlijk dat ik het niet zoo lang vol zou houden maar dat dacht ik ook van de waschmachine, de magnetron en de televisie en die mis ik ook niet.

Ik had en heb zoo’n hekel aan die dingen, hoe je altijd bereikbaar bent, de vervelende geluidjes die ze in het openbaar maken, de irritatie die ze veroorzaken als menschen vergeten waar ze zijn en privegesprekken voeren die jij helaas aan moet hooren en hoe simpelweg de hele maatschappij zich tegenwoordig op de kleine beeldschermpjes richt in plaats van op elkaar.

En dan zijn er vast menschen die die enkele foto’s aan me willen laten zien van vroeger waarbij je een groep menschen allemaal de krant lezen in plaats van met elkaar de kletsen maar vergeten dan dat die foto’s meestal gemaakt werden als onderdeel van een nieuwsbericht en zelden een natuurlijke ‘snap shot’ waren.
De foto wil iets laten zien, namelijk dat iedereen de krant leest omdat er die dag iets heel bijzonders gebeurt was.
Hoe dan ook, zelfs als iedereen toen in de trein altijd de krant las is de situatie toch niet te vergelijken.
De krant maakt geen irritante muziek waar iedereen van mee kan “genieten” en krantenlezers zijn niet “doof”.

Maar goed, waarom de mobiele telefoon zoo vreselijk is hoef ik eigenlijk niet uit te leggen, ik denk dat de meeste van U, ook zij die erg blij zijn met hun eigen “mobieltje” zich toch ook regelmatig ergeren aan andere gebruikers van dat apparaat.

Zoo leef ik dus zonder mobiele telefoon en ik mis niets.
Mijn gewone telefoon, een Ericsson uit 1937, werkt prima, heeft geen batterijen noodig en is zoo ‘smart’ dat hij nooit naar buiten hoeft.
Als ik het huis verlaat ben ik niet bereikbaar, voor niemand niet, nooit niet.
En wat is die vrijheid toch heerlijk!

In al die jaren is het misschien een dozijn keer voor gekomen dat ik bij mezelf dacht; goh nu zou zoo’n ding wel handig zijn.
Maar echt belangrijk was het nooit en het heeft nooit problemen veroorzaakt.

Die kleine situaties waarbij het leven even een klein beetje moeilijker is omdat ik geen mobiele telefoon heb zijn het echt niet waard om mijn vrijheid voor op te geven.

En neen, het is ook niet slecht voor mijn bedrijf, ik ben prima te bereiken, ik heb tenslotte voor mijn werk die computer aangeschaft ook al past die niet in mijn interieur (Oh Apple waarom wilt U geen Macbook maken van bakeliet?).

De moderne tijd gunt ons niet genoeg rust en stilte en ik hou daar juist zoo van.
En ook al maken bedrijven het me soms moeilijk door me om mijn mobiele nummer te vragen en ook al komt er misschien een tijd dat we allemaal gedwongen worden zoo’n apparaat bij ons te dragen, ik blijf voorlopig gewoon lekker “immobiel”.

Vorig jaar schreef ik ook een stukje over het leven zonder mobiele telefoon, er staat veel meer in, dus als U dit korte “lustrum” bericht plezant vond dan wilt U dat vorige bericht misschien ook lezen, dat kan door hier te klikken.

Mijn telefoon.

Mijn telefoon.

2

Vleesch eten is een luxe!

Vandaag den dag is het heel normaal om practisch elke dag een stukje vleesch op tafel te zetten.

Bij het ontbijt maar ook als onderdeel van het avondmaal kijken we echt niet meer op van een plakje ham, gehaktballetje of stuk worst.

Zelfs de biefstuk is niet meer iets dat je alleen op feestdagen voorgeschoteld krijgt.

Dat was vroeger wel anders.

In de door mij zoo geliefde jaren ’30 was vleesch voor bijna iedereen nog echt een luxe, iets dat je een enkele maal per week kreeg, als je geluk had.

Woensdag gehaktdag is natuurlijk bekend, dat viel nog wel te betalen maar omdat het van oorsprong restvleesch was.

