1

Mijn nieuwe hond, Beike

Mag ik de nieuwste bewoonster van de Hedwig Hoeve en mijn beste vriendin aan U voorstellen; Beike!

64501845_10157512648464612_1895953307831107584_n.jpg

Toen mijn hond Vlo overleed wilde ik al snel een nieuwe hond, eentje die zich thuis zou voelen op de boerderij en de baas kon worden van alle andere dieren die er in de toekomst nog bij zouden komen.
Maar natuurlijk moest het beestje ook passen bij het jaren ’30 huishouden op een ouderwetsche boerderij.

Dus na flink wat onderzoek doen kwam ik uit op de Stabij hond, de perfecte hond voor een jaren ’30 boerin zooals ik een beetje probeer te zijn.
Het ras komt uit Friesland, dat is hier om de hoek.
En ook al is het type nog niet zoo lang officieel als ras erkend, de soort bestaat al heel lang en was en is al eeuwen een echte boerderijhond voor de gewoone man, ze waken, jagen en kunnen zelfs karren trekken.
Maar tegelijk zijn ze reuze lief en gezellig.
Kortom een manusje van alles!

Via het internet, ja toch wel ergens handig voor dus, kwamen we uiteindelijk bij een gezin terecht niet ver bij me vandaan waar de pups al een paar weken oud waren en klaar waren voor adoptie.
Het waren allemaal jongens maar er zat een meisje bij.
Ik wilde graag een meisje en ik vond het wel erg leuk om te zien hoe ze als eenige meid al die knapen aardig onder de duim had.
Ze liet zich niet kennen!

Een week of wat later kon ik haar ophalen.
Ik noemde haar Beike, een typische, ouderwetsche naam voor de Stabij.

Het was voor haar wel even wennen zoo’n ouderwetsche plek met vreemde geurtjes als Bakeliet, Sunlight Zeep, velour op de met stroo gevulde divan en eten en drinken uit een emaillen bakje, om nog maar te zwijgen over de enge katten!
Moppie, Moortje, Roetje en de wilde kat die af en toe zichzelf binnen laat zijn allemaal reuze nieuwsgierig naar Beike en de arme dreumes heeft haar eerste tik al binnen maar verder is er geen vijandelijkheid.
Sterker nog, Moppie lijkt aardig gek te zijn op Beike en geeft haar al kopjes en gaat graag bij haar liggen.
Een goed begin dus.

P1130172.JPG

De tuin was in het begin wel een beetje te groot, Beike rende naar buiten maar was toen een beetje onder de indruk van de wilde jungle en wist niet waar ze moest beginnen met het verkennen, maar dat duurde niet lang.
Ze gaat nu regelmatig op avontuur, soms met de katten.

Beike is een schat van een hond en ik ben reuze blij met haar.
Leven zonder honden is toch een beetje leeg.

P1120935.JPG

Nou gaa ik de dreumes dus leren om een goede boerderijhond te zijn en ze zal hard moeten werken!
Maar ik zit stiekem ook al een beetje aan uitbreiding te denken.
Over een jaar, misschien twee, als Beike helemaal gewend is en al alles kan wat ze moet kunnen komt er een hondje bij, misschien zelfs uit het nest van Beike zelf!
Maar dat zien we dan wel weer.
Genoeg ruimte op de boerderij voor drie honden.
Alleen de dierenarts kosten zijn een probleem natuurlijk.

Hoe dan ook; Welkom Beike!

Advertenties
1

Bewegende beelden van mijn oma

Oma aan mijn moeders kant heb ik nooit gekend.

Ze overleed lang voor ik geboren ben, maar dankzij mijn moeder heb ik toch een soort van beeld van haar.

En dus, ondanks dat ik haar nooit heb mogen ontmoeten, mis ik haar.

Niet alleen om de vrouw die ze was maar ook om het leven dat ze had.

Geboren en getogen in Nederlandsch Indië, als jonge moeder met een peuter in een Jappenkamp terecht gekomen die ze maar net overleefde.
Vervolgens ook nog ternauwernood de Bersiap periode doorstaan en dan naar een dorp in het voor haar toch redelijk onbekende Nederland waar ze in een rijtjeshuis negen kinderen groot bracht in de roerige jaren 50 en 60.

Kortom een vrouw om respect voor te hebben.
Maar ook gewoon oma, die ik zoo graag eens simpelweg zou willen omhelzen, vertellen dat ik haar mis en vervolgens natuurlijk tot in details uit te horen over wat ze allemaal meegemaakt had, tot ze misschien zooiets als ‘Adoe zeg, gaa nu je moeder maar pesten!’ uitriep.

