3

Vandaag herdenk ik de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en niets anders.

Op 4 herdenkt iedere goede vaderlander de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Ik neem dat heel serieus en vind echt dat als je als Nederlander geen aandacht schenkt aan ons verleden en dan vooral die duistere oorlogsjaren, dat je geen goede Nederlander bent.
En ja dan kijk ik naar die personen die straks om 8 uur niet stil zijn of erger die gewoon doorrijden, ongeduldig mopperen als ze niet langs een herdenking kunnen of die hun desinteresse niet voor zich kunnen houden.

Als je ons verleden niet kent zul je ons volk nooit begrijpen en ik heb simpelweg geen tijd voor menschen die denken dat dat niet belangrijk is.

Maar wat moeten we herdenken?

De oorlog is zoo’n groot verhaal, zoo’n enorme gebeurtenis en heeft zoo veel levens verwoest.
Het heeft een litteken achter gelaten in de ziel van onze volk en dat van volkeren en landen over de hele wereld.
Maar miljoenen dooden, oorlog, geweld, opoffering, heldendaden, verraad, verdriet in een gebeurtenis die een invloed had die we vandaag de dag nog internationaal voelen is voor sommigen blijkbaar niet genoeg voor een paar minuten stilte.

Al jaren zijn er lieden die vinden dat we maar eens verder moeten, dat die herdenking niet meer noodig is of dat het nu zoo lang geleden is dat we er allerlei andere onderwerpen met de haren bij moeten sleuren.
Politici en menschen die zoo bezeten zijn door hun eigen standpunten of problemen dat ze niet begrijpen dat de rest gewoon even stil wil staan bij die oorlog.

Het is absoluut onbegrijpelijk dat we in Nederland niet gewoon kunnen doen wat ze in vele andere langen wel doen, soms al eeuwen lang; namelijk stil staan bij een enkele gebeurtenis en het fatsoen hebben om niet over je eigen sores of politieke standpunten te beginnen.In andere landen worden oorlogen, conflicten en rampen herdacht zonder dat er iemand bij komt staan met een spandoek voor een heel ander iets of dat een politicus er in een toespraak over begint wat er nou weer aan de hand is in een of ander ver land.Begrijp me goed, het gaat me niet om de standpunten die deze menschen hebben, meestal, vaak zelfs, ben ik het met ze eens en zal minstens hun recht om hun standpunt uit te dragen verdedigen.Maar voor alles is een tijd en plaats en de herdenking van een van de grootste oorlogen ooit is hier niet geschikt voor.Als we de slachtoffers van de Titanic gaan herdenken moeten we dan ook die van latere scheepsrampen herdenken of moeten we dan ook aandacht schenken aan een of ander hedendaagsch conflict in een ver land?
Of mogen we gewoon even een paar minuten in ons drukke leven opzij zetten om te denken aan die gruwelijke ramp in 1912?Zoo onredelijk en waanzinnig komt het om mij over iedere keer als er weer iemand over iets anders herdenken begint dan de Tweede Wereldoorlog op 4 mei.Neen, 4 Mei herdenk ik de gevallenen van 1939-1945 want dat conflict op zich zelf is genoeg om even een paar minuten aandacht per jaar te verdienen.
Minstens.
Iedereen die met andere zaken op de proppen komt beledigt mij daarmee persoonlijk.
En het moet maar eens uit zijn.
Als andere landen zonder gehannes al decennia bepaalde historische conflicten en gebeurtenissen kunnen herdenken zonder gedonder dan moeten wij dat ook kunnen.
En als ook U alleen de oorlog wilt herdenken en niets anders, staa daar dan ook voor.
Laat het weten, deel dat standpunt met uw kennissen en vrinden en laat U geen schuldcomplex aanpraten dat we vandaag even minder aandacht hebben voor al die andere vreselijke dingen.Een wereldoorlog met miljoenen slachtoffers, een gebeurtenis die nog dagelijksch een invloed heeft op onze wereld, is genoeg reden om een paar minuten bij stil te staan!
Het is schandalig en obsceen dat er menschen zijn die denken dat het een goed moment is om er iets heel anders bij te betrekken.Hedendaagse oorlogen, terrorisme, vluchtelingen, politieke spanningen, etc, etc, daar hebben we het morgen weer over.
Maar nu even niet.Vandaag is voor vroeger.
Even een stop op de hedendaagsche spanningen, even rust, even stilte, even nadenken over waar we vandaan komen, wie onze voorouders waren en wat zij doorstonden.
Even een moment voor de mannen, vrouwen, jongens en meisjes van over de hele wereld die alles riskeerden en vaak gaven voor onze vrijheid.
En hun ouders die misschien een nog groter offer gaven; hun kinderen.Ik schreef al eerder over mijn familie.
Ik ben me er enorm van bewust dat ik mijn leven te danken heb aan de samenwerking van vele duizenden Geallieerde soldaten, piloten, matrozen, hun commandanten, de politici, de vrouwen in de munitie fabrieken, hun ouders maar vooral de jongens die letterlijk het kamp van mijn Oma binnen marcheerde om de Jap te vertellen dat het uit was met de martelingen en mishandelingen en dat mijn Oma nu vrij was.
En de Canadeeschen die Nederland bevrijde en de Mof vertelde dat het uit was met hun terreur en honger.Voor mij gaat het niet alleen om het dankbaar zijn voor vrijheid en democratie.
Ik heb aan al die menschen van verschillende geloven, nationaliteiten, huidskleuren en afkomsten mijn leven te danken, letterlijk.
En helaas weet een erg groot deel van het Nederlandsche volk niet eens dat als de oorlog een paar maanden, weken of zelfs dagen langer had geduurd, dat zij er dan ook niet waren.Zooals ieder jaar staa ik niet alleen stil bij dat hele grote onderwerp van de oorlog en die grote aantallen slachtoffers maar ook bij enkele individuen.
Want wie kan zich echt iets voorstellen bij miljoenen dooden?
Ik probeer ieder jaar specifiek een of meerdere nieuwe personen op te zoeken waar ik tijdens mijn minuten stilte even aan denk naast al die anderen.Vandaag om 8 uur schenk ik aandacht aan een gezin, volslagen vreemden maar die mij toch heel erg na staan;
De familie van de Kar.
Zij woonde in 1941 namelijk in mijn wooning maar werden allen door de Nazi’s vermoord.