Nadat de slager op maandag had geslacht en op dinsdag de mooie stukken had afgesneden, maakte hij van dat wat overbleef gehakt en dat was dan op woensdag te koop, goedkooper dan het andere vleesch.

Overigens bestaat de leus “Woensdag gehaktdag” pas sinds 1949 na aanleiding van een wedstrijd!

Op Vrijdag at men vaak visch, dat Vrijdag Vischdag roept men ook niet voor niets, dat hadden de katholieken zoo geregeld en soms betekende dat meer aanbod en ook goedkoopere visch op die dag, dus dat scheelde ook weer.

En natuurlijk hield niet iedereen zich hieraan en soms zat het mee, soms zat het tegen.

Maar het blijft een feit dat voor de meeste menschen vleesch tot vrij recent toch echt een bijzonder toevoeging aan de maaltijd was.

Nu kunnen we als we dat willen redelijk betaalbaar een halve dierentuin in de hutspot draaien want vleesch is eigenlijk, relatief gezien, enorm goedkoop geworden.

Daar betalen we uiteindelijk toch wel de prijs voor, want ook al denken we er niet graag aan, we weten toch wel dat al dat goedkoope vleesch van dieren komt die een vreselijk leven hebben gehad en die vaak ook nog even de halve wereld rond worden getransporteerd, wat ook weer erg slecht is voor het milieu.

En ook al was men in de jaren ’30 nog niet echt bezig met het milieu (behalve het milieu waarin men opgroeide!) toch hadden we wel al een dierenbescherming en waren we geobsedeerd met verspilling.

Hoe denkt U dat een jaren ’30 huisvrouw zou reageren als we haar vertelde dat haar lapje vleesch van een kip kwam die in Ierland in een legbatterij zat, vervolgens uren op elkaar gestapeld in een vrachtwagen vervoerd werd, dan per vliegtuig naar Polen waar het goedkoop maar bruut geslacht werd om vervolgens per schip naar Nederland gebracht te worden waar het in 3 lagen plastic in de winkel verkocht werd?
Een beetje overdreven misschien, maar toch ook niet heel ver van de waarheid verwijdert.

Dat is toch eigenlijk van den zotten?

Vleesch hoort gewoon hier op onze Vaderlandsche weiden rond te loopen, door de boer naar de lokale slager gebracht, daar geslacht en dan met de trein of wagen naar de stad.

Tja, dan wordt het vleesch wel een stuk duurder zult U misschien denken.

Maar is dat zoo slecht?

Zou het niet goed zijn als iets dat zooveel moeite kost, leed veroorzaakt en het milieu schade toe brengt gewoon weer een luxe wordt?

Helemaal als we daarmee onze eigen boeren weer steunen?

Want we weten allemaal dat de Nederlandsche boer het niet makkelijk heeft.

We hoeven niet allemaal gelijk vegetarier te worden ook al zou dat reuze fyn zijn voor milieu en dier.

En ik geef gelijk toe dat ook al had men in de jaren ’30 wel al vegetariers, ik zelf zou een stukje varken toch echt niet willen missen.

Hoe dan ook, door de jaren ’30 levensstijl na te volgen voor zoo goed en kwaad als het kan, ben ik nu vanzelf veel minder vleesch gaan eten.

Eigenlijk alleen nog maar in het weekeinde.

Mijn dieet is nog lang niet jaren ’30 genoeg maar die stap is al vast genomen en ik moet zeggen dat het me enorm bevalt.

Want weet U wat nu het leukste is van het uzelf af en toe wat luxe ontzeggen?

Het maakt het dan nog veel leuker als U het uwzelf wel een keer toestaat.

Als U ooit besloten heeft minder te rooken, drinken, vloeken of snoepen dan weet U vast wel wat ik bedoel.

Dan krijg U van die eene sigaret, die ene schnaps, die ene vloek of die heerlijke zak drop veel meer plezier.

Vooral als U stiekem geniet…

En daar zit ik dan, zaterdagavond, weekeind, dus een lekker lapje varkensvleesch op mijn bord.

Het is weer een week geleden dat ik vleesch at dus dit wordt weer genieten!

Dat ik daarbij ook nog een beetje milieuvriendelijker ben en toch ook wat zuiniger, is dan weer mooi meegenomen.

Eet smakelijk!

kok kookt