Tot voor kort kende ik mijn oma alleen maar van foto’s en verhalen maar opeens bleek er ook filmmateriaal te zijn.
Een hele berg korte filmpjes die het dagelijks leven in Maartensdijk laten zien ergens in eind jaren ’50, bleek ook enkele beelden van mijn oma te bevatten.

Ik kan U niet uitleggen hoe het voelde om opeens oma te zien in levende lijven.
Het beeld was vaag, zwart wit en van een afstandje genomen, maar daar was ze, mijn oma, in de deuropening met haar schort, handen in haar zij en met een grote glimlach.
Mijn lieve kleine oma, natuurlijk met alle traumatische ervaringen van de oorlog nog heel versch in haar geheugen, misschien wel uitgeput van het huishouden en het in de gaten houden van al die kinderen, maar toch sterk en lachend.

Natuurlijk is het fragment veel te kort, ze verdwijnt snel weer naar binnen.
Ik wil het scherm inkruipen, naar de voordeur rennen en aankloppen maar ja dat gaat natuurlijk niet.

Het doet je realiseren hoe veel geluk we dan toch hebben met de techniek en rijkdom van tegenwoordig.
Hoe enorm ik al die telefoons met camera’s ook haat en hoe vreselijk de sociale media ook is en hoe stom die ‘zelfies’ ook zijn, het zorgt er allemaal wel voor dat er veel meer van onze levens geregistreerd word voor het nageslacht.
Zoo is er van de levens van onze voorouders van 200 jaar geleden meestal niet veel meer dan een kruisje of handteekening op een huwelijkscertificaat over en hebben we met wat geluk wel een enkele foto van 100 jaar geleden en dan komen opeens de fotoalbums en dus ook het filmmateriaal.
Maar nog valt al dat in het niet met dat wat we tegenwoordig vast leggen.

Wat zou het fantastisch zijn als ik nu toegang had tot de facebook pagina van mijn oma die ze ergens in de jaren ’20 begonnen was, of honderden foto’s uit haar kindertijd had in plaats van een handje vol.
En ik krijg tranen in mijn oogen als ik zelfs maar denk aan wat er allemaal te zien zou zijn als mijn oma’s leven was vastgelegd met een video camera.

Maar het is niet anders.
Dat wat de eerste helft van de 20e eeuw zoo aantrekkelijk maakt voor mij is er ook de reden van dat er dus niet zoo veel materiaal van mijn oma is achtergebleven.

En dat maakt deze vondst ook weer extra belangrijk voor mij.

Dag oma, ik mis je.

Videobeelden uit ‘Dorpsvideo Maartensdijk’, op het internet gezet door mijnheer Korsman.

2

Ouderwetsche juffrouw bijt hond

In 2007 kreeg ik een verzoek van het televisie programma ‘Man bijt hond’, of ze een filmpje over mij mochten maken.

Ik vind het een leuk programma maar was toch een beetje huiverig, zelf ben ik naar de Film- en Televisie Academie geweest en weet wel een beetje hoe makkelijk het is om iemand negatief in beeld te brengen ook als ze juist goed overkomen.

Voor je het weet kom je toch over als een dorpsgek, nou ben ik dat stiekem ook wel een beetje maar het is toch fijn als je zoo niet op de beeldbuis te zien bent.

Ik moest er dus even over nadenken, ik dacht dat ik wel slim en sterk genoeg was om mijn eigen zin door de drijven en er voor te zorgen dat het filmpje zoo zou worden als ik wilde maar je weet het nooit zeker.
Daarnaast hoef ik niet zoo noodig al die aandacht, het liefst woon ik ergens in een huisje in de bosschen zonder eenige media aandacht.

Maar aan de andere kant had ik ook het idee dat ik mijn verhaal aan meer menschen wilde vertellen en dat als ik dat deed ik misschien anderen zou bereiken die er ook zoo over dachten als ik.
En het kan heel fijn zijn om te leren dat je niet de eenige bent.

Ik ging dus accoord en was bereid een flinke strijd aan te gaan mochten ze toch het idee hebben eens even een leuk filmpje te maken over een vreemde snuiter.
Gelukkig is me dat wel gelukt, tenminste dat hoop ik.
De cameraploeg kwam wel met bepaalde vooroordelen naar mijn huis maar raakte die al snel kwijt.
Ik kon duidelijk maken dat ik me helemaal niet afsluit voor de moderne wereld en wat er nou precies zoo leuk is aan het Interbellum.
Misschien beeldde ik het me in maar ze leken steeds enthousiaster te worden en de stijl van vragen veranderde langzaam in iets veel positievers.