Isaäc van de Kar
Amsterdam, 22 oktober 1883 – Auschwitz, 15 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 58 jaar

Rachel van de Kar-Wijnschenk
Amsterdam, 3 juni 1886 – Auschwitz, 15 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 56 jaar

Simon van de Kar
Amsterdam, 5 maart 1919 – Auschwitz, 31 augustus 1943
Bereikte de leeftijd van 24 jaar  Beroep: Kleermaker

Rebecca van de Kar
Amsterdam, 7 september 1911 – Auschwitz, 15 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 31 jaar  Beroep: Naaister

Ook de kinderen die toen niet bij hen in mijn huis woonde zijn vermoord;

Klara van der Sluis-van de Kar
Amsterdam, 23 november 1912 – Auschwitz, 3 december 1942

Flora Kooker-van de Kar
Amsterdam, 18 oktober 1906 – Auschwitz, 15 oktober 1942

Isidoor van de Kar
Amsterdam, 5 augustus 1908 – Midden-Europa, 9 mei 1945
Bereikte de leeftijd van 36 jaar  Beroep: Typograaf

En zelfs hun kleinkinderen waren niet veilig;

Henriette van der Sluis
Amsterdam, 21 september 1929 – Auschwitz, 3 december 1942
Bereikte de leeftijd van 13 jaar

Marcus van der Sluis
Amsterdam, 4 april 1937 – Auschwitz, 3 december 1942
Bereikte de leeftijd van 5 jaar

Ik weet eigenlijk niets van ze, heb nog steeds geen kans gezien hun dossier in te kijken of eens goed onderzoek naar ze te doen.

Advertenties
2

Vaarwel Truus Menger-Oversteegen

Als kind zag ik de film ‘Het meisje met het rode haar’ en was enorm onder de indruk.
Er waren toen nog niet zooveel dappere vrouwen op televisie.
Ik was al vrij jong gefascineerd geraakt door de Tweede Wereldoorlog, had al veel gelezen en gezien en was blij dat ik nu dan ook een verhaal had gevonden met een strijdend meisje in de hoofdrol.

In latere jaren leerde ik dat ze niet de eenige vrouw in het Verzet was geweest en verslond de verhalen over deze dappere dames die hun leven riskeerde en soms offerde voor hun idealen.

Al meer dan 10 jaar treed ik als koerierster van het Verzet op in musea en laat de bezoekers dan zien hoe deze dappere vrouwen gekleed gingen, wat ze zooal bij zich hadden, wat er in de fietstas zit en vertel ze over hun werk tijdens de bezetting.
Hun aandeel in de strijd tegen den vijand wordt nog steeds ondergewaardeerd en het is een fijn gevoel daar een klein beetje iets aan te doen.
Het is leuk om kleine meisjes die er soms een beetje verveeld bij staan in zoo’n museum waar het vaak bijna alleen over de mannen gaat, te vertellen dat er ook meiden waren, soms niet veel ouder, die tijdens de oorlog ook echt iets deden.
Soms zie je bijna letterlijk hun interesse opeens aangewakkerd worden en wie weet hoeveel van hen na een gesprek met mij meer wilde weten over die periode en misschien echt iets geleerd hebben.
En dat is dan voornamelijk te danken aan vrouwen als Truus en Freddie want het zijn hun verhalen die ik aan de kinderen vertel.