Uiteindelijk was het erg gezellig met de camera ploeg en waren ze allemaal onder de indruk.
Ik hoopte dat dit in de montage over zou komen en ik denk dat dat ook het geval is.
Soms zie je filmpje bij ‘Man bijt hond’ waarvan je toch een beetje het idee krijgt dat het ‘aapjes kijken is’ en niet altijd even respectabel tegenover de menschen om wie het gaat, maar volgens mij is mijn filmpje wel redelijk gelukt.

En het was het waard want na afloop kreeg ik weer veel reacties en ook vond ik weer een paar gelijkgezinden die zich bij mij aansloten.

Maar oordeelt U zelf;

2

Herfst

Het is weer herfst, een van mijn lievelingsseizoenen, regen tikt op de ramen, wind huilt om het huis, dikke jas aan, handschoenen niet vergeten, huisdieren die weer voor de kachel liggen te snurken, de radio speelt en de kachel snort.

Ik hoop nog steeds mijn kolenkachel werkende te hebben voor de winter maar ik wil het wel goed en veilig doen en daar moet je dus eigenlijk iemand voor laten komen.
En dat kan bruintje momenteel even niet trekken.

De dagen worden weer lekker kort, dat vind ik niet erg want ik ben een echt nachtmensch.
Ik vind het heerlijk te werken als het buiten donker is en gansch het land slaapt.
Lekker rustig.

Op mijn bed liggen momenteel 2 dekens, dat zullen er snel, 3, 4, misschien zelfs 5 worden en als het echt koud wordt ook nog een kruik erbij.
Krijgen we weer een echte flinke winter dan doe ik opengevouwen kranten tussen de dekens.
Dat ouderwetsche truucje werkt als geen ander.
Ik slaap met de balkondeuren op een kiertje voor de frissche lucht en gezondheid en er is geen kachel in mijn slaapkamer.
Moderne vrinden vragen me soms hoe ik dat uit houd maar ik denk hetzelfde over hoe zij slapen.
Ik zou het maar niets vinden om in een warme kamer te slapen, wat is daar nou leuk aan?
Ik geniet er altijd weer van om in strak opgemaakt bed te kruipen waar al een poosje een kruik in lag, je koude neus net nog boven de dekens uit laten steken.
Er is niets fyner dan in een warm bed liggen in een koude kamer, och wat is dat toch genieten.
En dan in de winter ’s ochtends eruit springen, snel naar de woonkamer rennen en daar met een kopje warme thee bij de kachel op te warmen.
Nee dat mis ik echt in huizen met centrale verwarming.
Het hart van mijn kamer en huis is die ene kachel en zoo hoort het ook.
Weet U het nog van vroeger, heeft U ze paraat, die winter verhalen?
Deel ze hier, ik hoor ze graag.
Natuurlijk was de winter vroeger minder comfortabel dan nu, maar had dat niet ook iets?
Als het leven beter wordt, wordt het er niet altijd leuker op, of romantischer of spannender.
Wanneer had U voor het laatst ijsbloemen op het raam of rijp op uw wollen deken?
Stond U met de hele familie bij de kachel om op te warmen?
Hingen dampende sokken en schoenen te drogen?

Maar goed, de winter is er nog niet, daar zal ik nog wel op terug komen.

Nu eerst de heerlijke herfst.
Tijd om me voor te bereiden, oude jas keeren, nieuwe jas laten maken, wollen kousen controleren en indien noodig herstellen, wanten van zolder halen, kranten in kiertjes en dekens in orde maken.

Over dekens gesproken, heeft U nog een paar van vroeger?
Help tante Jo de winter door en stuur ze mijn kant op.
Red de oude dekens van de knutselaars die er ‘leuke gekke’ kussentjes en tassen van maken voor moderne huizen.

Wollen kousen, frontje en wanten, klaar voor de winter.

Wollen kousen, frontje en wanten, klaar voor de winter.

1

Interview met 103 jarige Evelyn

Een poosje geleden vond ik een interview met de Amerikaansche Evelyn Kottman van 103 op het internet.
Ik heb er een paar stukjes uitgehaald en voor U vertaald.

Vraag: Heeft U de wereld beter of slechter zien worden gedurende uw leven?
Mevrouw Kottman: Beiden. Maar soms denk ik dat menschen vandaag gewoon niet tevreden zijn. Ze hebben zooveel materiële zaken maar zijn ongelukkig met hun leven.
De wereld lijkt ook gewelddadiger dan het was. I kan niet geloven dat kinderen elkaar neerschieten op scholen, dat maakt me verdrietig.

Vraag: Van welke muziek geniet U en wat was uw favoriete decennium?
Antwoord: Big Band! En mijn favoriete decennium was de jaren ’40. Ik trouwde toen en mannen wisten nog echt hoe ze een hoed moesten dragen.
Glen Miller was de beste.

Vraag: Wat is uw mening over hoe de media vrouwen beïnvloed? Zijn vrouwen ooit tevreden geweest met hun lichaam?
Mevrouw Kottman: In de jaren ’30 en ’30 knipte je je haar kort, leende een man zijn jasje of broek en ging uit met een jongensachtige stijl.
Dat was de Flapper stijl.
In de jaren ’40 en ’50 wilde vrouwen een zandloper figuur. Tijdschriften waren verantwoordelijk voor bepaalde trends voor er televisie was.
Ik weet niet of TV het erger gemaakt heeft maar voor mij lijkt dat wel zoo. Iedereen heeft nu plastische chirurgie en dat is zonde.

Vraag: Op welke acteurs was U verliefd toen U opgroeide?
Mevrouw Kottman: Jimmy Stewart en Cary Grant.

Vraag: Heeft U advies?
Mevrouw Kottman: Het beste dat je kunt doen is je stuivers bewaren voor een slechte dag. Je weet nooit wanneer je ze noodig zult hebben of er een noodgeval is. Mijn favoriete spelletje als kind was stok en hoepel, de heuvel afrollen, naar beneden racen in een kar, of in de natuur wandelen.
Om het hart van een meisje te winnen moet je haar uit vragen, vertel her vantevoren of ze haar beste kleeren aan moet trekken, neem haar mee uit eten en naar een show. Behandel haar voorzichtig en met respect en vraag haar dan of je haar zoenen mag.
De meest waardevolle vaardigheid is charme.

Vraag: Wat is het belangrijkste dat we onze kinderen kunnen leren?
Mevrouw Kottman: Werk hard en leer hoe je de dingen die je wilt kunt verdienen. Laat ze werken in huis, zelfs de kleintjes, zooals de tafel dekken, en verwacht dingen van ze.
Als je ze een makkelijk leven geeft dan redden ze het niet in hun eentje.

Vraag: Oudere menschen zeggen soms dat ze elkaar leerde kennen op een dansfeest, is dat hetzelfde als een nachtclub vandaag de dag?
Mevrouw Kottman: Ik zou het niet weten maar denk het niet. Nachtclubs zien er niet echt romantisch uit of als een plek waar je een beleefd gesprek kunt voeren. Ze lijken me meer op een plek met veel lawaai.

Vraag: Wat is er toch mis met de jeugd van tegenwoordig?
Mevrouw Kottman: Geen flauw benul!

Vraag: Wat is iets dat U leerde toen U opgroeide en dat menschen vandaag de dag niet leren maar wel zouden moeten leren?
Mevrouw Kottman: Gewone simpele ouderwetsche manieren. Ik kan het niet uitstaan als ik knapen zie met hoeden op tijdens een sportwedstrijd tijdens het volkslied of als ze in een huis binnengaan of aan tafel zitten zonder hun hoed af te nemen.

Vraag: Wat vond U van de ‘Civil Rights Movement’ (Burgerrechtenbeweging in Amerika in de jaren ’50 en ’60).
Mevrouw Kottman: Ik wist dat het goed was maar ik was niet echt progressief. Ik denk dat mijn meningen in de jaren er flink op vooruitgegaan zijn, ik stemde zelfs voor Obama.

Vraag: Hoe zijn uw meningen en houdingen veranderd als het gaat om andere rassen?
Mevrouw Kottman: Ik denk dat er niet veel veranderd is. Ik voelde nooit dat wij, in ons deel van het land, dat we erg racistisch waren. Maar we gebruikte wel taal dat vandaag als intolerant gezien zou worden.
Ik ging naar school met twee zwarte meisjes en ik speelde met ze, daar had ik geen probleem mee en ze waren mijn vrienden.
We hadden gewoon plezier.

Ik had nooit verwacht een vliegtuig te zien, laat staan een robot op Mars.
De uitvinding die ik leukste vind is elektriciteit. We hadden licht door op een knopje te drukken! We hoefde geen lampen met olie meer te vullen.