Jaren terug werkte ik mee aan een documentaire voor Discovery Channel over het Nederlandsche Verzet, met een achtergrond in Televisie maken en al een beetje bekend als iemand die het een en ander wist over de Tweede Wereldoorlog, waren ze bij mij terecht gekomen.
Of ik kon helpen met het traceren van voormalige verzetsleden voor een interview.
Vol spanning nam ik contact op met verschillende organisaties en maakte afspraken met enkele voor mij toen al bekende namen en vond het zoo fantastisch dat ik met hen gesproken had, vooral Truus Menger wiens boek ik met ingehouden adem had gelezen.
Tot mijn grote vreugde vroeg Discovery Channel mij vervolgens of ik ook de interviews wilde doen!
En daar zat ik dan opeens, een paar weken later, oog in oog met mijn heldin.
De cameraploeg zag of hoorde ik niet meer en het was net alsof we alleen met ons tweeën daar in haar zitkamer zaten.
We praten over van alles en nog wat, ze merkte dat haar verhaal voor mij veel betekende en dat ik niet zoomaar een interviewer was.
Het was een heel bijzondere en emotionele middag waarbij we een paar maal moesten stoppen met filmen, niet alleen omdat Truus soms even emotioneel werd maar ook omdat de tranen bij mij over het gezicht liepen.
Wat heeft ze toch vreselijke dingen meegemaakt.
Ook na het interview kletste we nog door, ook met haar zus Freddie, ze signeerde haar boek voor me en Freddie vond toevallig een boek in de kast waar Hannie Schaft nog wat in had geschreven.
Ik was in de zevende hemel.

Tot mijn schande hoorde ik toen pas dat Hannie ieder jaar herdacht werd in Haarlem en ik besloot daar voortaan heen te gaan.
De eerste keer was ik onzeker en wist ik niet of ik wel welkom was.
Het voelde als een intieme bijeenkomst van haar vrienden en kameraden en het is natuurlijk raar als er opeens een vreemde in jaren ’40 kleeding op komt dagen.
Ik zat dus heel verlegen en stil achterin de kerk en wist na afloop niet zoo goed wat ik moest doen of zeggen maar Truus en Freddie herkende me en kwamen gelijk dag zeggen.
Ze vonden het heel leuk dat ik er was en wilde met me op de foto.
Gewaardeerd worden door je helden is heel wat, helemaal als ze je daarna aan hun kameraden uit het verzet voorstellen.
Het was een moment dat ik nooit vergeten zal.

Voortaan ging ik dus ieder jaar naar Haarlem en ik gaa nog steeds, als het mogelijk is.
Op een van de herdenkingen hadden Truus en Freddie enkele spulletjes meegenomen, een tasje van Hannie, een knijpkat, een stencilmachine, etc.
Na afloop van de herdenking moest het allemaal weer opgeruimd worden maar de deksel paste niet meer op de stencilmachine, wat ze ook probeerden.
Ik werd erbij gehaald en met een soepele klik was het zoo gepiept.
Truus pakte mijn arm en fluisterde; “Nou heb je ook een beetje met ons in het verzet gezeten.’ en gaf me lachend een dikke knipoog.
Ik bleef de hele weg naar huis grijnzen als een idioot.

Door de jaren heen heb ik Truus en haar zus Freddie meerdere malen mogen ontmoeten, altijd was het leuk, gezellig en indrukwekkend.
Een vriend en ik zijn ook nog een keer met ze uit eten geweest waarbij we deze dames voor onszelf hadden.
Een hele bijzondere avond.

Voor Truus was ik waarschijnlijk gewoon die vreemde dame die er ouderwetsch bijloopt en altijd een beetje verlegen achterin zit bij de herdenking.
Maar wat Truus voor mij betekende (en Freddie nog steeds voor me betekend) kan ik eigenlijk niet in woorden uitdrukken.

Vrienden, familie en voormalige kameraden uit het verzet, gecondoleerd.

Bon Voyage Truus, ik zal je missen.

2062555277_170b25645b_b

Truus rechts, Freddie links en ik in het midden tijdens de Hannie Schaft herdenking in Haarlem.