Vraag: U bracht uw jeugd door op een boerderij in Noord West Amerika.  Had U last van de “Dust Bowl” en heeft U “The Grapes of Wrath” gelezen?
Mevrouw Kottman: Ja op beide. ‘The Grapes of Wrath’ was zeer zeer natuurgetrouw. De Dust Bowl jaren waren vreselijk. Je at stof, sliep door de stof, je sprak over de mist die je elke dag zag.
De lucht was niet helder omdat het zoo vol van stof was. Het stapelde zich op bij paaltjes, gebouwen.
Je kon het niet buiten houden wat het ging door ieder raam, deur en spleetje dat er was.
Dat zou ik niet nog eens mee willen maken.

Mijn lievelingsherinnering aan Joe was de dag dat ik eindelijk zwichtte en zei dat ik met hem zou trouwen.
Joe was katholiek  en ik Lutheriaans en het was een controversiele relatie.
In Del Rapids, Iowa, waar Joe vandaan kwam, kon een katholieke jongen zijn voet niet eens op de drempel van een Lutheriaansche kerk zetten. Hij vroeg me of ik me wilde bekeren maar ik zei nee. Hij wist dat er nog een andere vrijer was en dat als hij me niet nam zooals ik was zijn kans verkeken zou zijn.
Dus trouwde we en hadden een gelukkig leven samen.

Vraag: Wat is uw advies voor iemand met een gebroken hart?
Mevrouw Kottman: Ga zitten en drink een kop koffie.

Vraag: Hoe zorg ik er voor dat mijn kleine dochter een prachtige vrouw word later?
Mevrouw Kottman: Laat haar in de modder spelen.

Een wandeling en een simpel leven zijn goed voor de ziel.

Vraag: Wat vind U van rechten voor homosexuelen?
Mevrouw Kottman: Zoo lang niemand pijn gedaan word vind ik het prima. Andermans privé zaken interesseren me niet Het zou voor iedereen beter zijn als we ons wat minder bemoeide met andermans zaken.
Leef en heb lief wie je wilt.

Werk hard.
De kinderen van tegenwoordig denken soms dat bepaalde soorten werk te laag voor ze is maar het is belangrijk om zelfstandig te zijn. In mijn tijd waren we niet bang om een schoonmaak baan te nemen of hard te werken. Je deed wat je moest doen en zorgde voor jezelf. Een goede baan moet je verdienen.

Vraag: Is het weer echt veranderd de laatste jaren?
Mevrouw Kottman: Volgens mij is het gekker geworden. Het weer is enorm veranderd sinds ik een meisje was.

Vraag: Zijn veel menschen van uw leeftijd niet erg racistisch?
Mevrouw Kottman: We zijn eerder achterhaald dan racistisch.
Ik krijg soms op mijn donder omdat ik woorden gebruik als zwarten en indianen.
Maar we bedoelen het goed en ik behandel de meeste menschen hetzelfde.

Vraag: Toen U een kind was, namen heeren toen echt hun hoed af voor dames, iedere keer dat ze elkaar ontmoette, hoe werkte dat?
Mevrouw Kottman: Als ze echte heeren waren dan deden ze dat zeker.
De hoed af nemen is een verloren kunst.

Vraag: Rooktte U?
Mevrouw Kottman: In mijn jeugd rook ik een pijp maar nauwelijks sigaretten, behalve op feestjes nu en dan.

Vraag: Wat moeten alle jonge mannen weten over vrouwen?
Mevrouw Kottman: Wees niet bang van vrouwen die kunnen drinken, kaart spelen, eten en plezier in het leven tonen. Ze zal je veel meer laten ervaren dan een dunne juf zonder persoonlijkheid. Jullie zullen elkaar fantastische dingen kunnen vertellen en mooie verhalen hebben als je oud bent.

Vraag: Wat vond U van de jaren ’60?
Mevrouw Kottman: Het waren een stel dommeriken. Iedereen zag eruit als een zwerver en gebruikte drugs. Menschen denken dat het een tijd was waarin de jonge generatie alles wilde veranderen maar het was eigenlijk een egoïstische tijd.
Ik hield niet van hippies en uiteindelijk stemde ze toch op Ronald Reagan.

Vraag: Wat is het gekste wat U ooit gedaan heeft?
Mevrouw Kottman: Ik heb een auto gestolen samen met mijn zes jarige broertje.
Ik was toen negen.

Vraag: Was het leven vroeger makkelijker?
Mevrouw Kottman: Nee, helemaal niet. We hadden honger en waren vreselijk arm. Onze boerderij bracht nauwelijks genoeg op om van e leven, ik werkte vanaf het moment dat ik kon lopen en hielp mijn moeder. Ik moest al op mijn broertjes en zusjes passen toen ik zeven jaar oud was terwijl mijn moeder ging werken.
Maar het leven was wel simpeler.

Vraag: Welke generatie is uw favoriete?
Mevrouw Kottman: De beste generatie waren zij die de Tweede Wereldoorlog meemaakte, zij zijn mijn favorieten.
We waren zuinig, werkte hard en begrepen opoffering.
We waren ook veel optimistischer dan de jeugd van vandaag en we konden tevreden zijn met wat we hadden.

Soms denk ik dat menschen vandaag de dag gewoon niet tevreden zijn.
Ze hebben zooveel maar zijn ongelukkig met hun leven.

Vrouwen vandaag kunnen alles doen wat ze maar willen. In mijn tijd gingen vrouwen trouwen, kregen kinderen en bleven thuis. Als ze werkte dan was het op de boerderij, naaiwerk of kleine bijbaantjes. Lerares was het enige echte werk voor vrouwen waar je ook salaris mee verdiende.
Maar dan liep je wel het risico een oude vrijster te worden.
Zelf trouwde ik pas in de dertig, omdat ik les gaf op school om mijn familie te ondersteunen.
Ik groeide op met veel ontberingen maar ik zou het nooit anders willen, het gaf vorm aan mijn persoonlijkheid. Het maakte me een harde werker en dankbaar voor wat ik had.

Menschen waren vroeger niet promiscue , vooral in kleine dorpjes waar iedereen zou roddelen.
Maar nu en dan was er wel een gedwongen huwelijk en een vroege baby.

Tot zoover mevrouw Kottman.
Interessant niet waar?
Weet U nog ergens bijzondere interviews met menschen die de jaren 20, 30 en 40 nog bewust hebben meegemaakt?
Laat het me weten!

1388856273_23782

0

Aan tafel!

Ik zal het eerlijk bekennen, ik kan nog lang niet echt vooroorlogsch kooken.

De keuken staat vol met ouderwetsch kookgerei, op de plank liggen bergen receptenboeken van toen, maar het is er gewoon nog niet echt van gekomen.

Als kind van de jaren ’70 heb ik bar weinig echt nuttige dingen geleerd in mijn jeugd, ik kon geen kousen stoppen, nauwelijksch echt schoonmaken en ben ook geen keukenprinses.

En al die boeken van toen gaan er vanuit dat je toch wel een beetje de basis hebt meegekregen.

Dat heb ik weer, maak onderdeel uit van de eerste generatie sinds Adam en Eva waarvan de vrouwen niet een beetje leren huishouden.

Maar ja, dat wilde ik zelf ook echt niet leren toen ik jong was, dus vooral eigen schuld dikke bult.

Hoe dan ook, de tafel had een belangrijke rol in vooroorlogsch Nederland, nu gebruiken we hem eigenlijk alleen voor het eten en dat is alles.

De tafel staat in een hoekje, soms in de keuken en het komt ook vaak voor dat iedereen met bord op de schoot voor de tv de maaltijd nuttigt.

Dat was vroeger dus anders.

De tafel stond midden in de woon- of eetkamer met een grote lamp er boven.

Vooral in de vroege jaren van de 20e eeuw was dit de eenige plek met electrisch licht en daar waar men dus ging zitten als het donker werd.

Hier werd het huiswerk gemaakt, de aardappels geschild, het eten gegeten en dan gelezen of een spelletje gespeeld.

Want dat hoor ik vaak van de oudere generatie, dat weten ze nog en daar denken ze met veel plezier aan terug, ’s avonds om tafel een spelletje Mensch erger je niet met pa en ma spelen.

Natuurlijk ging men in de winter soms toch liever om de kolenkachel zitten en als er een radio in huis was dan verhuisde men na het eten naar de rookfauteuil.

Kunt U het zich herinneren, ziet U het voor zich?

Naa een waschbeurt in de teil voor de kolenkachel met een frische pyama en nog nat achter de ooren bij pa op schoot.
Maria kaakje in de hand en een glaasje ranja, mamma stopt kousen, pappa rookt een pijp en terwijl je langzaam rozig begint te worden komt er uit de grote houten radio een spannend hoorspel of je mag opblijven voor de Bonte Dinsdagavondtrein.
Maar als het afgeloopen is gelijk naar bed hoor!

Ik heb dat dus allemaal nooit meegemaakt.
Wij hebben altijd een televisie gehad, en een badkamer.
Ook leuke herinneringen aan mijn jeugd maar toch anders.
En het gekke is dat ik dus wel altijd droomde van die vooroorlogsche jeugd die ik zelf nooit meegemaakt had

We speelde wel af en toe een spelletje aan tafel, soms aten we er, maar verder werd die arme tafel een beetje verwaarloosd.
Wij hingen de hele avond op de bank, met chips en cola.