1

Voor alle goede vaderlanders die wel herdenken; het verhaal van Koentje.

Het is 4 Mei, in Nederland gedenkt dan iedere goede vaderlander de dooden die zijn gevallen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Vooral denken we dan aan onze eigen Nederlandsche slachtoffers maar voor mij gaat het die dag om alle slachtoffers van die waanzin.
Want dat wij nu vrij zijn hebben we te danken aan jonge menschen uit Canada, America, Frankrijk, Polen, Engeland en nog vele andere landen.
Zelf heb ik mijn leven te danken aan Sikh & Gurkha troepen die het kamp van mijn oma bevrijdde.

Ieder jaar is er altijd wel wat gemopper als de een of andere aandachttrekker die meestal veel te veel met zichzelf bezig is,  roept dat het maar genoeg moet zijn met die herdenking, dat ze er niet aan mee doet of dat het allemaal hypocriete onzin is.
Dat kun je die menschen niet al te kwalijk nemen, sommige lieden zijn nou eenmaal niet goed opgevoed, hebben geen goede geschiedenis lessen gekregen of zijn gewoon niet zoo goed in medeleven, logica of fatsoen toonen.
En natuurlijk maakt ons dat boos maar vergeet niet dat sommigen hier in de jaren ’50 al wilde stoppen met herdenken!
Fatsoenlijke lieden zullen gewoon door gaan met het geven van het goede voorbeeld en het verleden nooit vergeten.

Dat er steeds minder menschen zijn die zich realiseren hoe belangrijk de herdenking is en hoe groot de invloed van die oorlog op ons dagelijks leven nog steeds is, is zorgwekkend en deprimerend.
En daarom is het belangrijk, misschien wel meer dan ooit, dat we er voor zorgen dat iedereen daar goed over na blijft denken en praten.
En misschien is het ons aller taak om goed uit te leggen waarom dat allemaal zoo belangrijk is.
Maar al die miljoenen slachtoffers herdenken is moeilijk, hoe groter het cijfer des te vager de gezichten van deze menschen worden.

Daarom denk ik iedere 4 Mei aan individuen, natuurlijk mijn eigen familieleden die het in de jappenkampen en bezet Nederland zwaar te verduren hadden, maar ook aan menschen over wie ik toevallig ooit gelezen heb of wiens foto me in het geheugen gebrand staat.

Vandaag wil ik het daarom hebben een jong slachtoffertje van de oorlog.

In October 1942 wordt er een vondeling afgeleverd bij de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam waar op dat moment alle Joodsche kinderen zitten die samen met hun ouders opgepakt zijn en wachten op transport.
De volwassenen zitten dan in de schouwburg.
Het kleine ventje krijgt de naam Remi, naar de knaap uit het boek ‘Alleen op de Wereld’, want niemand wist wie hij echt was.

576280_10150900061184612_398825768_n

De knul is gelijk geliefd, iedereen is gek op hem, zelfs de Duitse soldaten die het gebouw bewaken.
Een van hen breng Remi zelfs speelgoed.

De situatie in de crèche was natuurlijk vreselijk, kinderen waren gescheiden van hun ouders en begrepen weinig van wat er nu aan de hand was.
Bang, eenzaam en verward zaten ze hun noodlot af te wachten.
Gelukkig zorgde de medewerkers van de crèche erg goed voor de kinderen en dankzij samenwerking met het verzet zijn honderden van de kinderen onder het oog van de Duitschers meegesmokkeld en gered.
Maar juist omdat iedereen Remi kende kon hij niet gered worden, zijn verdwijning zou opvallen.

Pas zestig jaar later herkend de broer van Remi zijn foto en wordt zijn echte naam bekend; Koenraad Huib Gezang.
Een jongetje uit een grote familie en hecht gezin waarvan vader in de meidagen als soldaat nog tegen de Duitschers strijd.
Tijdens de bezetting besluit de familie onder te duiken, plek voor een heel gezin is niet te vinden dus moeten de kinderen zich ergens anders verstoppen, alleen, zonder hun ouders.
Koentje gaat bij een tante woonen.

Het lukt de vader van Koentje naar Frankrijk te vluchten en hij probeert zijn gezin daar ook heen te krijgen, dat lukt alleen met Edward, de 12 jarige broer van Koentje.

Moeder wordt in 1943 vergast in Sobibor.

Maar wat er met zijn broertje gebeurd is krijgt Edward niet te hooren, net als in veel gezinnen wordt er gewoon niet meer over de oorlog gepraat, het is te pijnlijk.
Pas jaren later wordt het verhaal van Koentje en zijn echte naam bekend.