Vroeger was men dus een beetje gedwongen dicht bij elkaar te zitten, vast ook vaak erg vervelend maar tegenwoordig kijken veel menschen daar met een beetje heimwee naar terug.
Geen wonder want veel moderne gezinnen brengen zoo weinig tijd samen door.
De hele dag op werk en school, na het eten verdwijnt dan iedereen in zijn of haar eigen wereldje.
Vader kijkt tv, moeder zit op de ipad, zoonlief in zijn eigen kamer tv te kijken, dochter speelt een computerspelletje, andere zoon zit de hele tijd met zijn mobiele telefoon te spelen, en gaa zoo maar door.
Misschien brengen we meer tijd thuis door dan vroeger, maar brengen we het ook echt samen door?

Als ik zie hoe sommige moderne gezinnen hun avonden door brengen wordt ik nog nostalgischer naar hoe het vroeger ging, ook al was het natuurlijk niet altijd een pretje de hele avond met je familie aan tafel.

Ik ben een oude vrijster, helemaal alleen maar vreselijk gelukkig.
Zonder gezin word mijn tafel natuurlijk ook vaak verwaarloosd, maar gelukkig zit ik er wel af en toe aan met mijn naaimachine.
En soms dan organiseer ik een gezellig vooroorlogsch avondje,
Dan komen vrinden langs, eten we, luisteren we naar de Bonte Dinsdagavondtrein (een originele uitzending van 1939!) en dan komen de spelletjes op tafel.
Mensch erger je niet, de eerste uitgave van Monopoly, Denk Fiks (voorloper van Pim Pam Pet), het Uiver spel of een van de vele andere bordspellen die ik zoo door de jaren heen verzameld heb.
Reuze gezellig!
Staat mijn tafel toch weer een avondje in het middelpunt der belangstelling.

lamp boven tafel

8

Leven zonder mobiele telefoon

Ik weet niet meer precies wanneer ik mijn mobiele telefoon weg gedaan heb, ik had er vrij vroeg een, toen ze nog bijzonder waren en niet zoo veel voorkwamen.

En ik vond het best handig.

Het was een simpel ding, je kon er eigenlijk alleen maar mee bellen.

En in principe heb ik niets tegen mobiele telefoons maar wel iets tegen de gebruikers.

Want je ziet deze ondingen nu echt overal, kleine kinderen zullen nooit meer de vrijheid voelen die wij vroeger kende als je buiten ging spelen, je ouders weten je nu altijd te vinden.

De moderne mensch heeft al veel minder geduld dan onze grootouders maar dankzij allerlei mobiele apparaten wordt dit alleen maar erger want wie kan er nog gewoon even een kwartier wachten zonder gelijk naar zoo’n ding te grijpen of muziek te gaan luisteren?

In tram en trein kom ik bijna niemand meer tegen die gewoon van het voorbij gaande landschap geniet of die het gezellig vind even met een wildvreemde te kletsen.

Je mag natuurlijk wel gratis “meegenieten” van de muziek die je vaak net kunt hooren…

Daar zeg ik regelmatig wat van maar het lijkt wel alsof naast geduld ook fatsoen en tolerantie aan het uitsterven zijn want het is niet ongebruikelijk om genegeerd te worden of flink uitgescholden en bedreigt.

Gelukkig weten ze niet dat er achter het uiterlijk van een jaren ’30 dame een stoere arbeidersvrouw schuil gaat die haar mannetje staat.

Als mobiele telefoons alleen maar gebruikt konden worden om mee te bellen en het ieder gesprek je gelijk een dikke rekening op zou leveren dan zou ik ze misschien niet zoo haten.

Ik begon dus al snel een hekel aan die dingen te krijgen maar vond het ook geen fijn idee om altijd maar overal bereikbaar te moeten zijn, ook al heb ik mijn eigen bedrijf, ik wil toch ook af en toe wat vrijheid.

Telefooncel Valeriusplein Bron: Geheugen van Nederland Copyright: Nederlands Architectuurinstituut

Telefooncel Valeriusplein
Bron: Geheugen van Nederland
Copyright: Nederlands Architectuurinstituut

Natuurlijk kun je de mobiele telefoon dan ook gewoon thuis laten maar ik besloot hem weg te doen, en ik heb er geen minuut spijt van gehad.

Tenminste dat zou het geval geweest zijn als de Nederlandsche Staat de PTT, ehm nee TNT, nee KPN, nou ja, wat ze tegenwoordig ook heten, niet had toegestaan de afspraak die ze hadden over het aantal telefooncellen te laten vallen.

Ze beloofde dat er per 5000 inwoners ten minste een telefooncel zou blijven na privatisering, in 2008 kregen ze toestemming die belofte te negeren en dus gaat het nu alleen nog maar om de centen.
De telefooncel maakt geen winst, dus weg ermee.

Enkele jaren terug werkte de telefoonlijn niet meer en moest ik dus een afspraak maken met een monteur, de buren waren er niet dus ik op weg naar een telefooncel in het centrum van Amsterdam… nou dat was nog een hele tocht!
Maar toen ik er eindelijk een vond stond er een hele rij… want niet alleen rare ouderwetsche dames hebben er soms een noodig.
Er stonden toeristen wiens telefoon geen dekking had in Nederland, moderne menschen van wie de telefoon opeens kapot was gegaan of de batterijen waren op en ook nog wat oudere menschen die helemaal niet zoo’n modern ding wilde.

Hetzelfde merken we op de treinstations, wilt U liever geen kaartje kopen bij een apparaat, heeft U niet zoo’n pasje, wilt U het niet precies doen zooals het voor ons lekker goedkoop is of wilt U gewoon service van een echt mensch?
Dat kan hoor, voor die eer mag U wel 50 cent extra betalen…

In al die jaren zijn er misschien twee of drie situaties geweest waarbij ik wel een mobiele telefoon gehad zou willen hebben en dat was eigenlijk alleen maar omdat er dus bijna geen telefooncellen meer zijn.

Ik moet ook wel toegeven dat het erg leuk is om de gezichten te zien van anderen als je ze vertelt dat je geen mobiele telefoon hebt, vooral jongeren kunnen dat bijna niet bevatten.

Maar goed, ik dwaal af.

bakelieten telefoon

Mijn “smart phone”.

Natuurlijk moet ik nog steeds bellen en telefonisch bereikbaar zijn, dus heb ik een mooie Ericsson telefoon gekocht… uit 1937.

Hij werkt fantastisch en als die bel gaat… nou dan hoor je hem wel, wat je ook aan het doen bent!

Het is een echte “smart phone” want hij is slim genoeg om er voor te zorgen dat hij nooit naar buiten hoeft, hij hoeft geen foto’s te maken, mij internet te laten zien of muziek voor me te maken, nee mijn telefoon heeft het goed voor elkaar.
Hij heeft zijn eigen tafeltje en staat lekker rustig de hele dag in de hoek, geen gedoe, niets hard werken, dat is pas slim.

Maar het is ook een stukje romantiek.
Want niet zoo lang geleden sprak ik met iemand uit Australie, de andere kant van de wereld, via een moderne mobiele telefoon en behalve een kleine vertraging, klonk het als een gewoon gesprek.
Dat was niet echt spannend.
Maar niet lang daarna belde een vriendin uit Duitschland mij, zij op haar antieke telefoon, ik op de mijne.
En het klonk nu wel echt alsof ik met iemand uit het buitenland belde!
Wat spannend zeg om met iemand te spreken die zoo ver weg was, soms iets herhalen, soms even luider spreken, hier een kraakje op de lijn, fantastisch!

Ik moest de neiging om “Hallo Bandoeng!” te schreeuwen onderdrukken!

Zonder telefoon maak je ook nog eens wat mee, zoo moest ik eens naar Utrecht, maar raakte de weg kwijt, ontmoette leuke Utrechtenaren die ik de weg vroeg en met wie ik gelijk een babbeltje maakte en ontdekte op die manier hoe mooi die stad eigenlijk is.
Ik besloot die dag maar verdwaald te blijven, de afspraak was niet zoo belangrijk en op deze manier heb ik een onvergetelijke dag in een voor mij onbekende stad mee gemaakt.

Maar het fijnste van geen mobiele telefoon hebben is toch wel het gevoel van vrijheid.
Als ik straks de hond gaa uitlaten, kan niemand me bereiken, de Derde wereldoorlog kan uitbreken maar ik ontvang geen alarm SMS, geen bericht om te vragen of ik nog even wat boodschappen kan doen, geen vervelende klus voor mijn werk.
Even helemaal rust.
Wat naar dat er zoo veel menschen zijn die dat bijna nooit meer meemaken.
Gemak is er om de mensch te dienen maar vandaag de dag lijkt het soms alsof wij de dienaren der techniek staan, dat onze apparaten ons leven bepalen.

Maar probeer het eens, laat uw telefoon een dagje thuis, waar die hoort!

Ter herinnering, zoo dacht men in 1999 op straat in Amsterdam nog over mobiele telefoons;