Koentje gaat van onderduikadres naar onderduikadres en uiteindelijk bedenkt men een plan om hem te redden.
Hij wordt als vondeling op de stoep bij een goede familie achtergelaten, zij zouden het kind dan officieel aangeven en adopteren.

Maar het plan werkte helaas niet.
De Politie en de Duitschers waren argwanend en dachten dat hij Joodsch was, ook al was hij niet besneden.
Het gebeurde namelijk wel vaker en dus kwam er een nieuwe beschikking; ieder vondelingetje werd automatisch als Joodsch bestempeld.
De menschen die hem “vonden” probeerde van alles om ‘Remi’ terug te krijgen maar het mocht niet baten, Remi moet naar de crèche.

Na een half jaar in de crèche word kleine Remi ook op transport gezet, eerst naar Westerbork en dan naar Sobibor.
Een bang, verward en eenzaam jochie van anderhalf jaar oud, van kamp naar kamp.
Heeft iemand hem geadopteerd, zijn handje vast gehouden, hem opgetild tijdens deze lange reis?

In Sobibor is hij vergast, we zullen nooit weten of iemand hem in die laatste momenten getroost of omarmd heeft.
Ik heb besloten dat te geloven omdat het beeld van hem moederziel alleen tot het bittere einde mij te veel pijn doet.

Ik geloof niet in een leven na de dood maar tegen beter weten in hoop ik toch dat zijn mamma, die enkele weken eerder op dezelfde plek vermoord was, op hem stond te wachten.

Koentje was slechts een van de 18.000 Nederlandsche kinderen toen vermoord.
Meer foto’s en verhalen van deze kinderen in dit indrukwekkende boek dat ik zelf helaas nog niet betalen kan maar waar ik voor spaar;

https://www.bol.com/nl/p/in-memoriam/1001004011850504/

Kijk hier een documentaire over Koenraad;
http://www.npo.nl/kruispunt/12-02-2012/RKK_1509584

Vanavond om 8 uur denk ik aan Koentje en zijn familie.
U mag natuurlijk zelf bepalen aan wie of wat U denkt, zoolang U maar herdenkt.
Want ze verdienen herdacht te worden en niet alleen omdat er vandaag de dag nog steeds duizenden kinderen als Koentje zijn die ook zoo’n vreselijk lot ondergaan.

Bent U iemand die vind dat het niet noodig is of heeft U er zelfs een probleem mee, dan heb ik liever dat U mijn blog maar niet meer volgt, zal ik uw hand niet schudden en bent U niet welkom in mijn huis.

Sterkte vanavond.

0

Sinterklaasviering in het Jappenkamp

Het is bijna zoover, de goede Sint en ZWARTE Piet komen straks weer langs om cadeaux uit te delen aan de lieve kinderen en de stoute kinderen flink met de roe te geven of zelfs mee naar Spanje te nemen in de zak, zooals het hoort.
Maar ik dacht vandaag even terug aan een wel heel bijzonder Sinterklaasfeest, namelijk de viering in Jappenkamp Lampersari te Semarang, Nederlandsch Indië, 5 December 1945.
 
Ik had het al eerder over mijn familieleden die tijdens de oorlog in dit kamp zaten en deze ervaring in sommige gevallen niet en in de andere gevallen nauwelijks overleefde.
 
Mijn oma en haar oudste dochter, mijn tante, hadden de oorlog dus maar net overleefd en ik weet niet zeker of ze in December 1945 nog in het kamp zaten maar ik denk het wel.
De meeste gevangenen bleven daar nog een flinke poos omdat vervoer nog niet mogelijk was maar ook gevaarlijk in verband met de Bersiap periode waarbij enkele Indonesiers het voorzien hadden op iedereen die blank was, maakte niet uit of ze jong of out waren of net een paar jaar kamp hadden overleeft.
 
Deze tekening laat het bezoek van Sinterklaas zien aan dit kamp.
Kunt U zich voorstellen hoe bijzonder en ontroerend dit moet zijn geweest?
De oudere kinderen wisten misschien nog wie Sinterklaas was, de jongere waren hem vast al vergeten.
Even waren alle gruwelijkheden vergeten en om deze kinderen allemaal een momentje van plezier te beleven moeten de volwassenen daar zoo hard gewerkt hebben.
Een costuum maken, lekkernijen maken, geschenkjes knutselen, en dat allemaal vlak jaren kamp, honger en tekorten.
Ik probeer me voor te stellen hoe wonderschoon dit evenement geweest moet zijn voor menschen zooals mijn oma en tante.
Ik zal haar eens vragen of ze hier nog herinneringen aan heeft.
 
Hoe dan ook, vlak voor we fijn een feestje gaan vieren met allemaal geschenken, veel snoep en een overvloedige maaltijd, is het, vind ik, altijd goed dit even in perspectief te zien en te denken aan de pakjesavonden van vroeger.
resolve

Tekening gemaakt door Jan Kickhefer, bron; Geheugen van Nederland.

 

2

Herdenken is de plicht van iedere goede vaderlander

Op 4 Mei herdenken we in Nederland natuurlijk alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

De laatste jaren probeert men de reden tot herdenken uit te breiden en er allerlei andere dingen bij te halen, maar daar doe ik niet aan mee.

Natuurlijk verdienen al die andere oorlogen, conflicten en slachtoffers ook aandacht en herdenking maar de Tweede Wereldoorlog was zoo een gigantisch groot iets, zoo’n wereldverscheurende gebeurtenis dat ik vind dat we best een paar minuten per jaar alleen aan deze oorlog kunnen besteden.

Het is ook weer iets typisch Nederlandsch, die bekrompen manier van omgaan met ons verleden, dat enorme minderwaardigheidscomplex dat ons achtervolgt waardoor we krampachtig van alles erbij proberen te halen om het maar ‘relevant’ te houden en we in de jaren ’50 (!) al begonnen te praten over het afschaffen van de herdenking.
We moeten alles over-nuanceren, er een discussie over goed en fout over maken, ook lekker veel praten over de verraders en dat het Verzet ook niet helemaal in orde was…
Gewoon accepteren dat dit iets grootsch was en dat we als goede vaderlanders de plicht hebben deze oorlog nooit te mogen vergeten en we even onze kop moeten houden op 4 Mei is blijkbaar te moeilijk, te veel gevraagd.

Terwijl ze in veel andere landen nog steeds met veel aandacht veldslagen van eeuwen geleden herdenken en er iedere avond bij de Menenpoort in Ieper de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog worden herdacht met ‘The Last Post’ en een moment stilte, doen wij hier al decennia moeilijk over die ene keer per jaar, of we de voormalige vijand moeten uitnoodigen, hoe we de jeugd erbij kunnen betrekken, halen we moderne politieke verhalen erbij, etc, etc.

Tientallen miljoenen menschen stierven wereldwijd, het was een gruwelijke oorlog, menschen werden uitgeroeid op basis van afkomst, we werden bijna vijf jaar onderdrukt, de vrijheid van meningsuiting en pers verdween, een hele generatie werd getraumatiseerd, ons land berooft en beschadigt, etc, etc.
Maar dat is blijkbaar niet belangrijk genoeg om een enkele minuut per jaar stil bij te staan….

Als U op 4 Mei niet een minuut stil kunt staan bij die vreselijke tijd, dan bent U geen vrind van mij, sterker nog dan durf ik te zeggen dat U geen goede vaderlander bent, dat betekent misschien niet veel voor de gemiddelde moderne mensch maar voor mij dus wel. Want wat is een mensch zonder plichtsbesef?
Als U dit niet belangrijk vind dan vind U onze samenleving niet belangrijk, wie we zijn, waar we vandaan komen, wat ons gemaakt heeft zooals we zijn. De invloed van die oorlog is overal te zien, dagelijksch nog, voor hen die willen zien.
Dat negeren of je er niet voor interesseren is een klap in het gezicht van ons hele volk maar ook de slachtoffers van toen, ongeacht afkomst of nationaliteit. En dat is indirect weer een klap in het gezicht van hen die vandaag de dag nog steeds dit soort vreselijke dingen mee maken in andere delen van de wereld.
Daar geen compassie voor voelen, of het nu gisteren gebeurde of 70 jaar geleden, maakt U onmenschelijk.

Het zal U vast niet verbazen dat de Tweede Wereldoorlog een grote rol speelt in mijn leven.
Niet alleen heeft mijn familie toen flink te lijden gehad (oa in een Jappenkamp) maar ik ben er altijd al gefascineerd door geweest.
Als klein meisje realiseerde ik me al snel hoe geschiedenis invloed had op het dagelijksch leven van vandaag de dag, hoe onzen samenleving er door gekleurd was. Ik begreep dat geschiedenis iets was dat ooit gebeurde op de plek waar ik woonde, wandelde, speelde, naar school ging, etc. En dat heeft me eigenlijk nooit los gelaten.

Een groot deel van mijn werk heeft met de oorlog te maken, ik werk in musea, doe onderzoek voor documentaires, lever spullen voor films, etc. Vorige week nog stond ik in het Zuiderzeemuseum nog scholieren het belang van vrije pers uit te leggen en liet ze de angst en paranoia ervaren van betrokken zijn bij het Verzet maar niemand kunnen vertrouwen.

Foto; Eugene Bakker

Foto; Eugene Bakker

En natuurlijk heeft mijn levensstijl hier ook een grote invloed op.
Door me dagelijksch te omringen met de jaren ’30 is de generatiekloof tussen de oorlogsgeneratie en mij behoorlijk klein en voelt het soms alsof die oorlog niet zoo heel lang geleden heeft plaats gevonden.
Als ik naar films en foto’s van toen kijk en als ik met menschen spreek die de oorlog mee gemaakt hebben, met veteranen, met voormalige leden van het Verzet maar ook met zij die toen kinderen waren, dan valt ons verschil in leeftijd bijna, want we droegen dezelfde soort kleeding, hun huizen waren ingericht in dezelfde stijl als mijn wooning, we luisterden naar dezelfde muziek, kennen dezelfde films en weet ik dat hun dagelijksch leven op een aantal punten overeenkomsten vertoonde met dat van mij vandaag.

Op 4 Mei herdenken we de oorlog, dat is bijna niet te doen, helemaal niet in een minuut, of zelfs een uur, ook niet als je er eigenlijk het hele jaar mee bezig bent.

kinderen in kamp

Daarom herdenk ik vandaag persoonlijk niet alles en iedereen tegelijk maar hou ik het op deze avond bij een klein groepje menschen.
Ik denk aan mijn lieve oma die ik nooit gekend heb, die in een Jappenkamp zat en ik denk aan haar broer die moest werken aan de Birma spoorlijn, hun lijden toen maakt me nog steeds woedend.
Ik denk aan Hannie Schaft en haar kameraden Truus en Freddie Versteegen die de oorlog wel overleefde, die ik persoonlijk ken en met wie ik gesprekken heb gehad over hoe hoe het ze veranderde toen ze als nog erg jonge meisjes betrokken raakte bij liquidaties.
Ik denk aan die paar seconden film van de bevrijding van een concentratiekamp waarbij kleine kinderen hun tattooages laten zien en aan hoe iemand in godsnaam die kleine dreumessen kon scheiden van hun ouders, een nummer pijnlijk in hun arm kerfde en ze honger liet lijden. En dan hebben we het nog niet eens over het vermoorden.
Ik denk aan de Joodsche familie die in mijn huis woonde tijdens de oorlog en nooit meer terug kwam.

Ik denk aan die ene foto van dat meisje in een concentratiekamp.
Czeslawa Kwoka heette ze, 14 jaar oud, ze moest op de foto maar begreep maar niet wat er allemaal gebeurde, kreeg vlak voor de foto genomen was nog slaag van een bewaker met een knuppel.
Binnen 3 maanden was ze dood. Kijk haar in de oogen, vergeet haar blik nooit meer.
Het meisje dat zoo hard probeert niet te huilen, uit angst.

Czeslawa Kwoka
En tot slot denk ik aan een goochelaar.

Michel Velleman trad sinds de jaren ’20 op als ‘humoristisch goochelaar, professor Ben Ali Libi’, hij woonde met zijn gezin aan het Merwedeplein waar ook Anne Frank woonde.
Eigenlijk een gewone man, geen soldaat, geen verzetsheld, geen bekende onderduiker, maar een van de vele slachtoffers.
Iemand die misschien vergeten zou zijn was het niet voor het hartverscheurende gedicht van Willem Wilmink.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Ik had tot mijn schande nog nooit van mijnheer Velleman of het gedicht gehoord tot ik min of meer toevallig een video over Willem Wilmink zag waarin Joost Prinsen het gedicht voor las.
Ik groeide op met deze man op de televisie, regelmatig kwam hij voorbij op de beeldbuis en zoo heeft hij indirect toch een belangrijke rol gespeeld in mijn jeugd.
Ik respecteer de man enorm en net als je vader is het iemand die je eigenlijk niet wilt zien huilen.
Toen ik zag hoeveel moeite hij had met het voorlezen van dit gedicht brak ik.

Het gedicht is zoo wonderschoon en tegelijk zoo pijnlijk.
In prachtige bewoording laat het de waanzin van toen maar ook nu zien.

Vanavond ben ik alleen thuis, ik kan niet meer naar herdenkingen, de oorlog is te belangrijk voor mij maar niet belangrijk genoeg voor hen die dan om me heen staan, die doorlopen, lachen, langs rijden, hun mobiele telefoon niet met rust kunnen laten, etc.
Na een keer bijna iemand aangevlogen te zijn bij de herdenking van een represaille aan de Parallelweg in Den Haag, die stond te schreeuwen tijdens de minuut stilte en een motoragent me tegen moest houden voor het uit de hand liep, herdenk ik privé.
Alleen.
Maar in gedachte samen met Oma, Oom, Hannie, Truus, Freddie, de kinderen van het kamp, de buren die ik nooit gekend heb, Czeslawa Kwoka en Ben Ali Libi.

Ben Ali Libi

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bosjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In ’t concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Willem Wilmink.

Tot augustus is er in het Stadsarchief van Amsterdam een tentoonstelling over Ben Ali Libi te zien.
Meer informatie vind U door hier te klikken.

1

Waarom ik een roode klaproos draag in November

Ieder jaar bezoek ik de Engelsche ambassade in Den Haag of de boekwinkel Waterstones in Amsterdam om een roode klaproos van papier op te halen, een ‘poppy’, die ik vervolgens op de revers van mijn jas speld.

Dit is een voornamelijk Britsche traditie die niet veel Nederlanders kennen maar iedereen heeft de poppy wel eens opgemerkt tijdens een nieuws uitzending en misschien vroeg U zich toen af waarom de Britsche minister en presentatoren allemaal zoo’n bloemetje droegen.

Oorspronkelijk herdachten men met deze klaproosjes de gevallenen van de Eerste en later de Tweede Wereldoorlog, net als in Nederland zijn daar later ook nog andere conflicten bij gekomen en is het ook een goed doel aangezien de donaties die menschen die zoo’n bloem koopen worden gebruikt om onder andere voor veteranen te zorgen.

Men koos voor de klaproos omdat na de veldslagen in Belgie en Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, de slachtvelden er vol mee stonden.

Ik vind dat erg mooi maar ben natuurlijk niet Britsch.

Toch wilde ik hem dragen.

Mijn familie heeft veel meegemaakt tijdens de oorlog, niet alleen hier in Nederland waar we de hongerwinter in Den Haag moesten overleven, maar ook in Nederlandsch Indië.

Daar hadden mijn grootouders en hun familie leden het erg zwaar, mijn oom was krijgsgevangen gemaakt na ternauwernood de slag om de Javazee te hebben overleeft en moest vervolgens aan de gruwelijke Birma Spoorweg werken, ook wel de Doodenspoorlijn genoemd.

Mijn oma kwam met haar pas geboren dochtertje in het Jappenkamp Lampersari terecht, maakte daar vreselijke dingen mee en lag toen de bevrijding kwam al in de ziekenbarak, daar kwamen velen nooit meer uit.

De oorlog had dus niet veel langer moeten duren of ik was er niet geweest.

Net als veel Nederlanders dank ik dus mijn leven aan de Geallieerden die alles riskeerden en vaak ook het ultieme offer maakte om ons te bevrijden.

Maar heel direct dank ik mijn leven aan die eene helaas onbekende Deensche diplomaat die met gevaar voor eigen leven het kamp binnen reed en de commandant duidelijk maakte dat de oorlog afgeloopen was (weet U meer over deze man dan hoor ik heel graag van U) maar ook aan de Sikh, Gurkha en andere troepen die onder Britsch bevel het kamp bevrijden en later mijn familie beschermde tegen de inlanders.
Ik zal binnenkort eens meer over mijn familiegeschiedenis schrijven.

Naast deze hele persoonlijke reden voel ik natuurlijk ook een enorme verbintenis met de Tweede Wereldoorlog door mijn fascinatie voor de jaren ’30 en ouderwetsche levensstijl, die brengt die periode voor mij soms toch wel erg dichtbij.

Ik heb ook zooveel Engelsche vrinden voor wie dit erg belangrijk is en ik heb de eer gehad een aantal veteranen te mogen ontmoeten en persoonlijk te bedanken voor hun offers, de Britsche kant van de oorlog is voor mij dus erg belangrijk.
Het is een kleine moeite en ik wil graag laten zien dat ik met onze buren in het Westen meeleef als het gaat om de herdenkingen die zij houden op 11 November.

Een mooie bijkomstigheid hiervan is dat Britsche toeristen hier in Nederland het heel fijn vinden een Nederlander tegen te komen die er een draagt maar ook zijn er veel Nederlanders die mij vragen waarom ik er een draag en waar het voor staat en dan kan ik ze over mijn familie vertellen en ze er even aan herinneren dat er voor onze vrijheid gestreden is en we deze niet vanzelfsprekend moeten vinden.

Wilt U ook een poppy gaan dragen?
Dan kunt U hier op de facebook pagina van ‘The Royal British Legion Holland Branch Poppy Appeal‘ vinden waar U er een kunt halen, vergeet ook niet de pagina te ‘liken’.

ghosts of history fields of flanders poppies